Een roos is mooi omdat hij maar heel even bloeit Marion Bloem volgens

HET HOOFD van de schrijfster Marion Bloem zit vol met fantasie, zegt ze, niet met namen. Ze gaat naar het Concertgebouw, het Kröller-Müller Museum, maar wat ze er hoorde en zag?...

JUDITH KOELEMEIJER

Oh ja, Béjart. Die ene repetitie van Béjart zal haar altijd bijblijven. Béjart leerde een Japanner de Bolero dansen, samen met de grote Noerejev. Technisch kon die Japanner alles, hij was zo lenig als een elastiekje, maar hij moest het gevóel leren begrijpen. Een imposante uitwisseling van kennis en cultuur.

Ze danste al met haar opa toen ze drie was. Thuis werd gewalst, maar ook geoefend op Indonesische dansen. Ze mocht helaas niet op ballet van haar moeder: dat gaf rare voeten en andere vervormingen. Maar de belangstelling voor dans, of het nu klassiek, modern, Afrikaans of Javaans is, is altijd gebleven - al ziet ze de laatste tijd niet veel meer. Te druk.

Thuis las men Moesson, het tijdschrift voor Indische cultuur. De verhaaltjes van Tjalie Robinson leerde je uit je hoofd. Er werden veel verhalen verteld, boeken waren er niet. Die ontdekte ze zelf. Ze las alles wat de katholieke basisschool te bieden had. Tot de heiligenlevens aan toe. Wat wel opviel: het ging nooit over iemand zoals zijzelf. Er kwam geen donker kind in voor.

'Jullie lezen vast keukenmeidenromans thuis', zei de decaan op de middelbare school denigrerend. Marion Bloem wist toen al jaren, om precies te zijn vanaf haar zesde, dat ze schrijfster wilde worden. De decaan stuurde haar vaak de klas uit. Dan werd ze opgesloten in de bibliotheek. Dat was geen straf. De boekenkasten zaten op slot, maar konden via gebroken ruitjes van binnenuit geopend worden. Ze begon poëzie te lezen, en bleef dat doen. Lucebert, Komrij, Gary Snyder, Gerald Stern of Rendra - afhankelijk van haar stemming. Als ze schrijft leest ze so wie so alleen gedichten. 'Dan word je niet beïnvloed.'

Marion Bloem heeft maling aan de 'goede smaak' of de Top Tien. Ze gaat liever snuffelen in boekenwinkels en antiquariaten. Bij die gelegenheid ontdekte ze in Amerika Amy Tan, nog voordat de Chinese schrijfster hier een hit zou worden. De Joy Luck Club was een prachtig boek, maar een 'hele foute' film. In het boek vertelt Tan haar eigen verhaal. In de film gaat ze dat uitleggen aan de Amerikanen, met zoveel nadruk dat het karikaturaal wordt. Je komt er niet in, het Chinese familieleven blijft een andere wereld.

Terwijl die 'andere wereld' gewoon een feit is. Dat moet een uitgangspunt zijn, geen onderwerp. Ze heeft wel eens het gevoel dat het grote publiek 'nog niet toe is' aan films waarin verschillende werelden (oosters, westers) vanzelfsprekend naast elkaar bestaan. Het ziet liever de clichés bevestigd. Dat zag je ook aan de negatieve reacties op Sammie and Rosie get Laid, de tweede film van Stephen Frears en Hanif Kureishi. 'Ze willen teveel tegelijk vertellen', luidde de kritiek. 'Veel mensen zien nog niet in wat voor een gemêleerde samenleving we leven. Er zijn steeds meer wereldburgers, zoals de Palestijnse cultuurfilosoof Edward Said ze noemt, mensen die zowel in de Derde Wereld als in het Westen thuis zijn en daar hun voordeel mee doen, omdat ze kunnen vergelijken. Voor mij is die film net zo bont als de wereld zelf.'

Aan de muur schilderijen van de Fransman Jean Rustin. Kan ze lang naar kijken, net als naar het werk van Marlene Dumas trouwens. Rustin toont ons naakt, zo naakt als wij onszelf niet graag zien. Eigenlijk schildert hij de vraag die wij in ons binnenste voelen knagen: Waarom? 'Hij schildert mensen als wij, ontdaan van alle ambities en opsmuk.'

Een roos is zo mooi omdat hij maar even bloeit. Rupert Brooke beschrijft die vergankelijkheid in het gedicht The Great Lover. Brooke is al lang dood en vergeten. Vast een zelfmoordenaar, iemand die het ultieme gedicht schrijft en er dan uit stapt. 'The Great Lover doet je als schrijver nutteloos voelen. Daarin is alles al gezegd.'

Ze luistert regelmatig naar de Matthäus Passion van Bach, naar Chopin of Byzantijnse koren, maar ook naar Degung, traditionele Soedanese muziek, en Trilok Gurtu, een in Duitsland wonende (jazz)percussionist uit India. Ze probeert wel op de hoogte te blijven op popmuziek-gebied, maar die zware dreunen, house ja, vindt ze strafkampmuziek. 'Ik heb gehoord dat er mensen zijn die juist op deze muziek hebben leren dansen, maar dan is het toch slecht gesteld met je?

Judith Koelemeijer

Marion Bloem leest zaterdag voor uit eigen werk tijdens de Indische Winternacht, de slotavond van het Festival Indië/Indonesië. Theater a/h Spui, Haags Filmhuis.

Meer over