Een Roemeense treinreis

De reis van Boekarest naar Brasov is een van de mooiste in Roemenië. De trein snijdt de Karpaten in, langs rotsmassieven en bergweiden met schapen....

Er zijn Europese landen die je bezoekt om hun hoofdsteden. Daartoe behoort Roemenië niet. Boekarest heeft een aantal sfeervolle boulevards, fin de siècle-panden en parken. Maar op mensen die de stad niet gewend zijn, heeft Boekarest - 'een mengsel van goud en modder' - het effect dat ze er binnen 48 uur uit willen, vanwege de lelijke Ceausescu-architectuur, de auto's, de gsm's, de housebeat, de straathonden. Of vanwege de lucht: na Athene is Boekarest de meest vervuilde Europese stad.

Pak je de trein naar het zuiden, dan ga je naar Bulgarije. Naar het westen beland je in kaal laagland. Naar het oosten rijdt de 'Costa-Bravo-express'. De Roemeense Zwarte Zee-kust is vanaf mei geannexeerd door trendy jongeren.

De beste is de trein naar het noorden. Hij snijdt rechtstreeks de Karpaten in. In drie uur ben je van Boekarest in Brasov. Na het passeren van Ploiesti, wordt het een van de mooiste trajecten van Roemenië, zeker het mooiste dat met een sneltrein kan worden afgelegd. Sinaia, 'de parel van de Karpaten', ligt op deze route.

Een enkeltje tweede klas Brasov kost zeven gulden, de eerste klas elf gulden. De afgelopen jaren is een aantal nieuwe coupéloze eerste-klaswagons aangeschaft. Zo wordt voorkomen dat de talrijke 'treinbedelaars' van compartiment naar compartiment kunnen lopen.

Maar wie in zo'n wagon belandt, mist een cruciale attractie van een Roemeense treinreis: het gesprek. Met z'n drieën, vieren, vijven in een Roemeense treincoupé en er wordt gegarandeerd gebabbeld. De stilte/werkcoupé is in dit land nooit mogelijk. Want iedereen heeft een mening over alles, en zo'n mening is er om te uiten. Wie van een gesprek verzekerd wil zijn, moet tweede klas reizen. Het is dé plaats om een dwarsdoorsnede van de Roemeense bevolking te ontmoeten.

Instappen is een steile klim lang een drietredig trapje. Ouderen krijgen vaak een duwtje in de rug. De trein zet zich schokkend in beweging. Terwijl de blauwe wagons uit Boekarest weghobbelen, geeft Aurel, een kortademige ingenieur van in de veertig, de aftrap voor de conversatie. Aurel verkondigt de theorie dat er een geheim akkoord bestaat tussen de Verenigde Staten en Rusland, waardoor Roemenië nooit in de Navo wordt toegelaten.

Omdat passagiers in een Roemeense treincoupé het met elkaar nooit ergens over eens zijn, wordt onmiddellijk tegengas gegeven. Aurel, die elke tien minuten opstaat om op de gang te roken, houdt voet bij stuk. Bij terugkeer herhaalt hij zijn 'theorie' telkens met meer stemkracht. Het is een aardig tijdverdrijf, want het landschap is nog saai: slecht onderhouden akkerland met daartussen onverharde weggetjes vol vuilnis.

In Ploiesti moeten Aurel en twee andere lawaaierige heren eruit. Ploiesti is een door de communisten flink onder handen genomen stad, die draaide om de olie-industrie. Wanneer de raffinaderijen uit het zicht verdwenen zijn, breekt het landschap open. Zo ver je kunt kijken, glooien heuvels. Het riviertje Prahova slingert glinsterend in de voorjaarszon. De loofwouden die overal opdoemen, zijn lichtgroen. Omdat het voorjaar ongekend vroeg heeft ingezet, hebben veel bomen al kleine blaadjes. Bij andere staan de knoppen op barsten.

In de coupé is na het vertrek van de politieke kemphanen de rust weergekeerd. Ioana en Iosif zijn een boerenechtpaar op leeftijd met gegroefde gezichten. Al het eten dat ze bij zich hebben, delen ze met hun mede-passagiers: stokbrood, schapenkaas en peterselie. Ze laten de plastic fles met zelfgemaakte wijn rondgaan.

Câmpina ligt aan de voet van de Karpaten. Vlakbij het station staan oude boerenhuisjes met moestuinen en waterputten. Na Câmpina ontvouwt zich een boeiend landschap. Het ene vergezicht volgt op het andere. De rotsmassieven worden allengs imposant. Smeltende sneeuwpartijen vormen watervalletjes. Bergweiden zijn geel van de paardenbloemen. Vaak worden zij bevolkt door herders, gehuld in warme schapenvellen en met een schapenmuts op hun hoofd. Steeds meer domineren naaldbomen. Dan zijn ook de eerste besneeuwde toppen zichtbaar.

Met een schok staat de trein stil in Sinaia. Sinaia ontsnapte niet aan lelijke communistische hotels, maar is zijn oude bijnaam - 'de parel van de Karpaten' - nog steeds waardig. De eerste sensatie bij het uitstappen op het vooroorlogse treinstation is: 'Wat een goede lucht!' Op anderhalf uur van Boekarest ligt een waar zuurstofparadijs. Ademhalingsmoeilijkheden verdwijnen. Boorden van overhemden worden niet meer zwart. En de eetlust komt terug.

Sinaia is een plaats met koninklijke allure. Wie langs de prachtige oude villa's - in de zeer oorspronkelijke neo-Brâncovenesc-stijl - omhoog loopt, bereikt het zeventiende-eeuwse Sinaia-klooster. De berglucht mengt zich daar met die van de kaarsen. Toen Roemenië's geïmporteerde Duitse koning Carol von Hohenzollern hier in 1867 de nacht doorbracht, moet hij hebben verzucht: 'Op deze plek zou ik een paleis willen hebben.'

Het Peles-paleis verrees in de jaren zeventig van de negentiende eeuw en wordt beschouwd als een van de fraaist gelegen kastelen van Oost-Europa. Twee chique stenen oprijlanen doorsnijden een bergwoud met hoge loof- en naaldbomen. Daartussen klatert een beek. Naast het kolossale barokke Peles, ligt het knusse Jugendstil-paleisje Pelisor. Koningin Maria, echtgenote van Carols opvolger Ferdinand, vond het grote paleis 'te donker'.

Achter de paleizen ligt een goed onderhouden natuurreservaat. Daarachter beginnen de bergen. Op een heldere dag zijn in Sinaia enkele van de mooiste toppen van de Karpaten zichtbaar. Sinaia is dé uitvalsbasis voor wandelingen in het Bucegi-gebergte, zoals dit stuk van de Karpaten heet. Maar dan moet je niet bang zijn voor beren.

Gheorghe, een gezette vijftiger die in Sinaia instapt, weet er alles van. Terwijl de trein zich weer in beweging zet, trakteert hij zijn medepassagiers op 'berenverhalen', zoals de anekdote over de man die in de jaren zeventig een halfuur door een beer zou zijn achtervolgd en in dat halve uur helemaal grijs was geworden.

De bekendste Roemeense berenmop is ook in West-Europa populair. Een groep Duitsers die in de Karpaten op berenjacht gaat, vraagt de Roemeense hoteleigenaar of in de buurt beren zitten. De Roemeen weet dat het niet zo is, maar wil het geld van de Duitsers niet mislopen. Hij sluit een dealtje met de plaatselijke zigeuner, die voor wat cash zijn gedresseerde circusbeer wel wil vrijlaten.

Aldus geschiedt. De Duitsers hebben hun buks in de aanslag. De vrijgelaten beer komt op weg naar het hotel de postbode tegen, die zo erg van het dier schrikt dat hij van zijn fiets springt en de berm in duikt. De gedresseerde beer neemt nonchalant het rijwiel over. De Duitsers kunnen hun ogen niet geloven, als de eerste de beste beer die zij in het vizier krijgen, blijkt te kunnen fietsen.

Busteni ligt tien kilometer van Sinaia. De mooiste rotsmassieven hebben er namen gekregen: de 'Oude Vrouw' en de 'Sfinx'. Bij helder weer is de Sfinx ook vanuit de trein zichtbaar. Slechts het ontbreken van ogen en een mond verraadt dat het hier om een creatie van de natuur zelf gaat.

Gheorghe betoogt dat de Karpaten sinds het einde van het communisme zuchten onder een berenplaag, omdat de jacht is komen stil te liggen. Maar dat lijkt schromelijk overdreven. Bekend is slechts dat de beren in de winter soms naar restaurants afdalen op zoek naar eten. Mensen doen ze niets.

Na Busteni is de reis op zijn mooist. De trein wordt aan beide kanten door rijk beboste berghellingen ingesloten. Bijna een uur heb je doorkijk in een diep woud. Dan het eindstation Brasov. Geen buitenlander die hier de afgelopen tien jaar is aangekomen en Maria niet kent. Steevast weet zij alle niet-Roemenen die uit de trein stappen eruit te pikken. Meestal lukt het haar hen om te praten niet in een duur staatshotel te gaan zitten, maar bij een van de families in de oude binnenstad waarmee zij contacten heeft.

'Maria van het station Brasov' is zo'n fenomeen geworden dat ze sinds kort met foto in een Japanse reisgids staat. 'Er zijn hier nu ook een paar andere vrouwen die zich voor Maria uitgeven', legt ze uit. Ze wil graag een eigen kamerbureau beginnen. 'Maar met de bureaucratie hier krijg ik dat nog steeds niet voor elkaar.'

Het is gebeurd dat toeristen in Brasov aankwamen, het communistische station en de lelijke flats zagen, en dachten: 'Laat maar zitten'. Maar achter die flats ligt een van de meest pittoreske Roemeense stadjes. Ooit heette Brasov Kronstadt en was bevolkt door Saksen. Die Duitse minderheid is de afgelopen halve eeuw nagenoeg uit Roemenië verdwenen. Maar haar erfenis is in de hele stad bepalend.

Het aantrekkelijke van Brasov is de combinatie van Duitse architectuur en Roemeense melancholie. Brasov is mooi zonder gründlich te zijn. Brasov is geordend, maar met een beetje verval om het allemaal echt te maken. Het is vaak een combinatie van sferen die een stad zijn charme geeft. De Lutherse Zwarte Kerk uit de vijftiende eeuw op het Raadsplein hangt vol oude Turkse tapijten, maar op het orgel wordt Bach gespeeld.

Met tegenzin terug naar het station voor de trein naar Boekarest. De vrouw in het koffiestalletje vertelt een verhaal. . . over een beer.

Meer over