Een rijksvormgever gevraagd

Kunst en cultuur bloeien, maar wat is er met het voorstel van een rijksvormgever gebeurd, vragen Nikki Gonnissen en Thomas Widdershoven....

Als sint- en kerstkado's vallen de goede berichten de laatste tijd uitde lucht. Vijftien miljoen euro trekt het kabinet uit om de creatieveindustrie de komende jaren 'een flinke impuls' te geven, zo werd in oktoberbekend. De oppositie laat zich bij monde van de PvdA niet onbetuigt: zijnoemt kunst en cultuur van zo groot belang voor de samenleving, dat nu eenswerk moet worden gemaakt van de vaak bepleite verhoging van decultuurbegroting tot 1 procent van de rijksbegroting.

Het is fantastisch dat kunst en cultuur in deze barre tijden zo hogelijkworden gewaardeerd. Dat de PvdA in haar recente nota De Kracht van Kunsten Cultuur pleit voor een nieuw elan bij de overheid, voor een mentaliteitdie getuigt van trots en kracht. Eindelijk eens een positieve stellingname.Alleen is het jammer dat de PvdA haar visie vooral toespitst op debeeldende kunsten en de podiumkunst, en blijkbaar een blinde vlek heeftvoor aanverwante disciplines als architectuur en design.

Gelijktijdig met de nota van de PvdA hebben de ministeries van Cultuuren van Economische Zaken een denktank aan het werk gezet die wel een ruimeblik op cultuur heeft. Niet alleen kunsten, maar ook media en entertainmentalsmede architectuur, vormgeving, games en reclame horen bij de creatieveindustrie, vinden de ministeries in hun beleidsbrief Ons CreatieveVermogen. Terecht. Want net als de beeldende kunst zijn vormgeving enarchitectuur van groot belang voor de samenleving. Niet voor niets staatDutch Design in het buitenland hoog aangeschreven.

Daarbij doen de ministeries van Cultuur en Economie precies datgenewaarvoor de PvdA waarschuwt. Indachtig de filosofie van de Amerikaanseeconoom Richard Florida - de creatieve industrie is van doorslaggevendbelang voor een florerende stad - richten zij hun pijlen vooral op deeconomie. Weer gaat het om het geld, vijftien miljoen euro - maar deoverheid vergeet intussen zelf het goede voorbeeld te geven.

Want wat met de ene hand wordt gegeven, wordt met de andere handteruggenomen. Ooit was Nederland toonaangevend op het gebied van drukwerk,van postzegels en bankbiljetten.

Inmiddels is de dienst Kunst en Vormgeving opgeheven. En heeft deoverheid onze unieke vormgevingskwaliteit bij de introductie van de euroverkwanseld. Het EU-logo ten tijde van het Nederlandse voorzitterschap vande EU is een voorbeeld van slecht opdrachtgeverschap door de overheidwaarvan we zelf helaas het slachtoffer zijn geworden. Unaniem koos debeoordelingscommissie - een combinatie van een drietal toppers uit hetvakgebied met twee hoge ambtenaren - voor ons voorstel, vanwege degrafische en communicatieve kwaliteit. Maar de regering negeerde decommissie en gaf in een sfeer van achterkamertjespolitiek de voorkeur aannummer twee.

Om aan dit soort misstanden een einde te maken, hebben wij en meerderenmet ons, in de denktank van de ministeries van Cultuur en Economie gepleitvoor de instelling van een rijksvormgever. Die zou zich, analoog aan deRijksbouwmeester, sterk kunnen maken voor goed opdrachtgeverschap, teneindeals overheid het voorbeeld te geven en optimaal gebruik te maken van debestaande kracht van Dutch Design.

Het voorstel kreeg ruim aandacht en werd in de pers enthousiastonthaald, maar het is tot onze verbazing gesneuveld. In de uiteindelijkebeleidsvisie Ons Creatieve Vermogen, waarin het belang van cultuur encreativiteit voor de Nederlandse economie wordt uitgedragen in de vorm vaneen financiële impuls van vijftien miljoen euro, wordt over derijksvormgever met geen woord gerept.

Toch is een boven alle partijen verheven rijksvormgever meer dannoodzakelijk. De overheid is een van de belangrijkste spelers op heteconomische terrein. Als zij het voortouw neemt door zelfbewust te kiezenvoor de culturele waarde van vormgeving, betekent dat een 'flinke impuls'voor de creatieve industrie. Een rijksvormgever kent de wereld van hetontwerp en heeft de deskundigheid om de overheid te adviseren.

Een eerste, dringende taak wacht de rijksvormgever: het begeleiden vande overheid naar een eigen huisstijl, waarin de beeldende en communicatievekwaliteit het wint van regels en procesmanagement.

Op dit moment is de huisstijl van de rijksoverheid een ratjetoe vanstijlen, waarbij elk ministerie zijn eigen, onduidelijke friemel heeft.Terwijl het juist in deze tijd van mondig burgerschap, van openheid entransparantie van het grootste belang is om als overheid met een eenvormig,zelfbewust en duidelijk herkenbaar gezicht naar buiten te treden.

Wij zijn betrokken geweest bij de huisstijl van Amsterdam en dan blijktdat zo'n huisstijl ogenschijnlijk eenvoudig kan zijn en tegelijk ruimte kanlaten voor variatie en eigen identiteit van de verschillende diensten ofministeries.

Maar de rijksoverheid kan ook een stap verder gaan door binnen eeneenduidige en krachtige huisstijl voor alle ministeries een systeem tecreëren van avontuurlijke opdrachten voor kwalitatief goede ontwerpers.Daarmee zou de grafische cultuur in Nederland pas echt gediend zijn.

Nog een mooie taak wacht de rijksvormgever. Door het systeem vanEuropese aanbesteding, waartoe alle grote opdrachten verplicht zijn, komenkleinere ontwerpbureaus niet aan bod. Ook hier kan de rijksvormgever metzijn deskundigheid bemiddelen, adviseren, met creatieve oplossingen komen,zoals de rijksbouwmeester dat doet door bijvoorbeeld op eigen initiatiefaanstormend architectuurtalent uit te nodigen voor meervoudige prijsvragen.

Met alleen financiële injecties, hoe belangrijk ook, is de creatieveindustrie niet gebaat. De kwaliteit van Dutch Design, van kunst en cultuurin het algemeen, staat of valt met een overheid die zelfbewust en trots hetvoortouw neemt, die het aanwezige potentieel een kans geeft, zoals de PvdAterecht constateert.

Nu deze uitgangspunten door goed opdrachtgeverschap ook nog toepassenop de Nederlandse vormgeving.

Meer over