Een rapportcijfer voor de zorg

Ziekenhuizen en zorginstellingen voelen niets voor het openbaar maken van kwaliteitsgegevens. Patiënten, is de redenering, zijn helemaal niet in staat die op waarde te schatten....

Door Jet Bruinsma

KORT GELEDEN meldde deze krant - op basis van gegevens uit een recent proefschrift - dat het kleine streekziekenhuis Coevorden-Hardenberg het aantal wondinfecties na een heupoperatie spectaculair had verminderd; van 16,7 naar 2,8 procent.

Leuk nieuws? Het ziekenhuis reageerde woedend: het infectiepercentage was inmiddels gezakt naar minder dan één. En waarom hadden we eigenlijk dat dramatisch hoge percentage van vóór de verbeteringsmaatregelen genoemd?

Het incident maakt in één klap duidelijk hoe gevoelig de publicatie van individuele ziekenhuisresultaten ligt. Eveline Geubbels, de schrijfster van het proefschrift over het voorkómen van wondinfecties na een operatie, is er dan ook geen voorstandster van (de namen van vijf ziekenhuizen, die ze in haar proefschrift als voorbeeld noemt, zijn verstopt in een voetnoot).

Haar belangrijkste argumenten: patiënten trekken zich niets aan van negatieve gegevens; ziekenhuizen zullen minder nauwkeurige gegevens aanleveren als ze weten dat die openbaar gemaakt worden.

'Sjoemelen met cijfers? Daar schrik ik van', reageert Gerda Raas van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg RVZ. Zij schreef het vorig jaar verschenen pleidooi van de RVZ vóór openbaarmaking van behandelingsresultaten.

'Er zijn vrijwel geen gegevens over de kwaliteit van zorg, terwijl de Kwaliteitswet al tien jaar bestaat', zegt ze. 'Het idee dat het maar beter is om die gegevens niet te openbaren, zit in veel instellingen ingebakken. Natuurlijk zijn goede criteria voor het meten van resultaten niet van de ene op de andere dag te ontwikkelen. Maar je kunt wel beginnen met zaken waarover internationaal overeenstemming bestaat.

'De bloedsuikerwaarden bij diabetespatiënten bijvoorbeeld, ondervoeding en decubitus (doorliggen) in verpleeghuizen, de vijfjaarsoverleving bij sommige soorten kanker.'

Uit een achtergrondstudie bij het RVZ-advies blijkt dat de overlevingskans bij vergelijkbare borstkanker en dikkedarmkanker in best-practice-ziekenhuizen 98 procent is en in worst-practice-klinieken 65 procent. De patiënten weten van niets. Hoog tijd om in Nederland een systeem van zorgresultaatanalyse te ontwikkelen. De overheid werkt immers aan de empowerment (een invloedrijker positie) van de burger, aldus de studie.

De overheid moet positie kiezen in het debat over de openbaarheid, vindt de RVZ. Want vanzelf komen de zorginstellingen niet voor de draad met hun behandelingsresultaten.

Anders ligt het met de wachtlijstgegevens, die door de ziekenhuizen zelf op internet worden gezet. Pressie van het dagblad Trouw leidde ertoe dat de onderwijsinspectie tegenwoordig de prestaties van scholen openbaar maakt. 'De zorg is nogal intern gericht', constateert Rosemary van der Avort, bestuurssecretaris van het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch. Het werkt, samen met een keten van zeven andere ziekenhuizen, sinds 1999 samen met de Consumentenbond aan een ziekenhuisvergelijkingssysteem.

Voor zaken als de bejegening van de patiënten, de bewegwijzering in de kliniek, de voorlichting, was dat geen probleem, maar het proces stagneerde toen ze de blik gingen richten op de medische kant. Een poging kwaliteitsmaatstaven te ontwikkelen voor gynaecologie en verloskunde liep dit voorjaar, na twee jaar voorbereiding, spaak. Partijen konden het niet eens worden over de maatstaven; het was ook nooit eerder gedaan.

Interessant zijn de bevindingen van het bureau Ferro dat onderzocht wat patiënten willen. 'Het besef dat er medisch-technisch gezien kwaliteitsverschillen kunnen zijn tussen artsen en ziekenhuizen, ontbreekt volgens Ferro nagenoeg bij de doelgroep', meldt het eindrapport van Consumentenbond en De Ziekenhuisketen in juni van dit jaar.

'Zeker als het routine-ingrepen betreft - bijvoorbeeld een baarmoederverwijdering - gaat men ervan uit dat de kwaliteit bij elke gynaecoloog en in ieder ziekenhuis ''standaard'' of ''gewoon goed'' zal zijn.'

De patiënten wíllen helemaal geen statistische informatie over artsen en ziekenhuizen. Noodgedwongen, vermoedt Ferro: 'De weerstand zou ook verklaard kunnen worden door de behoefte om het vertrouwen in de gezondheidszorg in het algemeen en artsen in het bijzonder overeind te houden. De keuze is sowieso al beperkt door het regionale aanbod. Met de huidige wachtlijstproblematiek in de gezondheidszorg is kiezen vaak niet eens mogelijk.'

'Je moet een begin maken met het veranderen van de cultuur in Nederland', vindt Van der Avort. 'De algemene houding moet zijn: openheid. Maar voor de patiënt is dat pas zinvol als je de goede criteria hanteert. Van broodroosters kun je met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zeggen: deze is goed en die niet. Voor de behandeling in een ziekenhuis gelden geen absolute maatstaven. Elke patiënt is anders.'

Hannie Bakker, hygiëniste in het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht (dat net als Jeroen Bosch meewerkte aan Geubbels' onderzoek), is fel tegen.

'De cijfers zijn momentopnamen, daarop kun je een ziekenhuis niet afrekenen of ophemelen. Het verbeteren van de kwaliteit kost tijd, ziekenhuizen zijn logge organisaties. En wat als een chirurg niet beter kán? Natuurlijk gaat het erom de kwaliteit voor de patiënt te verbeteren, maar openbaarmaking dient dat doel niet.'

Gerrie Bours van de Universiteit Maastricht onderzoekt al jaren het voorkomen van doorligwonden. Duizenden patiënten hebben daar last van, maar de tehuizen waar ze verblijven, blijven anoniem. 'Maar stap twee is wel: wat doe je met de cijfers. De inspectie vraagt steeds vaker naar de resultaten van zorg. Dan kan het balletje snel gaan rollen.'

'De gegevens moeten gewoon openbaar zijn, maar dan moeten wel een substantieel aantal ziekenhuizen daarin meegaan', zegt woordvoerster Cécile Timmermans van het Canisius-Wilhelmina ziekenhuis in Nijmegen. 'De inspectie moet hier een rol spelen.'

Dat gebeurt onverwacht snel. Nog deze maand krijgen 200 verpleeg- en verzorgingshuizen een 'aangifteformulier' in de bus, waarop ze moeten invullen wat voor zorg zij leveren, vertelt Mario van den Wildenberg, projectdirecteur voor de nieuwe werkwijze bij de inspectie voor de volksgezondheid.

Als de inspecteur dan nog vragen heeft, komt hij of zij ter plekke een kijkje nemen. Het gaat om een proef, die moet uitwijzen of het formulier de juiste vragen stelt, zegt van den Wildenberg. En, ook niet onbelangrijk, of de gegevens digitaal verwerkt kunnen worden.

Volgend jaar - 'een proefjaar' - komen ook de instellingen voor gehandicaptenzorg en psychiatrie aan de beurt en daarna pas de ziekenhuizen.

'Wij willen op transparante wijze de bevolking informeren over de risico's van behandeling in bepaalde instellingen', zegt Van den Wildenberg. 'Het is inderdaad vergelijkbaar met wat de onderwijsinspectie doet met de kwaliteitskaart voor de afzonderlijke scholen. In de Verenigde Staten bestaat een dergelijk systeem al. Hoe snel het gaat, weten we nog niet, maar de beweging is onomkeerbaar.'

Meer over