Een ragfijn waas over het glas

Toen de Dordtse bankier Simon van Gijn in mei 1922 overleed, vermaakte hij zijn woonhuis met inhoud aan de Vereeniging Oud-Dordrecht, op voorwaarde dat zij van het geheel een museum zou maken....

Onder het dak van Museum van Gijn gaat veel verrassends schuil. Wie nieuwsgierig is naar de leefomgeving van een welgestelde negentiende-eeuwer, komt ruimschoots aan zijn trekken. Even uitgebreid kan een kunstliefhebber zich vermeien in de zeer uiteenlopende kunst die Van Gijn verzamelde. De nostalgie gaat schuil op zolder waar poppenhuizen herinneren aan de jeugd van weleer en oude scheepsmodellen aan de jongelingsjaren van Dordrecht. Het uitzicht tussendoor, vanaf de eerste verdieping op de drukbevolkte Nieuwe Haven, is een extraatje.

Zomaar binnenlopen is er niet bij. Herhaaldelijk klinkt door het hele huis de galm van de fors uitgevallen koperen bel, ter aankondiging van nieuwe gasten. Die worden meteen overladen met verontschuldigingen: de balieruimte is nog steeds niet op orde. Rond deze 'rode kamer' is jarenlang gebakkeleid, en er is ook - helaas - met weinig gevoel voor piëteit ge- en verbouwd. Maar alles komt weer goed, al duurt dat nog wel een jaar of wat. Tot die tijd moeten de bezoekers zich vooral niet storen aan de lelijke gaten in het plafond.

Waarom zou de bezoeker? Die staat al lang in stille bewondering in het salet waar hij zich vergaapt aan de (vermoedelijk Brusselse) wandtapijten uit de achttiende eeuw, met voorstellingen van Guarini's Il pastor fido. Met deze ontvangstzaal moet de bankier destijds zijn gasten menige kreet van verrukking hebben ontlokt. Het lukt hem heden ten dage nog steeds.

In de vitrines staat een keur van glazen, honderd tot tweehonderd jaar oud. Berkemeiers, roemers, fraai gegraveerde gelegenheidsglazen, en ook de zogenoemde gestipte glazen, een puur Nederlandse techniek, waarbij stipjes in het glas werden aangebracht door middel van diamant. Het resultaat is een afbeelding die als een ragfijn waas over het glas ligt.

Het is in Museum van Gijn voor de bezoeker vooral zaak de sfeer op zich te laten inwerken. De sfeer bijvoorbeeld die in de bibliotheek op de eerste verdieping hangt. Met wat verbeeldingskracht ziet men zichzelf in de groene fauteuil zitten. Omgeven door grenehout dat als eikehout is beschilderd, en omgeven ook door goudleerbehang dat een papieren imitatie blijkt. Maar wat geeft dat? Men is ook omringd door tientallen rijen boeken, kwetsbare, van het daglicht afgeschermde banden, nieuwsgierig makende boeken.

En met dat ene uitverkoren boek wandelt men door de tussendeur naar de studeerkamer, bruin als een doorrookt café. Eveneens een vertrek in neo-renaissance stijl, en net als de rest van het huis ontworpen door de architekt Constantijn Muysken. Hier is de betimmering wèl van eiken, en is het behang wèl van leer. Hier ook is een deel van de unieke prentenverzameling van mr Simon van Gijn opgeslagen. Het zijn tekeningen, prenten en aquarellen met historische en topografische afbeeldingen, 25 duizend in totaal.

Het kost weinig moeite de bankier aan de tafel in deze studeerkamer te zien zitten terwijl hij zijn collectie bestudeert. Ondertussen kijkt van tussen de ramen zijn zelfportret (door Willy Sluyter) op hem neer. Aan tafel de tachtigjarige Simon, met in zijn hand een prent, aan de muur de 75-jarige Simon, met in zijn hand een prent.

We hebben het nog helemaal niet gehad over de eetkamer met de merkwaardige, somber-groene wandschilderingen van Willy Martens, waarop we Germanen (of Bataven?) het oude land zien bewerken. Of de tuinkamer, in zacht-groene tinten, met een ruim tweehonderd jaar oud orgel (dat sinds 1970 weer speelt). Of de keuken waar de koperen ketels en pannen om het hardst blinken. Of de trappehuizen met de portrettengalerijen. Of de velouté-kamer. Of de renaissance-zaal met de beroemde 'wildemannenschouw' uit 1550.

En dan is er ook nog de zolder, met al dat heerlijke ouderwetse speelgoed. Spellen van weleer, hoepels, vliegers, tollen, blikken auto's en treinen. Gedetailleerde poppenhuizen, een slagerij waar de opengesneden, bloederige varkens buitenhangen, een welvoorziene winkel In de Moor die 'tabak, snuif, koffie en thee' te koop aanbiedt, waren die inmiddels 150 jaar oud zijn.

Onder dit dak gaat inderdaad veel verrassends schuil.

Museum Mr Simon van Gijn, het huis van een verzamelaar, Nieuwe Haven 29, Dordrecht, 078 - 13.37.93. Toegang vijf gulden; reductie voor jongeren, 65+ en groepen. Open di-zat 10-17 uur, zon 13-17 uur. De prenten zijn op afspraak te raadplegen.

Frans van Schoonderwalt

Meer over