Een prima bed en oliegeur

Het is niet zo eenvoudig het hotel binnen te komen, maar als dat eenmaal is gelukt, dan wil je niet meer weg....

Omdat de entree van het hotel in de fik gevlogen is, moeten we door een noodingang naar binnen. In de stenen gevel is een gat gehakt waar precies een stalen zeecontainer in past. De container dient als voorportaaltje. De stalen deuren van de zeecontainer zijn vervangen door twee klapdeuren van glas. Door de glazen deuren kunnen de gasten het hotel betreden. Als ze dat lukt. De meeste kans op een geslaagde aankomst hebben geheelonthouders met uitstekende ogen.

Slechtzienden en dronken torren wordt het bijna onmogelijk gemaakt. Voor de nood ingang is op het trottoir een reusachtig anker neergelegd. Het haakt slordig lopende mensen pootje. Ze vallen struikelend met hun beschonken koppen met beslagen brillen tegen de glazen deuren aan die doormidden breken, waarbij het neerstortende glas de gasten de kop afsnijdt. Welkom in het Deltahotel Vlaardingen aan de Nieuwe Maas.

Een uitstekend hotel, want de bedden zijn geweldig. Hoteltijgers weten het. Er zijn veel slechte bedden en er zijn bedden die men zich niet in het bijzonder herinneren zal, maar die ermee door kunnen. En een enkele keer overkomt het de slaper dat het bed hem echt iets doet, zo goed is het.

Hotel New York in Rotterdam heeft zulke bedden. Het Deltahotel in Vlaardingen ook. Er is nog een overeenkomst. Beide hotels kunnen het doel zijn van een reisje en dat ziet men zelden. Het is op de meest voor de hand liggende plekken, de mooiste, de spannendste, overal in Nederland, dat er precies geen hotel staat. Op plekken waar men zijn wil, en wat langer wil blijven.

Aan het water. Het stille water, het eindeloze water, het ruige en het razend druk bevaren water van Nederland. Delfzijl heeft zo'n hotel. Het staat op poten in de Waddenzee. Het is geen mooi hotel, maar daar merkt men binnen niets van. Wie binnen is, kijkt naar buiten. Naar de eindeloze zee die nooit net zo is als zonet nog.

Rotterdam heeft zo'n hotel. Daar zijn is iets anders dan ergens overnachten. En maar weinig mensen wisten tot voor kort dat Vlaardingen er ook een heeft. Een hotel langs het water waar dag en nacht boten in alle maten en soorten vlak langs komen en waar aan de overkant de brandstof wordt gemaakt voor alles wat een motor heeft en vastloopt in het verkeer.

Het is een plek, daar aan de Nieuwe Maas, aan de Maasboulevard, waar de een zal huiveren. Om het geluid van de raffinaderijen aan de horizon, een brom die nooit eens ophoudt. Het is de plek waar een ander verbluft en betoverd naar de denderende industrie blijft kijken en voor elke boot die langskomt uit zijn bed stapt. De Cocq heeft weinig geslapen, hij kan maar moeilijk een boot laten voor wat hij is.

Het gebeurt vaker dat hotels pas beroemd worden als ze afbranden. Het Delta hotel kwam zo ook in de krant, begin van de zomer, vorig jaar. In de keuken brandde iets aan. Het werd een vuurtje dat niet op tijd werd opgemerkt. En als pal aan de overkant van de Nieuwe Waterweg niet de blusboten hadden gelegen die de je weet nooit wanneer hij uitbreekt grote oliebrand van Pernis in de kiem moeten smoren, dan was het Deltahotel waarschijnlijk helemaal in de as gelegd. De boten wisten de fik te beperken, een flink deel van het hotel bleef behouden, al moest het maandenlang dicht omdat de plafonds opnieuw moesten worden gewit. De herbouw van het uitgebrande deel is nog niet voltooid, maar een paar weken geleden ging het hotel weer open.

Op een haar na een perfect hotel. Lelijk als dat in Delfzijl, maar ook hier in Vlaardingen maakt het niks uit voor wie er binnen is. De voorstelling buiten is overweldigend. En als men een van de dubbeldik beglaasde ramen van de hotelkamer aan de waterkant op een kier openzet, komt ook de geur erbij. Die van de olie-industrie.

Voor iemand die morgen weer naar huis gaat, heeft deze vette onheilspellende lucht iets opwindends. Net als de tankers die af en aan varen: er is hier iets aan de hand en het houdt nooit op.

Perfect, op een haar na. Ook het anker op de gang op de vijfde verdieping heeft een grappige functie. Dat een hotel kan branden, weten we nu. Dat het brandalarm niet te vertrouwen is, weet men in dit hotel nog van vorig jaar, toen het niet afging, de ene keer dat het juist dringend nodig was. Gasten die in donkere doorrookte gangen de weg naar buiten moeten zoeken, kunnen door het anker geholpen worden. Het haakt de vluchtelingen pootje, zodat ze voorover struikelend met hun kop tegen het glas vallen aan het eind van de gang. Dat glas gaat stuk en laat de mensen langs de kortste weg ontsnappen.

Wij namen de lift naar beneden. Een lift met veel knoppen, waarvan we 1, 2 en 3 begrijpen. Dat zijn de cijfers die een verdieping bedoelen. Maar s1? Dan gaat de lift naar een spookkelder met drank en beddengoed. Druk op s2, andere kelder, prachtig voor een moordfilm, net als de ruimte die s3 heeft op het knoppenbord. Het bord schreeuwt om iemand die logica gestudeerd heeft en de rangschikking van de knoppen zo verandert dat mensen die beneden wat willen eten, niet als vanzelf in de spookkelder terechtkomen waar ze voorgoed kunnen verdwijnen.

Het restaurant en de restaurantkeuken zijn nog niet klaar, maar er wordt gekookt. In het souterrain staat ook een zeecontainer, met daarin een noodkeuken. We eten zalm en we eten kip en er is pasta bij en sla met heel veel pijnboompitten. En friet. Iedereen die hier eten wil, of eten moet, kunnen we de friet van harte aanbevelen. Helemaal goed. De frieten knisperen in de bak en smaken nauwkeurig niet te vet en niet te mager. Maar houd je niet van friet, ga dan in Vlaardingen een halfje gesneden wit kopen en een stuk kaas om het op de kamer op te eten. Want hier heerst het misverstand dat in een noodkeuken voor veel geld vies gekookt moet worden en vies gebakken. Anders geloven de gasten niet dat het een noodverziening is.

Er is nog iets aan het hotel wat men er niet direct aan afziet. De ligging in een vreemd land. Op gure werkdagen slapen hier veel zakenmensen die alles worst is. Maar in de weekeinden en in de zomer is er plek voor mensen die hier voor hun plezier komen. Ze kunnen met de fiets, lopend of anderszins vanuit deze basis een enorm gebied ontginnen tussen industrie, zeehavens, polders, duinen met exhibitionerende mannen bij Hoek van Holland, en prachtig strand. Het hotel biedt avonturiers schappelijk geprijsde arrangementen, in een weekeinde zelfs inclusief ontbijt. We noemen dat ontbijt niet zomaar. Het is een ervaring. Een vriendelijke vrouw vraagt de ontbijter of hij wat gebakken spek wil bij een roerei. Ja? Dan brengt ze een bord, volgeladen met zoveel spek dat we alle mensen in de spitstrein van Vlaar dingen naar Rotter dam een plakje konden trakteren.

Maar we hadden een trein eerder kunnen halen. We hadden afgerekend en liepen langs de Maasboulevard na te genieten van de logeerpartij. Tot langzaam tot ons doordrong dat we veel minder hadden hoeven betalen dan we hadden gedacht. We kijken de rekening na en zien dat het noodkeukeneten er niet opstaat. Wij terug. De baliedame gaat op zoek naar iemand die van het eten weet. Het duurt een heel halfuur. Dan hebben twee mannen met hulp van elkaar een rekening opgeduikeld. Ons avondeten. We betalen. De baliedame zegt dat het aardig is van ons dat we erom zijn teruggekomen. Voorspelling: dit hotel gaat het maken.

Meer over