Een prachtig staaltje muzikale toewijding

Mooie woorden op de site van het sinds jaar en dag wereldwijd toonaangevende jazz-tijdschrift Downbeat, over de dubbel-cd Chet Baker - The Sesjun Radioshows. Vorige maand werd de uitgave opgenomen in de zogeheten 'editor's picks'. Niet alleen de samenstelling wordt er geprezen, de recensent meent zelfs dat de uitgave een ander licht werpt op de reputatie van de trompettist. Aan live-opnamen van Baker op plaat en cd geen gebrek, maar veel uit de periode 1975-1985 is van inferieure kwaliteit.


Wat volgens Downbeat de Sesjun Radioshows zo bijzonder maakt, is dat het beeld hersteld wordt van dat van de trompettist die zijn magie in die jaren verloren had. Hij speelt subliem op de gecompileerde stukken, wat volgens het tijdschrift wellicht te maken heeft met het respect dat hij had voor de heren Dick de Winter en Cees Schrama, op wier uitnodiging hij in de jaren 1976-1985 zes sessies deed voor het Tros radioprogramma Sesjun.


Schrama, die gedurende de periode 1973-2004, waarin het programma live op de radio werd uitgezonden, de presentatie deed, is trots op de bespreking. Inderdaad had hij een goede band met de door zijn heroïneverslaving als onhandelbaar bekend staande trompettist. 'Hij respecteerde me ook omdat ik zelf piano speel, dat schepte wellicht een band.'


Vierenzeventig jaar is hij inmiddels maar nog altijd actief als muzikant ('ik zit in een heerlijk bandje met Hans Dulfer'), bestuurslid en adviseur binnen de jazzwereld. Ook was hij tot vandaag nog verbonden aan platenlabel Universal.


Al decennia lang leefde bij Schrama de wens om met dat machtige Sesjun-archief iets te doen. 'Er zijn in de loop der tijd her en der wel eens wat opnamen uitgebracht van bijvoorbeeld Monty Alexander, maar er is nooit structureel werk gemaakt van een reeks platen of cd's met Sesjun-opnamen.'


Een paar jaar geleden kwam dan toch het verzoek van het Hilversumse Beeld en Geluid, waar alle omroepen hun opnamen laten beheren: of Schrama er niets voor voelde een serie Sesjun-cd's uit te brengen. Alle topartiesten van Stan Getz tot Art Blakey en van Clark Terry tot Sarah Vaughan zijn immers in Laren, waar de meeste uitzendingen vandaan kwamen, langsgeweest.


'Mooi idee. Ik ben de boel toen gaan inventariseren. Nou, ik zal niet zeggen dat het een puinhoop was, maar toen de Tros na zes maanden eindelijk reageerde, bleek dat er behalve wat computergegevens over data en bandleden niks meer aan informatie over de radioprogramma's te vinden was. Een goed gedocumenteerd archief bestaat niet.'


Gelukkig heeft Schrama al die jaren zelf wel alles goed in ordners bijgehouden, en daar moest hij het maar mee doen. De banden, ondergebracht bij Beeld en Geluid, bevatten echter niet al het materiaal dat er in de meer dan dertig jaar is opgenomen, want veel tapes werden indertijd gewist om ruimte te maken voor andere programma's.


Schrama: 'Het was niet zo zeer de kwestie dat de tapes te kostbaar waren, nee, het was vooral een ruimteprobleem. Programmamakers werden aan het eind van ieder jaar op de vingers getikt: de kasten waren te vol, de banden namen te veel ruimte in beslag, daar moest wat aan gedaan worden.'


Vooral de banden met optredens voor en na de daadwerkelijke uitzendingen moesten het ontgelden, aldus Schrama. Gelukkig deed vanaf 1980 de veel compactere DAT-tape zijn intrede.


Maar je kunt nog zulke mooie opnamen gereed hebben voor cd-uitgave, er is nog altijd het probleem van de rechten. 'Dat heeft me er jaren van weerhouden echt werk te maken van de Sesjun-opnamen. Nooit nam een artiest of de rechthebbende familie de telefoon op, niemand wist wie of wat er verantwoordelijk was en mailtjes werden evenmin beantwoord.'


Dat probleem is, zo stelt Schrama, nu verholpen, want het team T2 Entertainment dat de Sesjun-cd's uitbrengt, heeft in de Verenigde Staten uitstekende contacten met distributeur Naxos. Zij hebben de juiste mensen ingehuurd om de rechtenkwestie snel op te lossen en de opnamen te 'clearen'. 'Een lastige klus, want je hebt te maken met platenmaatschappijen, uitvoerende artiesten en uitzendgemachtigden.'


Inmiddels zijn er twee dubbel-cd's met Sesjun-opnamen verschenen. Naast die van Chet Baker ligt er ook een uitgave met sessies van Art Blakey & The Jazz Messengers in de schappen. 'Helaas zonder de sessie uit 1981 met een toen achttienjarige Wynton Marsalis die de hele band zo ongeveer zelf leidde. Die banden zijn verloren gegaan.'


In maart volgt een keuze uit de sessies die pianist Bill Evans in Laren gaf terwijl een Stan Getz-uitgave in voorbereiding is. Schrama is trots en ook opgelucht. 'Zonder de connecties en het speurwerk van Naxos, was dat nooit gelukt.'


Dan was er op z'n minst tot 2024 niks met het immense Sesjun-bestand gebeurd, want dan pas vervallen in Europa de opnamerechten.


Volgens de huidige regelgeving binnen de EU verliezen platenmaatschappijen en artiesten na vijftig jaar het alleenrecht op hun opnamen en hoeft er alleen nog voor composities en teksten aan rechten worden afgestaan. Dat scheelt niet alleen een hoop zoekwerk maar maakt nieuwe uitgaven van oud werk ook betaalbaarder.


Schrama heeft er niet op gewacht, Bert Vuijsje, co-producent van de Dutch Archives-serie Jazz At The Concertgebouw (uitgegeven door het Muziek Centrum Nederland, MCN) wel. De reeks uitgaven met legendarische nachtconcerten, zoals die vooral in de tweede helft van de jaren vijftig in het Amsterdamse Concertgebouw georganiseerd werden, begon in 2007 met de cd Indian Summer van Chet Baker, opgenomen in september 1955.


Schrama: 'Bert was dolblij toen het zover was dat hij het concert gewoon mocht gaan uitbrengen. Terecht, ik was erbij indertijd en het waren allemaal geweldige belevenissen.'


Vuijsje erkent dat het inderdaad wachten was tot de magische vijftig jaar verstreken waren. Maar dan zou er ook mooi materiaal kunnen verschijnen. 'Het Nederlands Jazz Archief heeft indertijd tientallen concertbanden van impresario Lou van Rees voor het bescheiden bedrag van 25 duizend gulden overgenomen. Van Rees nam alle concerten op voor eigen gebruik, zodat er een schat aan materiaal beschikbaar is.'


Zoals de Sesjun-cd van Chet Baker bijzonder is omdat erop blijkt dat de trompettist in zijn latere jaren nog beslist niet uitgeblust was, is de MCN uitgave ook historisch zeer interessant. Want, zo stelt Vuijsje, het betreft hier een van de weinige kwalitatief goede live-opnamen van Chet Baker samen met pianist Dick Twardzik. Twardzik zou luttele weken na zijn Concertgebouw optreden in Parijs aan een overdosis heroïne overlijden, maar geldt nog altijd als een van de avontuurlijkste, meest veelbelovende muzikanten met wie Baker ooit speelde.


Los van de muzikaal zeer hoogwaardige opnamen is het ook de hoesfotografie die de vier tot nu toe verschenen cd's in de Jazz At The Concertgebouw de moeite waard maakt. Vuijsje: 'Bij al die concerten was of Ed van der Elsken of Eddy Posthuma de Boer aanwezig, en soms beiden. We willen met iedere cd zo dicht mogelijk de sfeer van het concert benaderen en proberen de fotografie steeds zo te selecteren dat voorop een frontshot van de artiesten staat, en achterop een van achteren geschoten foto.'


Maar los van de prachtige fotografie gaat het Vuijsje vooral om de muziek en het historisch belang ervan. De cd's van het Gerry Mulligan Sextet (1956) en J.J. Johnson Quintet (1957) zijn bijzonder omdat er weinig live-opnamen bestaan van de bariton-saxofonist en de trombonist in de bezetting waarmee ze toen optraden.


Ook het vierde deel in de reeks, If This Isn't Love van Sarah Vaughan, voegt een bescheiden voetnoot toe aan de jazzgeschiedenis. Los van de afwisseling tussen uitbundig en teder die Vaughan op 7 juni 1958 in haar set demonstreert, is er de even hilarische als historische toegift. Samen met de muzikanten Don Byas en Arvell Shaw uit het voorprogramma keert ze terug om How High The Moon te zingen. Precies op de manier waarop Ella Fitzgerald dat placht te doen. Dus vol met scats. Alleen, na het eerste refrein, wist ze de tekst niet meer. Er volgt een prachtig staaltje muzikale vrolijkheid, dat het verdient ook buiten onze landsgrenzen gehoord te worden.


Een Amerikaanse distributeur is er volgens Vuijsje echter nog niet, maar daar kan verandering in komen nu het Japanse 55 Records zich in Amsterdam gemeld heeft. De Sarah Vaughan-cd is de eerste uit de reeks die in Japan zal verschijnen, wat mogelijk tot meer internationale contacten zal leiden.


De cd's zijn het waard. Net als de Sesjun-cd's toont deze reeks aan dat Nederland over jazz-historisch zeer belangrijk materiaal beschikt. De vraag is ook waarom er relatief zo weinig mee gebeurt.


Schrama en Vuijsje hebben daar wel een antwoord op. Schrama vermoedt dat het een platenmaatschappij als Universal te veel werk kost voor een te kleine markt. Vuijsje wijst liever naar 'onze vrienden in Andorra'. Daar zitten vele vage platenlabels als Lone Hill Jazz en Domino (niet te verwarren met het Britse poplabel) die straffeloos eigen uitgaven maken van heruitgaven zoals die door andere labels gemaakt zijn.


Vuijsje: 'Een vervelende bijkomstigheid van de Europese vijftig jaar-regelgeving is dat die labels mooie heruitgaven, waarin veel moeite en geld gestoken is, meteen in een eigen editie voor de helft van het geld op de markt brengen. Formeel mag dat niet, maar wie wil er een rechtszaak in Andorra beginnen?'


De artiesten niet, want veelal betreft het opnamen die meer dan vijftig jaar oud zijn. 'Maar niet altijd', zegt Vuijsje. 'Van Eric Dolphy's laatste concerten in Nederland heeft Domino ook onlangs een cd uitgebracht, en die opnamen stammen uit 1964.'


Erger vond Vuijsje het dat er ook van 'zijn' Chet Baker een goedkopere versie uit Andorra op de markt verscheen. 'Alleen Lou van Rees had opnamen uit het Concertgebouw, die zijn nooit uitgezonden en alleen op onze cd uitgebracht. Dat hebben ze gewoon gekopieerd.'


Door deze praktijken, zo weet Vuijsje, wordt de jazzliefhebber veel moois onthouden. 'Dat er de laatste jaren relatief weinig belangwekkende historische jazzuitgaven verschijnen, terwijl er in de jaren negentig nog zo enthousiast mee werd begonnen, komt niet alleen door downloaden en het gegeven dat de mensen steeds minder cd's kopen. Een maatschappij als Sony heeft er dankzij dit soort praktijken domweg geen zin meer in.'


Zo bracht Sony in 2001 een prachtige box uit waarop alle Columbia-opnamen van Billie Holiday verzameld stonden. 'Alles was schitterend geremasterd, je hoorde ineens wel de gitaar bijvoorbeeld. Vuijsje: 'Opnamen uit 1938 klonken alsof ze uit 1958 kwamen. Maar even later had een vaag bedrijfje in Andorra de hele handel zelf op cd gezet en boden ze het voor de helft van het geld aan.'


Sony trok, zegt Vuijsje, daarop de plannen in voor grote Duke Ellington- en Louis Armstrong-projecten en hield zich hooguit nog bezig met het uitgeven van Miles Davis-boxen.


De grote platenfirma's zien geen heil meer in het voor veel geld oppoetsen en beschikbaar maken van hun jazz-schatten. Jazzfans zijn dus vooral aangewezen op liefhebbers als Schrama en Vuijsje die beiden werken aan zowel historisch belangrijke als zeer genietbare series jazz cd's waar labels met postadres in Andorra hopelijk vanaf blijven.


Met instemming haalt Vuijsje een grap aan die hij ooit hoorde van Michael Cuscuna, oprichter van het vermaarde Mosaic Records, dat gespecialiseerd is in even verantwoorde als dure jazzuitgaven. Deze zei: 'Ik heb George W. Bush dringend verzocht om ook eens een invasie in Andorra te doen. Maar hij wilde helaas niet.'


Meer over