Een plotse liefde is nog geen relatie

E EN PLOTSE verliefdheid tussen twee mensen wordt door beiden wel eens omschreven als een aardbeving. In de Turks-Griekse relaties is een beetje het omgekeerde te bespeuren....

Groeit er echt iets moois uit deze publiekelijke uitingen van affectie, die zowel in Athene als in Ankara op vrijwel alle krantenpagina's in chocoladeletters worden uitgedragen? Er is iets aan het schuiven, zoveel is duidelijk. Maar hoeveel, en wat en voor hoelang, dat is de grote vraag.

Vooralsnog spelen de emoties de belangrijkste rol. Menselijk leed is grensoverschrijdend, en de televisiebeelden van alle Dimitri's en Jorgo's die spontaan de Turken in Izmit en Gölcük te hulp snelden na de aardschok, bracht het vijandbeeld van velen aan het wankelen. Omgekeerd gebeurde hetzelfde.

De in rode overalls gestoken Turkse reddingswerkers van AKUT - overigens geen staatsinstelling, maar een non-gouvernementele organisatie - verrichtten goed werk in de Atheense puinhopen. Een Griekse tv-presentator beschreef hoe het AKUT-team een jongetje vanonder het puin wist te bevrijden. Toen een Turk een slok water nam uit een fles die hem door een Griekse collega was aangeboden, ging de presentator zowat uit zijn dak: 'Het is dezelfde fles als waaruit Grieken net hebben gedronken. Dit is prachtig!'

Een ander voorbeeld van het veranderend vijandbeeld was de jaarlijke herdenking van de Turkse overwinning op de Grieken in Izmir, het vroegere Smyrna, op 9 september. Gewoonlijk wordt dit uitbundig gevierd. Als Grieken verklede acteurs worden gewoonlijk 'gebajonetteerd' en vervolgens in zee gesmeten. Vorige week donderdag werd de bevrijding van Izmir slechts herdacht met een sobere kranslegging en het spelen van het Turkse volkslied.

De Grieks-Turkse relaties bereikten begin dit jaar een dieptepunt na het oppakken van PKK-leider Öcalan in Kenia. Ankara was witheet over de Griekse steun aan de rebellenleider. Dit alles kwam bovenop de conflicten over de stationering van S-300 raketten op Cyprus en het gesteggel rond het eilandje Imia in de Egeïsche Zee, waarvan de Turken vinden dat het Kardak heet.

Merkwaardig genoeg was de affaire-Öcalan ook het begin van een zekere dooi tussen Athene en Ankara. De Griekse minister van Buitenlandse Zaken, Theodoros Pangalos, had niet alleen een flinke lichaamsomvang, maar ook een dito mond. Turken betitelde hij als 'dieven en verkrachters'. 'Dikke Theo' moest opstappen vanwege de klungelige manier waarop met Öcalan was omgesprongen.

Daarmee werd de weg vrijgemaakt voor de veel pragmatischer en gematigder Georgios Papandreou die het goed kan vinden met zijn Turkse collega Ismail Cem. Sinds die tijd wordt regelmatig gepraat. Zo werd gisteren in Ankara overlegd over samenwerking op cultureel gebied, illegalen, drugshandel en terrorisme.

Maar hoe diep gaat de plotse verbroedering? Een Turkse politicoloog wil zelfs van dat woord niet horen. 'Dit zijn puur uitingen van medelijden van beide kanten. Verder niks.'

Bijval komt er van een Nederlandse waarnemer die zegt dat de Grieken na Öcalan in een beroerd pakket zaten, zeker tegenover de VS die de leiding geven aan de bestrijding van het terrorisme. En ook binnen de EU was er groeiende wrevel over het Atheense houding jegens Turkije. Daarom hebben de Grieken deze kans met beide handen aangegrepen. Turkije kan zeniets schelen, meent hij.

En waarschijnlijk is dat wederzijds. Ook in Ankara zit het wantrouwen diep. Verwacht niet te veel van Cem, zegt de Turkse politicoloog, hij is slechts de spreekbuis van het establishment.

Er wordt gepraat, maar dat is dan ook alles. Overleg is er alleen over zaken waarover al een zekere mate van overeenstemming bestaat. Alle conflictpunten zijn taboe. Er wordt niet gesproken over de aanspraken op onbewoonde eilandjes. Laat staan over Cyprus, de Egeïsche Zee of over de wederzijdse wapenwedloop.

Sterker nog, de zaak-Cyprus zit muurvast. Ankara en zijn voorpost Rauf Denktash, de 'president' van de Turkse Republiek van Noord-Cyprus, hebben zich diep ingegraven. De standpunten zijn danig verhard, wat logisch is gezien de samenstelling van de regering in Ankara die bestaat uit felle nationalisten van centrumlinks en extreemrechts.

Daarom is het veel te vroeg om het glas te heffen op de twee nieuwe gelieven. De enige winst tot nu toe is dat de wederzijdse verkettering even van de voorpagina's is verdrongen. Maar dat kan morgen weer anders zijn.

Meer over