Een pijntje en nog 90 km te gaan

Lange tijd ging Bram van Rijswijk onbedreigd aan kop op het NK tijdens de Run van Winschoten. Toch kreeg het sombere stem-metje in zijn hoofd gelijk.

WINSCHOTEN - Hoe gek moet je zijn om 100 kilometer te gaan lopen? 'Ach, ik ben nu eenmaal een dieseltje', zegt Bram van Rijswijk lachend. De eerste 60 kilometer vindt hij eigenlijk niks aan. 'Dat is een kwestie van doorkomen.' Daarna begint het pas écht. 'Dan hoef ik alleen nog maar een marathon te lopen.'

Van Rijswijk is een tanige jongen met vrolijke sproeten, 31 jaar oud en afkomstig uit het Brabantse Hapert. Hij is een van de favorieten bij de Run van Winschoten, een ultraloop van 100 kilometer, die tegelijkertijd ook het NK op die afstand is.

In een vakantiepark, niet ver van Winschoten, viel Van Rijswijk vrijdagavond om 23.00 uur in slaap. Zes uur later, het was nog donker, schoot hij alweer wakker en begon hij aan zijn ontbijt: zeven boterhammen met appelstroop.

Twee jaar geleden merkte hij tijdens duurlopen met vrienden dat het hem, naarmate de afstand toenam, steeds makkelijker afging. Toen hij vervolgens in het Limburgse Stein meedeed aan een zesuurswedstrijd, liep hij direct 84 kilometer. Van Rijswijk had zijn bestemming gevonden: hij was een ultraloper.

Daar zijn er niet heel veel van in Nederland. De top bestaat slechts uit een handjevol lopers, van wie Jan-Albert Lantink de bekendste is. Hij doet vandaag niet mee, omdat hij in training is voor de Spartathlon, een wedstrijd van Athene naar Sparta over 246 kilometer.

In vergelijking met hem is Van Rijswijk nog maar een rookie: hij gaat vandaag op voor zijn derde 100 km. Vorig jaar zomer maakte hij zijn debuut in Oostenrijk, in een wedstrijd over onverharde bergpaden. In juni van dit jaar, in het Belgische Torhout, liep hij op een verhard parcours 7.30.28. In Winschoten is zijn doel om onder de 7 uur en 15 minuten te finishen.

Van Rijswijk werkt bij de Belastingtelefoon, waarmee hij binnenkort naar Den Bosch verhuist. De nieuwe afstand tussen zijn woonplaats en werk bedraagt precies 42 kilometer heeft hij al berekend. Komt goed uit: kan hij voortaan mooi op vrijdagmiddag naar huis lopen. Nee, zijn collega's kijken daar niet raar van op. 'Ze houden juist alles bij wat ik doe.'

Om precies tien uur gaat Van Rijswijk, met nummer 12 op zijn borst, van start voor tien ronden van 10 kilometer. Hij begint in een betrekkelijk laag tempo. Geen energie verspillen in de beginfase, luidt het parool. Die beginfase duurt een uurtje of drie. Doodsaai. Hij denkt nergens aan onderweg. 'Ja, aan hoe het gaat. Hoe de benen voelen. Meer niet.'

Het antwoord op die vraag is niet al te positief. In het begin van de tweede ronde krijgt Van Rijswijk pijn aan zijn rechterknie. Vanaf dat moment gaan er twee stemmetjes in zijn hoofd tegen elkaar praten. 'Dit zit niet goed', zegt het ene, sombere, stemmetje.

Maar hij weet uit ervaring dat niets is wat het lijkt tijdens een 100 kilometer. Op 40 kilometer kun je het niet meer zien zitten, terwijl je op 60 kilometer plotseling in de vorm van je leven verkeert. 'Doorgaan!', roept het andere stemmetje daarom.

Twee jaar geleden deed Van Rijswijk ook mee in Winschoten. Toen moest hij na 50 km opgeven, geradbraakt als hij was door de hitte. Nu regent het doorlopend. Het zijn perfecte weersomstandigheden voor hem. Van Rijswijk ligt onbedreigd aan kop op het NK.

Langs de kant van de weg, bij de drinkposten, staat zijn maatje Tom, een dorpsgenoot uit Hapert. In totaal heeft hij 6 liter aan bidons bij zich. Het enige wat Van Rijswijk tijdens de wedstrijd eet zijn bananen en gelletjes. De hele week heeft hij al aan de pasta gezeten. Zelfs gisteravond heeft hij nog een bord droge spaghetti naar binnen gewerkt. Dat moet genoeg zijn.

Maar ja, die knie. Vijf dagen eerder heeft hij nog 25 kilometer pijnvrij gelopen, dus hoe kan dit nou gebeuren? Hij ligt nog wel goed op schema. Maar om de knie te ontlasten, gaat hij iets anders lopen. Niet alleen mentaal, maar ook fysiek wordt het nu al een hele zware wedstrijd.

'Ultralopen is een metafysische gebeurtenis. Het lichaam gaat op een gegeven moment dood, de geest neemt het over. Je wordt iemand anders', zei Yiannis Kouros, de Griekse oud-wereldkampioen 24-uurslopen, ooit. Die transcendentie ondergaat Van Rijswijk vandaag niet. Tevergeefs heeft hij in de vierde ronde geprobeerd zijn geïrriteerde knie te masseren. Als hij na 3.36.24 uur de finishlijn voor de vijfde keer passeert, trekt hij met zijn beide handen een horizontale lijn: stoppen.

Niet veel later zit hij in de sporthal op een bankje. Naast hem ligt het startnummer 12. Moe is Van Rijswijk niet eens. Wel teleurgesteld. 'Dit voelt als een nederlaag. Alles ging goed, alleen die knie werkte niet mee. Ik dacht alleen maar: hoe hou ik dit nog 50 kilometer vol?'

Ultralopen is net als koorddansen, zegt hij, wrijvend over zijn knie. 'Het verschil tussen een pijntje wat je eruit loopt en een chronische blessure is flinterdun. Helaas had ik met het laatste te maken. En dan is de 100 kilometer onverbiddelijk.'

Volgende maand is de marathon van Eindhoven, waar hij voor een teamgenoot gaat hazen. En in 2015 wil hij de 120 kilometer van Texel lopen, een lang gekoesterde wens. 'Ik ben nog hartstikke jong', zegt Van Rijswijk. 'Er liggen gelukkig nog kansen genoeg in het verschiet om de 100 kilometer onder de 7.15 te lopen.'

Dan pakt hij zijn tas in. Hij wil zo snel mogelijk naar huis. Naast hem staat Tom al klaar met de autosleutels.

6.46.25 UUR

De Fransman Michael Boch (6.46.25 uur) won zaterdag de Run van Winschoten. De strijd om het Nederlands kampioenschap 100 kilometer werd in de laatste ronde beslist in het voordeel van Dave Boon. Bij de vrouwen zegevierde de Duitse Simone Stöppler in 8.30.28 uur. Nederlands kampioen bij de vrouwen werd Esther Devilee in een tijd van 10.32.33 uur.

Meer over