Een pas de deux met de computer

Pas op voor de ingang van theater Frascati. Voor je er erg in hebt, wordt je opgeslokt door een virtuele wereld....

'De spannendste avond van mijn leven', noemde organisator Robert Steijn dit programma bij de opening van We Proudly Present. Een testavond vol blind dates tussen theater- en dansmakers en computerkunstenaars.

In verschillende zalen tonen koppels en trio's hun experimenten. Met opvallend veel apparatuur en weinig menselijk vlees.

Zoals bij improvisator Michael Schumacher, beeldend kunstenares Yvonne Fontijne en componist Joel Ryan. Terwijl Ryan en Fontijne verscholen zitten achter een rij computers, strekt Schumacher - in romig katoen - zich uit op een witte ronde schijf. Een navelstreng van dikke kabels verbindt hem met het digitale moederbord.

Terwijl hij diep in- en uitademt verschijnt een vette druppel op het filmscherm die langzaam met hem meeresoneert. Onder de pleisters op zijn handen zitten sensoren verscholen, die het contact met de vlonder registreren.

Ieder touch wordt beantwoord met een rare trilling of een virtueel beeld. Klusters van witte snippers of pillen die met elkaar versmelten. Bewust probeert het drietal associaties op te roepen met virussen en bacillen.

De toeschouwer moet nadenken over het improvisatietalent van het lichaam op biomoleculair niveau. Cellen die bijvoorbeeld reageren op medicijnen of mutaties in de DNA-structuur.

De uiterst trage - vijf uur! - maar daardoor intrigerende performance van de techniek Motion Capture roept in ieder geval een oerbeeld op: niet mother nature maar mother technology and her son. Uit de witte baarmoeder wordt een nieuwe mens geboren. Iemand die zijn lichaam ontdekt doordat zijn impulsen de ruimte vullen met beeld en geluid.

In de grote zaal registreert Boris Gerrits met een superkleine digitale camera ondertussen de zachte bewegingen van Pauline de Groot. Een danseres op leeftijd dus easy moving. Ter plekke manipuleert theatervormgeefster Isabel Jenniches de opnames met het computerprogramma Imagine, ontwikkeld door de Stichting voor Electro-Instrumentale Muziek. Het resultaat is een bewegend mega-schilderij met wel tien duplicaties van De Groot, voor even bevroren in onmogelijke standen.

Deze 'multiple dancesyndroms' moeten haar dagdromen zijn. De wens om fantasieën zichtbaar te maken zonder ze in die gehate taal van woord en tekst te moeten vatten.

Het publiek - massaal toegestroomd - vindt het bij aanvang allemaal fantastisch. Met eerbied proeven ze van de gekke laboratoriumsfeer, staren naar de flikkerende schermpjes en de druk gebarende organisatoren met mondmicrofoontjes. Ze applaudisseren voor Karen Lancel die zich in de geest van Marina Abramovic meermalen tegen een perspex wand klapt: boem doet de hele zaal.

Maar er vallen te veel gaten en een landerigheid daalt neer over theater Frascati. Het ongeduld over ongekaderd materiaal overvleugelt de fascinatie voor nieuwe media. Ooit moet het zo gegaan zijn toen het medium film voor het eerst werd gebruikt op de kermis. Zouden ze in de volgende eeuw refereren aan die gedenkwaardige avond in Frascati, toen de dans en de computer elkaar voorzichtig kusten?

Hoewel geen harde schijf crasht - slechts één kabel laat het afweten - gaat het experiment voor een aantal toeschouwers op zijn bek. Een harde kern blijft over. Op alle monitoren door het hele pand verschijnt de dikke druppel van Schumacher en Fontijne. Hoeveel rekenkracht is daarvoor nodig?

Morgenavond is het gala, tijdens De Nacht van de Improvisatie. Dan wordt er niet meer getest maar gedanst. Een pas de deux met de computer.

Meer over