Een ontdekkingstocht van het donker naar het licht

'Leuk hé', zegt architect Koen van Velsen, terwijl hij door 'zijn' filmacademie loopt. En nog eens 'leuk hè'. Van Velsen geniet....

De tocht door de academie, aan het mr. Visserplein in Amsterdam, is een reis van het donker naar het licht. Per verdieping krijgt het daglicht meer kans, met als allerlichtste punt het dak van het gebouw, een trapsgewijs oplopend binnenplein waar het verkeerslawaai plaats maakt voor de klanken van het klokkenspel van de nabijgelegen Zuiderkerk.

De beste plek om te bouwen was misschien wel Almere geweest, zegt Van Velsen half gekscherend. 'Veel meer ruimte, veel minder herrie.' Maar de academie hoort in de stad, vindt de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, Van Velsens opdrachtgever. Dat leidt tot botsende belangen. Wie filmt in een studio heeft absolute stilte nodig, wil zich afsluiten van de stad. De stad echter wil een open, uitnodigend gebouw.

De academie bestaat daarom eigenlijk uit twee delen. De kern is een grote betonnen doos, waarin studio's zijn ondergebracht, regiekamers, kleedkamers en een bioscoop. Een gereedschapskist, in de woorden van Van Velsen. Eromheen zit weer een gebouw, als een tweede huid. Het is een ring waarin klaslokalen zijn ondergebracht, montagekamers, geluidsstudio's en kantoortjes waar veel daglicht binnen valt. De mediatheek op de hoek van het mr. Visserplein en de Valkenburgerstraat heeft volop contact met buiten.

De kern en het gebouw eromheen staan los van elkaar, de kern heeft zelfs een eigen fundering. Tussen de twee is een vide met galerijen erlangs, die met bruggetjes zijn verbonden met de kern. Op alle verdiepingen kun je langs de kern naar boven en naar beneden kijken. 'Op de omloop ontmoeten mensen elkaar', zegt Van Velsen. 'En omdat je naar boven en beneden kunt kijken, langs de kern, weet je steeds waar je bent.' Wie op de vierde verdieping staat kan de begane grond zien, wie beneden staat, kijkt door het dak naar buiten.

Het interieur van de filmacademie is sober, Spartaans bijna. Beton overheerst, de wanden zijn wit, de vloerbedekking is betonkleurig. Het maakt het gebouw rustig, maar niet saai. Het wonderlijke is dat achter elke hoek nieuwe doorkijkjes wachten, nieuwe gangen naar de talloze kamers en kamertjes die het gebouw herbergt.

Op een paar plekken kon Van Velsen het niet laten om kleur te gebruiken. Zo is de bioscoop, met honderd zitplaatsen, 'nostalgisch' roodbruin. 'Een herinnering aan de bioscoop als theater', zegt Van Velsen. De meeste kleur zal echter van de gebruikers moeten komen.

De filmacademie vormt nu nog de vierde wand van het mr. Visserplein, maar dat zal geen jaren meer duren. De gemeente wil midden op het plein een gebouw plaatsen, waardoor de academie straks aan een straat zal staan, in plaats van aan een plein. Van Velsen is daar blij mee. Terwijl hij vanaf de vierde verdieping uit het raam kijkt, zegt hij: 'Zoals het plein er nu uitziet, is het net een vuilnisbak.'

Ook het exterieur van de academie straalt rust uit. Om het gebouw zo 'open' mogelijk te maken, heeft Van Velsen het een groenglazen gevel gegeven, gevat in een aantal slanke betonnen ribben. De vier wanden weerspiegelen de straat, maar vooral de luchten, waardoor het uiterlijk van het gebouw steeds verandert. Om afwisseling te bewerkstelligen, heeft Van Velsen de achtergrond van het glas op sommige plekken wat donkerder getint.

De ingang is niet waar je hem in eerste instantie zou verwachten - aan het plein dat straks geen plein meer is - maar aan een plein dat eerst geen plein was. Doordat het gebouw de vorm heeft van een wiebertje, is aan de 'achterkant' een intiem, driehoekig plein ontstaan. Daar bevindt zich de verder redelijk bescheiden hoofdingang. Het plein heeft nu nog klinkers, maar krijgt een vloer van licht- en donkergrijs natuursteen naar een ontwerp van conceptueel kunstenaar Sol Lewitt.

De academie kost vijftien miljoen gulden, 'een schoolbudget'. Van Velsen was er blij mee. 'Daardoor is het een stoer gebouw geworden. Het heeft me gedwongen tot eenvoud, maar ook tot het beheersen van het totaal. Dat is waar ik naar streef. Mijn gebouwen moeten steeds helderder worden, steeds begrijpelijker.'

Meer over