Een ongeëvenaard fysiek talent

In de Verenigde Staten is Dan O'Brien de verpersoonlijking van de American Dream. Het adoptiekind van Jim en Virginia O'Brien won zijn gevecht tegen drank en drugs en rechtte de rug na een sportieve desillusie in 1992, om zich in Atlanta op de tienkamp te bewijzen als de beste atleet...

AL OP VOORHAND leek niemand aan de goede afloop te twijfelen, want de atleet die vroeger nog wel eens wilde struikelen over zijn eigen verwachtingen is innerlijk tot rust gekomen. Op dertigjarige leeftijd is O'Brien uitgegroeid tot een stabiele persoonlijkheid, die op het moment suprème zijn lichaam op indrukwekkende wijze kan laten exploderen. 'Ik heb geleerd van de moeilijke momenten in het leven', zei hij.

In de aanloop naar Barcelona '92 dichtten zijn sponsors Visa en Reebok hem in hun reclamecampagnes reeds de status van 's werelds beste atleet toe, maar de mentale last van die eervolle vermelding drukte te zwaar op zijn schouders. Tijdens de trials faalde Dan O'Brien bij het polsstok-hoogspringen reeds op de aanvangshoogte en het Olympisch goud dat voor hem gereserveerd leek, viel totaal onverwacht in handen van de Tsjech Zmelik.

Het idee de tartanbaan voorgoed vaarwel te zeggen, speelde nadrukkelijk door O'Briens gedachten. 'Niets leek meer zin te hebben. Zoveel mensen rekenden op mij en voor mijn gevoel had ik ze op het beslissende moment laten zakken.' Zijn coaches Mike Keller en Rick Sloan praatten de ontgoocheling uit zijn hoofd. O'Brien rechtte de rug, vestigde een maand na Barcelona een wereldrecord en richtte zijn vizier op Atlanta. 'Ik besloot nog harder te trainen en nog gedisciplineerder te leven.'

Hulp kreeg O'Brien daarbij van psycholoog Jim Reardon, in wiens optiek 's werelds beste tienkamper nooit een killer zal worden. 'Dan is in feite te aardig voor een topsporter. Hij heeft er moeite mee tegenstanders te verpletteren.' Reardon leerde O'Brien geen aandacht te hebben voor zijn opponenten en zich louter op zijn eigen prestatie te concentreren. 'Concentratie was één van Dans grootste problemen. Zet een camera en een paar leuke meiden langs de weg en Dan zal niet eens bij het stadion aankomen.'

Zijn fysieke talenten zijn echter ongeëvenaard. Coach Keller wees hem bijna tien jaar geleden al aan als de man die tweevoudig Olympisch kampioen Daley Thompson (1980 en '84) zou kunnen doen vergeten, maar het inlossen van die belofte liet langer op zich wachten dan gedacht. Pas in 1992, in het Franse Talence, loste O'Brien de Brit af als wereldrecordhouder.

Voor de Spelen van 1988 in Seoul moest O'Brien geblesseerd afhaken en vier jaar later bezweek hij tijdens de Amerikaanse kwalificatie-wedstrijden onder de spanning. Drie wereldtitels en een overwinning bij de Goodwill Games lieten over zijn suprematie op de decathlon echter geen twijfel bestaan. Volgens Rick Sloan heeft zijn pupil bovennatuurlijke gaven. 'Toen God de zenuwstelsels en spieren uitdeelde, zette hij Dan bovenaan de lijst.'

Zonder noemenswaardige inspanning groeide O'Brien bij het verspringen en hordenlopen en op de 100 en 300 meter uit tot highschool-kampioen van de staat Oregon, wat hem een invitatie opleverde van de universiteit van Idaho. Daar ontfermde Mike Keller zich over de getalenteerde tiener, die echter weinig trek leek te hebben de strakke trainingsschema van zijn coach na te leven. 'Als hij iets minder talent had gehad, zou hij nu niet aan de Olympische Spelen hebben meegedaan', aldus Keller.

Als student leek O'Brien ten onder te gaan aan de verleidingen van drank en drugs en de universiteit trok zijn beurs zelfs in. Keller gaf eveneens de moed op en O'Brien, die in die periode zelfs enkele malen in aanraking kwam met justitie, moest zijn toevlucht nemen tot tal van bijbaantjes om zijn studie te bekostigen. In USA Today noemde hij het eerder deze week een cruciaal punt in zijn leven. O'Brien kwam tot inkeer, wendde zich tot Keller en werd in genade aangenomen.

Thuis op de boerderij in Klamath Falls, Oregon verloren Jim en Virginia O'Brien nooit het vertrouwen in hun zoon, wiens excessieve gedrag volgens hen een gevolg was van Dans turbulente kleutertijd. Op 18 juli 1966 werd hij geboren als kind van een Finse moeder en een Afro-Amerikaanse vader, maar hun spoedige scheiding deed de zoon in een weeshuis belandden. Na korte verblijven in twee pleeggezinnen werd hij als kleuter geadopteerd door het echtpaar O'Brien.

Daar kreeg hij zijn definitieve voornaam Dan, nadat zijn eerste twee pleegouders hem achtereenvolgens Foster en Dion hadden genoemd. 'Hij was lief, maar ook schuchter', zei Jennifer O'Brien in USA Today. De aanwezigheid van nog vier adoptiekinderen in het gezin O'Brien - Tom (Mexicaanse ouders), Patricia (dochter van blanke moeder en donkere vader) en Sarah en Laura (beiden uit Korea) - werkte bevrijdend voor Dan. Vader Jim: 'Anderen vonden ons een vreemd gezin, maar onze kinderen vonden hun eigen verleden niets speciaals.'

In Atlanta zaten ze allemaal op de tribune, gehuld in T-shirts met aan de voorzijde de opdruk Dan O'Brien Atlanta 1996 en achterop de relatie van de betrokkene tot de superatleet - dad, mom, brother, sister. Hun support en verwachtingen werkten dit keer niet verlammend op Dan's spieren. Integendeel: 'Zij hebben me geleerd dat ze er hoe dan ook altijd voor me zijn. Daarom was ik dit keer niet nerveus, ik genoot slechts van het moment.'

Wybren de Boer

Meer over