EEN ONBEDUIDEND BAANTJE

HIJ zag er nogal bedrukt uit. Het kost Michiel Patijn, zo leek het in Den Haag Vandaag, enige moeite om te wennen aan zijn nieuwe baan als lid van de Tweede Kamer....

Hij bezat inmiddels een ov-jaarkaart, vertelde hij de tv-kijkers; aan een eigen kamer en een medewerker ontbrak het hem echter nog.

De oud-staatssecretaris zei het mogelijk te achten dat hij zich in de toekomst thuis zou gaan voelen in het parlement, maar vooralsnog straalde de arbeidsvreugde niet echt van zijn gezicht.

Vermoedelijk lopen momenteel meer mensen wat verloren rond door het gebouw van de Tweede Kamer. Het aantal nieuwkomers is dit jaar relatief groot en velen van hen ondergaan een cultuurschok.

Ook als zij, anders dan Patijn, in hun vorige baan niet beschikten over een auto met chauffeur, een batterij medewerkers, een hoge status en een goed salaris, zullen zij zich misschien inmiddels hebben afgevraagd waar ze aan begonnen zijn.

Iemand die zich dat als volksvertegenwoordiger geregeld heeft afgevraagd, is Hans Jeekel. Het oud-Kamerlid kijkt in zijn boekje Duizend dagen Kamervragen terug op de kleine drie jaar dat hij deel uitmaakte van de D66-fractie. Het is geen terugblik die veel vertrouwen geeft in het functioneren van de Tweede Kamer.

Jeekel typeert het Kamerlid als een kleine zelfstandige met één hulpje, als een soort Don Quichote ondersteund door Sancho Panza. Deze eenzame, droevige figuur zit beklemd tussen twee giganten, namelijk de bureaucratie en de media, die voor een groot deel de inhoud van zijn werkzaamheden bepalen.

De meeste plannen waarover Kamerleden zich buigen komen voort uit de bureaucratie, legt Jeekel, zelf afkomstig van het ministerie van Landbouw, uit. De politiek volgt in feite het bestuur. De bureaucratische administratie dringt haar zorgen op aan de politiek en laat hen tot essentiële politieke vragen verklaren.

Kamerleden met een ambtelijke achtergrond hebben dan ook een voorsprong, omdat ze de wereld der departementen van binnenuit kennen. 'De bureaucratische visie is als water, en je kunt als politicus dus maar beter leren zwemmen.'

Contacten met ambtenaren gingen Jeekel vermoedelijk beter af dan contacten met journalisten. Voor de verschijning van zijn boek had ik eerlijk gezegd nog nooit van hem gehoord.

De D66'er bezat blijkbaar niet de gave van fractiegenoten als De Graaf, Dittrich en Van Boxtel om regelmatig de publiciteit te halen en met deze roem enige compensatie te krijgen voor een gebrek aan invloed.

Jeekel kijkt ook een beetje neer op de gladde praters, op 'de bolste ego's', de grootste ijdeltuiten, die met oppervlakkige uitspraken en simpele one-liners de aandacht van de media weten te trekken. Hij kijkt überhaupt neer op de media, die zich sterk zouden laten leiden door de drie R' s: Ruzie, Rellen en Risico's.

Des te vervelender is het in de ogen van Jeekel dat - over het geheel genomen - jonge, onervaren, sensatiebeluste parlemementaire journalisten een enorme invloed uitoefenen op de politieke agenda. Zij zijn immers naarstig op zoek naar conflicten en creëren die desnoods door kleine, zakelijke meningsverschillen flink uit te vergroten.

De massale media-interventie in het politieke proces werkt jachtigheid en korte- termijn-denken in de hand. Zich verdiepen in wezenlijke problemen kan het Kamerlid nauwelijks, omdat hij steeds weer moet reageren op (pseudo-)nieuws in de actualiteitenrubrieken van de avond ervoor.

Naast de bureaucratie regeert volgens Jeekel dus de waan van de dag in de Binnenhofse Binnenlanden. Het gevoel dat alles wat hij meemaakte in de Kamer toch redelijk terzake deed, miste hij vaak. Hij zag vooral 'lachertjes, namelijk overdreven scherpslijperij, spel voor de bühne, kortetermijnjournalistenvoer en ''hoeveel haren gaan er op een speld''-procedures'.

Binnenkort zal op de deur van de Tweede Kamer het bord 'Verboden voor ondernemers' worden gespijkerd, voorspelde Jos van Rey vorig jaar in De Telegraaf.

De ondernemende VVD'er, zo ongeveer de belichaming van het particulier initiatief, zag op het Binnenhof alleen maar ex-ambtenaren en ex-onderwijzers rondlopen en gruwde van de parlementaire mores die mannen van de daad zoals hij op de vlucht deden slaan.

Lezing van Duizend dagen Kamervragen zal bij geen ondernemer, en eigenlijk bij geen enkele burger, de animo vergroten een overstap naar politiek Den Haag te wagen.

Toch wijst Jeekel op een lichtpuntje. De werkdruk in de Tweede Kamer wordt volgens hem namelijk sterk overdreven. Vijftig uur in de week, dat volstaat wel voor het parlementaire werk.

Bovendien kunnen Kamerleden rekenen op twee vrije maanden in de zomer, een week herfstreces, een week krokusreces, twee weken Paasreces, drie weken Kerstreces en nog iets met Pinksteren. Zo hebben zij in ieder geval tijd genoeg om een goede baan te zoeken.

Meer over