Een omgekruld Perzisch rotkleedje

Deze krant zal een verandering ondergaan, las ik, die met ‘Inkrimping en Verjonging’ wordt aangeduid. Liposuctie dus. En het overtollig vet dat wordt afgezogen, bevat onder andere ons: zeven columnisten, de generatiespecialisten....

Hoewel het pijnlijk is ergens uit te worden gebonjourd, waaruit dan ook, kroeg of krant, heeft iemand die van 1934 is, toch nog steeds niet zoveel meegemaakt dat er niet nog gerust van alles bij kan.

Kom maar op.

Tegenwoordig vergelijk ik de aanslag die gebeurtenissen op je kunnen plegen niet meer met voorbeelden uit de oorlog, maar liever met iets overzichtelijks, zoals bijvoorbeeld het verlies mijner tanden, onlangs. Fraaie tanden, echt wel, die ik wist te behouden tot op de leeftijd der sterken, dankzij driemaal poetsen per dag en nooit vergeten te flossen. En die tanden raakte ik kwijt in één klap.

Na een uitbundige verjaardagsviering van iemand die de leeftijd der zeer sterken had bereikt, kwam ik thuis en struikelde over een omgekruld Perzisch rotkleedje en viel wham bam met mijn kop op een Carrara-marmeren rottafeltje dat daar altijd al in de weg heeft gestaan.

Ik verbeeld me nog steeds dat ik het triomfantelijk getik heb gehoord van mijn tanden die stuiterden over de vloer, alsof ze er trots op waren mijn val muzikaal te mogen begeleiden en mij voor het laatst te dienen als de trouwe ivoren wachters die ze waren.

De eerste tand huppelde voorop, gevolgd door nummers 2, 3, en 4, ja, voor mijn part waren het er 5 of 7. Ik wilde het niet weten. Wat ik wel begreep, was dat het Lot me deze knal niet zomaar had verkocht; moest ik er geen lering uit trekken?

Er ging mij door het hoofd dat ik de volgende dag ergens in een deftig zaaltje moest voorlezen uit eigen werk. Maar ik kon geen zin meer correct over de lippen krijgen. En ik zag eruit als iemand die een recordomzet met de daklozenkrant kon behalen.

Ik dacht aan schrijvers die er geen been in zouden zien hun publiek tandeloos onder ogen te komen. Veel schoten me er niet te binnen. Behalve A punt Moonen dan en misschien Bob den Uyl met wat drank erbij, maar beiden zijn dood.

Dood!

Dat was mij nog niet overkomen. Het had kunnen zijn, maar mijn brave tanden hadden het voorkomen. In plaats van daarvoor dankbaar te zijn, rees oprechte woede in me op over het feit dat de eenvoudigste oplossing me door de neus was geboord. Toen volgde een openbaring: voor het eerst in mijn leven keek ik met goedkeuring uit op het einde ervan.

Dat beeld moest ik maar eens zien vast te houden.

Meer over