Een oerrund knutselen

Het legendarische oerrund, voorouder van alle moderne runderen, stierf in 1627 uit toen het laatste exemplaar werd geschoten in een Pools woud....

Door Ben van Raaij

Al te dichtbij moeten de bezoekers niet komen. De kudde Schotse hooglanders wordt steeds onrustiger en stormt dan door de weilanden weg, aangevoerd door een grote, donkere stier met imposante hoorns. Een groep Exmoor-pony’s galoppeert mee. Het is een on-Nederlands beeld, hier in de Oude Maasarm bij Keent. Het terrein van Brabants Landschap tussen Grave en Ravenstein lijkt oernatuur in wording.

Dat geldt in zekere zin ook voor de opvallende stier, een exemplaar van het Italiaanse ras Maremmana ‘primitivo’. Die is hier op een speciale missie. Hij moet helpen bij het weer tot leven wekken van het uitgestorven oerrund, een opmerkelijk plan van de Nijmeegse Stichting Taurus, die met eigen kuddes de natuurlijke begrazing verzorgt voor natuurgebieden van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Brabants Landschap.

Het oerrund of oeros (Bos primigenius), bekend van prehistorische grotschilderingen, was een kolossaal beest met grote hoorns dat na de ijstijden in heel Eurazië voorkwam, zo’n 8.500 jaar geleden in het Midden-Oosten werd gedomesticeerd en de stamvader werd van alle moderne runderen. Hij kwam in het wild nog duizenden jaren voor, in Nederland tot in de vroege Middeleeuwen, maar stierf uiteindelijk uit door bejaging en verlies van leefgebied. Het laatste exemplaar werd in 1627 geschoten in Polen.

Spijtig natuurlijk, maar waarom zou je zo’n verdwenen beest willen terugfokken? Om ecologische redenen, zeggen Ronald Goderie en Henri Kerkdijk van Stichting Taurus. Het oerrund vervulde als grote herbivoor een cruciale rol in de Europese oernatuur van vóór de komst van de mens. En zou dat weer kunnen doen, in de ‘nieuwe oernatuur’ van de Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000, gebieden die ook moeten fungeren als duurzame klimaatcorridors. ‘Zonder natuurlijke begrazing worden al die gebieden bos. Door begrazing krijg je een open, rijk en gevarieerd landschap. En het oerrund, dat naast gras ook bast en twijgen at, is de ideale begrazer.’

Goderie en Kerkdijk vinden hun huidige grazers minder geschikt. Zo is de langharige hooglander slecht aangepast aan een opwarmend klimaat. Ook is zijn kuddegedrag zwak ontwikkeld, waardoor hij terreinen slecht begraast. En het Galloway-rund is van origine een vleesras dat te grote kalveren krijgt en daardoor moeite heeft met zelfstandig afkalveren. ‘Daarnaast heeft hij geen hoorns, een nadeel als hij in de toekomst mogelijk ook wolven zal tegenkomen. Die zijn de Nederlandse grens al dicht genaderd.’

Bovendien zijn beide grazers na 25 jaar trouwe dienst een beetje saai geworden. Het oerrund zou een veel mooiere icoon zijn voor de Europese oernatuur. Kerkdijk: ‘Dit gaat ook om publieke perceptie. Je wilt geen wildernisnatuur met gedomesticeerde rassen en dan steeds die discussie over bijvoeren of niet. Met een zelfredzaam oerrund ben je daarvan af. Als een wild dier doodgaat, maakt dat bij het publiek veel minder emoties los.’

Dit is dus ongeveer het plan: een robuuste, zelfredzame replica fokken van het oerrund, een Oerrund 2.0, dat de juiste ecologische niche opvult, niet hoeft te worden bijgevoerd of geholpen met werpen, en zo veel mogelijk op het oerrund lijkt. Maar wel graag met een tam karakter, zegt Goderie. ‘Oerrundstieren waren vrij agressief, en dat zou dus gevaar kunnen opleveren voor recreanten.’

Maar kan het? Een uitgestorven beest terugfokken? Duizenden jaren van domesticatie en evolutie ongedaan maken? Nee, zegt Johan van Arendonk, hoogleraar Fokkerij en Genetica aan Wageningen Universiteit en adviseur van het project. ‘Je kunt een uitgestorven diersoort nooit volledig terugkrijgen. Hooguit iets dat het dier benadert.’

vervolg p2

‘Wij willen een rund dat niet alleen uiterlijk goed lijkt, maar ook genetisch’
Daarom spreken wij ook niet over het oerrund maar over de ‘TaurOs’, zegt Goderie. ‘Het dna van het uitgestorven oerrund biedt ons de blauwdruk, maar we gaan bestaande rassen gebruiken om daarbij in de buurt te komen. Met Jurassic Park en kloneren met fossiel dna heeft het dus niks te maken.’

Het project zit vol uitdagingen die het voor ‘Wageningen’ interessant maken, zegt Van Arendonk. ‘Het is een illusie te denken dat we het oerrund exact kunnen reconstrueren. We weten niet eens goed hoe het eruitzag en hoe het zich gedroeg. Om het te benaderen kunnen we geschikte dieren met elkaar laten paren, maar de uitkomst van zo’n paring blijft altijd een gok. Een ander probleem is dat je niet één dier wilt, maar een hele kudde. Voor een stabiele populatie heb je minimaal honderd reproducerende dieren nodig, maar het gevaar bij dit soort experimenten is dat zo’n kleine populatie door inteelt wordt ondermijnd.’

Niettemin gaat Project Tauros een poging wagen, met een combinatie van moderne genomics en ouderwetse foktechnieken, en met medewerking van talloze buitenlandse instellingen. Stap één: oerrund-dna verzamelen uit fossiele botten en tanden. Stap twee: het oerrund-dna vergelijken met dat van moderne runderrassen, om te zien welke rassen nog oerrundgenen dragen. Stap drie: met de geschikste rassen een fokprogramma opzetten. We keren als het ware de evolutie om, zegt Van Arendonk. ‘We volgen vanuit de bestaande genetische diversiteit via kruisingen het spoor terug naar het verdwenen oerrund.’

Die aanpak is dus heel anders dan die van de Duitse gebroeders Heck, die in de nazi-tijd zonder veel genetische kennis tamelijk lukraak probeerden een ‘Germaans’ oerrund te fokken. Dat Heckrund is qua kleur redelijk gelukt, menen Goderie en Kerkdijk, maar het is veel te klein, en de horens staan verkeerd. Bovendien is het dier agressief, mogelijk door inkruising van Spaanse vechtstieren, en daarom ongeschikt voor openbaar toegankelijke terreinen. Project Tauros ziet dan ook niets in nieuwe Duitse en Franse pogingen om vanuit het Heckrund tot een beter oerrund te komen. ‘Wij willen een rund dat niet alleen uiterlijk, maar ook genetisch goed lijkt.’

Materiaal voor dna-extractie stroomt inmiddels vanuit heel Europa binnen, waaronder middeleeuwse botten uit Tsjechië en een stuk hoorn van de laatste Poolse oeros, dat tijdens de Dertigjarige Oorlog in Zweden belandde en daar nu in een museum wordt bewaard. Maar ook Nederlandse monsters worden onderzocht, zegt moleculair bioloog Hans Lenstra (Faculteit Diergeneeskunde, Universiteit Utrecht), die vanuit het European Cattle Genetic Diversity Consortium bij Project Tauros betrokken is.

De monsters leveren hopelijk voldoende erfelijk materiaal op om het genoom van het oerrund te kunnen vergelijken met dat van het moderne rund, dat in 2008 in kaart is gebracht. Zo komen we misschien cruciale genen van het oerrund op het spoor, zegt Lenstra. ‘En dat levert dan hopelijk merkers op waarmee we moderne rassen kunnen screenen, om te zien bij welke nog relevante oerrundgenen zijn geconserveerd.’

Eerder genetisch onderzoek heeft volgens Lenstra uitgewezen dat vooral lokale Zuid-Europese runderrassen als de Spaanse Pajuna, Limia, Caldela en Sayaguesa, en de Italiaanse Podolica en Maremmana – zogeheten steppevee – nog veel primitieve genen vertonen. Ook qua uiterlijk en gedrag lijken zij het meest op het oerrund. Dat maakt ze de beste kandidaten voor het fokprogramma.

In dat fokprogramma zal door zorgvuldig terugkruisen – om technische en praktische redenen eerst via kunstmatige inseminatie en embryotransplantatie, daarna via gewone selectie – getracht worden de optimale mix te bereiken voor het nieuwe oerrund. Het ene ras heeft de juiste kleur (roodzwart voor de stier, roodbruin voor de koe), het andere de juiste hoorns (naar buiten, omhoog en naar voren draaiend), weer een ander het juiste eetdrag (browsen). In het proces zal voortdurend worden gemeten en geobserveerd of elke nieuwe generatie de gewenste kenmerken vertoont.

Hoge verwachtingen zijn er vooral van de Maremmana ‘primitivo’, het ras uit Zuid-Toscane waarvan de stichting in 2009 twee stieren en twee koeien kocht. Het zijn grote dieren met forse hoorns die eeuwenlang in half wilde staat in de moerassen van de Maremmen hebben geleefd. De stier in Keent is overigens niet de mooiste van de twee, zegt Kerkdijk. Die staat in Lingenzegen bij Arnhem. Hij is groter en heeft betere hoorns dan zijn rivaal. Mogelijk is hij ook stoerder. De Keentse stier moest afgelopen winter door de brandweer uit een wak worden getakeld. ‘Hij weet nog niet zo goed hoe hij een oerrund moet zijn.’

Hoe je een oerrund in de praktijk tot leven brengt, blijkt op een boerderij bij Keent, waar Hans Hurkmans van runderreproductiebedrijf Hurkmans ET twee Maremmana’s en wat hooglanders komt insemineren met Spaans sperma. De dieren zijn drie dagen eerder met het hormoon prostaglandine behandeld om ze ‘tochtig’ te maken, en staan nu geduldig in een omheining te wachten.

Hurkmans doet een latexhandschoen aan, steekt zijn arm tot de elleboog in de Maremmana en voelt, terwijl de poep stroomt, aan de eierstokken of het dier klaar is voor KI. Welk sperma wordt het?, vraagt hij. Limia, antwoordt Goderie. Hurkmans loopt naar zijn wagen, haalt twee rietjes uit de vloeibare stikstof, ontdooit ze, zet ze op een spuit en stopt ze weg in zijn hemd. ‘Hou jij de deur open?’, vraagt hij aan zijn assistent. Dan steekt hij de spuit diep in de koe en leegt hem in de baarmoeder. Over drie weken zal een echo uitwijzen of de KI succesvol was. De koe kijkt onaangedaan, zich onbewust van het historisch moment.

Het is duidelijk: Project Tauros is vooruitlopend op het genetisch onderzoek allang begonnen. Dit voorjaar zijn de eerste kalveren geboren, kruisingen van Maremmana, Pajuna en hooglander. Ook zijn er kalfjes geboren uit implantatie met Podolica-embryo’s. En nu is er dus een tweede generatie onderweg. Over een jaar of tien hoopt Stichting Taurus al een populatie te hebben die Europees kan worden ‘opgeschaald’. Daarvoor moeten wel externe fondsen worden aangetrokken, want nu betaalt de stichting alles zelf – uit de opbrengsten van de verkoop van ‘wildrundvlees’, afkomstig van overtollige hooglanders.

En het oerrund, wanneer hebben we dat terug? ‘Het echte oerrund krijgen we nooit terug’, zegt Van Arendonk. ‘Maar een replica met een goede gelijkenis en de juiste eigenschappen, die kun je op afzienbare termijn maken. Voor één generatie staat vijf jaar. Als je met zuivere rassen begint, heb je over twee generaties al een beetje wat je wilt. Over twintig, dertig jaar ben je dus een heel eind.’

Hoe dan ook, het begin is er. De twee net geïnsemineerde Maremmana-koeien springen de wei in, gevolgd door het half jaar oude stierkalfje, kruising van Maremmana en Pajuna en voorlopige trots van Project Tauros. Groot, hoog op de poten, roodbruin, met meelsnuit en aalstreep. Al bijna een klein oerrund.

Meer over