Een nieuwe stad met nieuwe mensen

Met de intrede van het containervervoer begon het verval van de Londense Docklands. Het dode havengebied van 22 vierkante kilometer treurigheid en lege kades is inmiddels veranderd in een nieuw stadsdeel, met kantoorkolossen en luxe appartementen....

RICH Gerard kijkt een beetje verloren uit over het Royal Victoria Dock. Aan de overkant van het water staat een vervallen gebouw, dat vroeger stralend wit moet zijn geweest en waar volgens het opschrift op de gevel ooit de Spillers Millennium Mills was gevestigd.

Gerard wijst naar de bijna door onkruid overwoekerde spoorrails op de kade. 'Daar reden de treinen van en naar de schepen.' Een Stothert & Pitt-kraan buigt zich weemoedig over het water. 'En hier, aan de andere kant, stonden de pakhuizen. Hoge, lange rijen. Allemaal weg.' Er liggen nog wat stenen, wat staal, en er groeien struiken met paarse bloemen.

Rich Gerard is 72 en hij heeft hier, in de Royal Docks van Londen, 33 jaar van zijn leven doorgebracht. 'Nee', zegt hij met in zijn stem de trots die de jaren heeft overleefd, 'ik was geen docker. Havenarbeiders waren anders, die hadden minder aanzien. Ik was een stuwadoor. Stuwadoor, dat kon je alleen worden als je vader óók stuwadoor was. Dat beroep ging over van vader op zoon, daar zorgde de vakbond voor. Ik heb zes broers, die waren allemaal stuwadoor.'

De grootvader van Rich Gerard werkte ook in de haven. Zijn overgrootvader ook, net als diens vader. Aan het einde van de achttiende eeuw kwam zijn familie, Franse hugenoten, naar Londens East End en ging in de haven werken. Toen in 1802 op het Isle of Dogs, aan de noordzijde van de Thames, de West India Docks werden geopend, in die tijd een wereldwonder van moderniteit en efficiency, was de bet-betovergrootvader van Rich Gerard er een van de eerste havenarbeiders.

Nog in 1964 vormden de Londense Docklands, die zich van London Bridge in het westen uitstrekken tot Beckton in het oosten, een van de grootste havens van de wereld. In dat jaar werd er nog 62 miljoen ton lading aan land gebracht. Maar vervolgens was het binnen de kortste keren afgelopen. In 1967 sloot St. Katherine's Dock in Wapping als eerste, veertien jaar later verliet het laatste schip de gigantische Royal Docks, ooit, aan het einde van de negentiende eeuw, de belangrijkste stapelplaats van het Britse wereldrijk.

Het containervervoer deed zijn intrede en voortaan kwamen de grote zeeschepen niet verder dan Tilbury, waar de Theems nog diep genoeg was.

Wat resteerde waren 22 vierkante kilometer treurigheid, lege kades, langzaam maar zeker in ruïnes veranderende pakhuizen en wegroestende kranen. Binnen enkele jaren liep de werkgelegenheid in de Docklands van honderdduizend arbeidsplaatsen terug naar hooguit 25 duizend. De geuren van koffie en thee, tabak en fruit verdwenen uit de dode docks.

Wie de ondergang van het Britse rijk lijfelijk wilde ervaren, kon in die jaren het best naar de de Docklands gaan, het deel van Londen waar het verval om zich heen greep omdat het hart, de haven, niet meer tikte.

Rich Gerard ging op zijn 55ste weer naar school en was drie jaar later welzijnswerker. Want daar was toen veel behoefte aan, in de werkloze Docklands, aan welzijnswerkers.

Nu is dat minder geworden. Want de Docklands hebben in vijftien jaar een in geen ander oud havengebied ter wereld geëvenaarde metamorfose ondergaan. Hoewel die nog lang niet is voltooid, is oostelijk van Londens centrum een nieuwe stad ontstaan. Inmiddels bedragen de investeringen meer dan dertig miljard gulden.

Waar vroeger de klippers uit India en Australië hun waar afleverden, waar zeestomers uit alle uithoeken van de wereld afmeerden, rijzen nu nieuwe kantoorkolossen op en wonen Londens rijken in hun tot luxueuze appartementencomplexen omgebouwde pakhuizen.

Wie met de trein uit het zuiden Londen binnenkomt, ziet aan zijn rechterhand de trots van de Docklands, de massieve, vierkante toren van Canary Wharf, met zijn 244 meter het op een na hoogste gebouw van Europa. Door de terroristen van de IRA is de kolos omgedoopt tot 'de pik van Groot-Brittannië', het macho-symbool van nieuwe arrogantie en macht. Ze zouden hem, als er niet net weer een staakt-het-vuren was uitgeroepen, dolgraag opblazen.

Dat een van de drie top-doelwitten van de IRA (volgens de veiligheidsdiensten, de andere twee zijn het parlement in Westminster en de Kanaaltunnel) zich ooit in de Docklands zou bevinden, hadden ze daar in 1981 niet durven dromen. In dat jaar riep de overheid de London Docklands Development Company in het leven.

De LDDC moest de Docklands nieuw leven inblazen omdat ze, volgens de toenmalige minister voor Milieu Michael Heseltine, waren verworden tot 'het meest acute en uitgestrekte toonbeeld in Engeland van de neergang van de stedelijke omgeving en van de noodzaak van stedelijke regeneratie.'

De regering, Thatcher was net twee jaar aan de macht, voelde er weinig voor daar zelf miljarden in te pompen - dat geld was er trouwens ook niet. Particulier initiatief was het toverwoord, de overheid leverde een bijdrage door belastingtechnische voordelen en de belofte dat er geïnvesteerd zou worden in de infrastructuur tussen de Docklands en het stadscentrum.

De eerste projecten waren al eerder begonnen, dicht bij de stad, in Wapping en, aan de zuidkant van de Theems, in Bermondsey en de oude Surrey Docks. In het begin van de jaren tachtig verbouwde een conglomeraat onder leiding van Sir Terence Conran - oprichter van de Habitat-interieurwinkels - de oude pakhuizen naast Tower Bridge tot appartementen.

Een beetje onderkomen met rivierzicht doet er inmiddels anderhalf miljoen gulden en wie er in een van Conrans coole eetgelegenheden wil dineren - de Pont de la Tour bijvoorbeeld - dient ook over een stevige bankrekeing te beschikken.

Miljoenen mensen konden zien hoe luxe de appartementen van Butlers Wharf zijn in de film A Fish Called Wanda van John Cleese. Cleese werd daarin ondersteboven uit het raam van een van de voormalige pakhuizen gehangen. De uit 1857 stammende Hay's Wharf, even verderop, werd gedempt en overdekt en de aangrenzende pakhuizen werden verbouwd tot winkels, chique restaurants en galeriën.

Aan de andere kant van de rivier vestigde Rupert Murdochs krantenconglomeraat News International zich in Wapping op de plaats waar ooit de London Docks lagen. Ook Wapping heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een gewilde woonwijk. Er wonen nu dertienduizend mensen, tweemaal zoveel als in 1981. In wat resteert van de oude havens liggen nu de zeilboten van de beter gesitueerde Londenaren.

Maar de eerste aanzet voor de waarlijk spectaculaire ontwikkeling van de Docklands kwam in 1985, toen de Engelse Bank financiële instellingen toestond zich buiten de City te vestigen. In 1986 zag een Canadese projectontwikkelaar, Olympia & York, onder meer daarom brood in de bouw van gigantisch kantorencomplex aan de voormalige West India Docks op het Isle of Dogs. Dat project zou wereldfaam verwerven als Canary Wharf - een oude naam, vroeger werden in het deel van de docks waar de gebouwen verschenen de tomaten van de Canarische Eilanden uitgeladen.

Canary Wharf, met een oppervlakte van 26 hectare, stond van meet af aan bekend als het meest ambitieuze stedelijke regeneratieproject ter wereld. Het Canadese Olympia & York, dat later aan de gepleegde investeringen ten onder zou gaan, wilde Canary Wharf uitbouwen tot het Europese equivalent van New Yorks Wall Street, tot het nieuwe financiële centrum van Europa. Als bouwproject overtreft het in omvang en investeringen ruimschoots de bouw van de Kanaaltunnel. De kosten tot dusver bedragen vier miljard pond.

Tussen 1982 en 1992 was dit deel van het Isle of Dogs een zogenoemde 'entreprise zone': investeringen waren voor honderd procent aftrekbaar van de belastingen en daarnaast golden minimale beperkende voorwaarden voor bouwplannen. Alleen de aanvankelijke hoogte van de Canary Wharf Tower, driehonderd meter, moest worden veranderd. De hoogte was een te groot risico voor de vliegtuigen van en naar City Airport.

In 1991 werd aan Canada Square de door de Italiaanse architect Cesar Pelli ontworpen wolkenkrabber van Canary Wharf geopend, deel van een complex dat, als het helemaal is afgerond, 22 gebouwen zal omvatten. De vijftig verdiepingen van de toren rusten op 222 palen, elk met een doorsnede van 1,8 meter en met een lengte van twintig meter. Op Canary Wharf werken nu al negentienduizend mensen.

Dat worden er nog veel meer. Als volgend jaar de Jubilee Line klaar is, een uitbreiding van de Londense ondergrondse, en het centrum van Londen op een paar minuten afstand komt te liggen, zal de bouwactiviteit een nieuwe impuls krijgen. De Dockland Light Railway, die nu nog de navelstreng met de stad vormt, heeft onvoldoende capaciteit om de laatste grote stap voorwaarts te ondersteunen.

Naar verwachting zal de totale hoeveelheid kantoorruimte begin volgende eeuw 1,25 miljoen vierkante meter bedragen. In de Canary Wharf Tower resteren nog enkele verdiepingen die te huur zijn. Vermoedelijk is de toren eind dit jaar vol.

Tekeningen die tonen hoe Canary Wharf eruit zal zien als het is voltooid, laten een neo-klassiek complex zien dat, ondanks zijn overdonderende afmetingen, stijl en ruimte uitstraalt. Het plein in het centrum van het complex wordt twee keer zo groot als Trafalgar Square. Nu al komen er per jaar anderhalf miljoen toeristen het nieuwste Londen bekijken.

In de hal van de Canary Wharf Tower weerspiegelen zich het optimisme, de toen klaarblijkelijk nog onuitputtelijke financiële reserves en de grootheidswaan van de Canadese projectontwikkelaars. De twaalf meter hoge muren zijn bekleed met Italiaans en Guatemalteeks marmer. De lijnen en kleurverschillen van de verschillende platen lopen bijna onzichtbaar in elkaar over: de platen werden uit de berg gezaagd, genummerd, en hier weer bevestigd alsof ze nooit waren gescheiden.

Boven biedt de toren een ongeëvenaard uitzicht over Londen en de meanderende Theems. Helaas is het alleen weggelegd voor mensen die hier werken om daarvan te genieten. De veiligheidsmaatregelen vanwege de IRA-dreiging staan geen toeristisch bezoek toe.

Dat die dreiging er is, bleek anderhalf jaar geleden. Op een paar honderd meter van de toren ontplofte op 9 februari 1996 de krachtige bom die een einde maakte aan het leven van twee Docklanders en die voor honderden miljoenen guldens schade aanrichtte. Nog steeds staan er kantoorgebouwen die tot op hun betonnen staketsels zijn ontmanteld.

De aantrekkingskracht van het Isle of Dogs is er niet minder om geworden. Het gebied ontwikkelde zich de afgelopen tien jaar bijvoorbeeld tot het nieuwe Fleet Street van Londen. Kranten als The Independent en de Daily Mirror hebben zich gevestigd in de Canary Wharf-toren, The Guardian, The Observer, Reuters en de Daily Telegraph huizen daar niet ver vandaan.

Inmiddels is, schuin achter de hoge wolkenkrabber, de bouw begonnen van een nieuwe toren, van de hand van de Britse architect Norman Foster, waarin Citibank vanaf 1999 haar hoofdkwartier zal vestigen, als de zoveelste financiële instelling die de dure en overvolle City verruilde voor de Docklands. Sinds 1981 vestigden zich in dat gebied zo'n veertienhonderd nieuwe bedrijven. De totale werkgelegenheid bedraagt inmiddels zeventigduizend, drie keer zoveel als vijftien jaar geleden.

'Dit wordt een hele nieuwe stad', zegt Rich Gerard. 'Een nieuwe stad met nieuwe mensen. Als ik hier rondloop, kan ik het bijna niet geloven. Jammer dat mijn vader het nooit heeft kunnen zien.' Er wonen op het Isle of Dogs volgens Gerard nog steeds echte East Enders. Maar hun aantal neemt af. Twintig jaar geleden kostte een hectare grond hier nog vijftienduizend pond, nu is dat opgelopen tot drie miljoen pond: wonen op het Isle of Dogs zal straks voornamelijk zijn weggelegd voor veelverdieners.

Gerard wijst naar de twee pakhuizen, die nietig omhoogkijken naar Canary Wharf. Ze dateren uit 1802. 'Toen de oude Gerard hier kwam werken, waren die een jaar oud.' Vergeten decorstukken lijken het, op een high-tech-toneel. 'Die bomen op het plein voor de toren, die zijn dertig tot vijftig jaar oud. Hebben ze uit Duitsland gehaald. Daarom staan ze ook zo mooi recht achter elkaar.'

Als het Isle of Dogs zal zijn volgebouwd, resteert nog het enorme gebied rond de voormalige Royal Docks: nu nog 240 hectare voornamelijk barre woestenij. Daar moet onder meer het grootste tentoonstellingscomplex van Groot-Brittannië verrijzen, de Londondome. Waar ooit de kade was van het Royal Albert Dock, ligt nu City Airport. Jaarlijks arriveren daar uit negentien Europese steden al een miljoen passagiers. Binnen enkele jaren zal dat aantal zijn verdubbeld.

'Ik liep hier in 1980, op de laatste dag van mijn werk in de Docks', zegt Rich Gerard. 'En ik zeg tegen mijn maat: over tien jaar landen hier vliegtuigen. Hij kreeg helemaal de slappe lach. Ga weg, zegt ie. En wat moeten de mensen in die vliegtuigen hier dan komen doen? Nou, je ziet het.'

Volgend jaar wordt de LDDC opgeheven en worden de Londense deelgemeenten in het gebied verantwoordelijk voor de verdere ontwikkeling. In 2014 moeten de Docklands af zijn: een nieuwe, hypermoderne stad, niet langer de slonzige achtertuin van Londen, maar een trots voorportaal. Een financieel centrum en woongebied voor ruim honderdduizend mensen, waar nog slechts de verbouwde pakhuizen en de oude zeemanspubs aan het verleden zullen herinneren. En de good old Theems natuurlijk, die onverstoorbaar naar zee zal blijven kronkelen.

We lopen naar een oude pub, waarvan de ramen zijn dichtgespijkerd, de oude Duke of Connaught. 'Hier kwamen de mensen die in de Royal Docks werkten 's ochtends bij elkaar', zegt Gerard. Achter de pub bevindt zich een klein straatje.

Gerard wijst: 'Aan deze kant stonden de honderden mensen die wilden werken, aan de andere kant de voormannen. Die pikten dan hun gangs eruit, waarmee ze de schepen gingen laden of lossen. Wie niet werd gekozen, ging weer naar huis, of naar de pub, als hij daar tenminste geld voor had.' Hij had altijd werk, zijn vader was voorman.

'Het was armoe', zegt hij. 'En het East End, dat waren voornamelijk slums waar de grote gezinnen als ratten bovenop elkaar zaten. Mensen die er waren geweest, zeiden dat het in Calcutta minder erg was dan hier.' Een mooi deel van de sloppen werd tussen september en november 1940 opgeruimd, door Duitse bommenwerpers, die 57 nachten achtereen een regen van bommen op het havengebied lieten neerdalen. De rest van de afbraak volgde na de oorlog, op vreedzamer wijze.

'Het verdwijnen van de haven heeft de sfeer hier totaal veranderd', zegt Gerard. 'Er zijn veel mensen uit de voormalige koloniën gekomen, meer dan de helft van de bewoners in de oude buurten rond de Docklands zijn immigranten. Die mensen missen het oude gevoel dat bij de haven hoorde, ze voelen zich niet meer met dit deel van Londen verbonden.

'Ze kennen de geschiedenis van dit gebied niet meer. Ik liet laatst een schoolklas het oude huis van Nelson zien. ''Nelson Mandela?'', vroeg er eentje. Maar goed, zo is het hier altijd geweest. Mijn voorouders kwamen uit Frankrijk, dus die wisten waarschijnlijk ook van niets. En moet je zien wat voor East Ender ik ben geworden.'

Hij wijst naar een lang, rood-bakstenen gebouw, honderd meter van het water. 'Dat was het tabakspakhuis. Daar gaan ze een bioscoop en een winkelcentrum van maken. Gelukkig hebben ze niet alles met de grond gelijk gemaakt.' In Spillers Millennium Mills aan de overkant moet te zijner tijd een gigantisch zee-aquarium worden gehuisvest. Alles is hier veranderd, en wat is blijven bestaan, verandert ook.

Nu de Docks zijn verdwenen, de muren die eromheen stonden ter bewaking van de handel zijn neergehaald en de pakhuizen zijn gesloopt, is er nóg iets veranderd in de Docklands: de Theems is zichtbaar geworden. 'Dat was raar. Hier in East End woonden duizenden mensen die nog nooit van hun leven de rivier hadden gezien.

'Werkten we op zo'n schip, waar 'Valparaiso' op stond. Dan droomde ik helemaal weg: Valparaiso, Valparaiso, wat moest dat wel niet voor exotisch oord wezen? En ondertussen had ik zelfs nog nooit de Theems gezien, een paar honderd meter verderop. Nu kunnen we er tenminste langs wandelen.'

Wat hij nog wel eens zou willen horen, zegt Rich Gerard, is het getoeter van de zeeschepen als ze de Docks verlieten. 'Dan lag je 's avonds in bed, nadat je er weer eentje had volgestouwd, en dan hoorde je ze: drie blasts. Wist je: daar gaat ie, naar Valparaiso. Dat was een mooi geluid, waar je helemaal rustig van werd. Dat mis ik nog het meest.'

Meer over