Een nieuw probleem voor Europa

Met de nieuwe lidstaten heeft Europa er ook een nieuw minderhedenprobleem bijgekregen, waarschuwt Thomas von der Dunk. De 'Heimatvertrieben' hebben zo hun eigen idee over een Europa zonder grenzen....

Thomas von der Dunk

Ze zijn al sinds decennia op gezette tijden goed voor een politieke rel: de zogeheten Heimatvertriebenen, de miljoenen Duitsers die in 1945 uit het Tsjechische Sudetenland en het toen door Polen geannexeerde Duitse SileziPommeren en Pruisen werden verjaagd.

Zij werden op het eind van de Tweede Wereldoorlog de laatste slachtoffers van wat wij sinds Joegoslaviethnische zuivering' zijn gaan noemen, en telkens als een Duits politicus zich naar Praag of Warschau begeeft, laten zij van zich horen, om teruggave van of compensatie voor hun verloren bezittingen te eisen.

Zij hadden indertijd hals over kop de gebieden moeten verlaten waar zij al eeuwen woonden als collectieve straf en wraakoefening voor de misdaden van de nazi's, met wie velen hadden samengewerkt, maar ook, in het Poolse geval, ter compensatie van de forse hoeveelheid grondgebied dat Polen op zijn beurt aan de Sovjet-Unie af moest staan.

En ongetwijfeld speelde voorts een rol dat men door deze massale 'ontduitsing' twee homogene landen hoopte te scheppen, die daardoor voor eens en voor altijd van het gevaar van separatisme van binnenuit en van annexionisme van buitenaf zouden worden verlost. Dat was immers na het uiteenvallen van de Habsburgse dubbelmonarchie van de grote kwalen van het nieuwe, op het idee van de natiestaat gebaseerde, Middeneuropese statenbestel gebleken. De Heim ins Reich-gedachte, die na de Vrede van Versailles begrijpelijkerwijs over de ongevraagd buiten-het-rijk terechtgekomen Duitsers werd, deed de rest. vaardig

Met harde hand werd daarom na Hitlers ondergang aan deze structurele instabiliteit een eind gemaakt, en noch de internationale verhoudingen, noch de internationale emoties waren ernaar om dit te beletten.

De eerste zorgden ervoor dat het de westerse geallieerden daartoe aan de mogelijkheid, de tweede dat het hen aan de wil ontbrak: na de gruwelen waaraan veel Duitsers zich schuldig gemaakt hadden, konden zij op weinig medelijden rekenen. Geen Brits of Frans regeringsleider had temidden van de puinhopen van Coventry of Caen thuis de handen op elkaar gekregen wanneer hij omwille van Duitse mensenrechten de Derde Wereldoorlog was begonnen. Van zijn kant deed Stalin in essentie wat hij voordien ook binnenslands al zonder gewetensbezwaren had gedaan, en nu nog eens massaal in het Balticum herhaalde: massale deportatie van de oorspronkelijke bevolking, en even massale vervanging door Russische import.

Het gevolg is dat na de ontbinding van de Sovjet-Unie in de Baltische staten Estland, Letland en Litouwen een groot minderhedenprobleem is ontstaan. Daarover maakte zich in 1945 in het Westen nog niemand zorgen, en het IJzeren Gordijn verhinderde ook in het Duitse geval dat de klaagzang van de Heimatvertriebenen over hun leed enige concrete consequentie kon hebben.

Dat is sinds de val van de Muur anders geworden, en zeker de recente uitbreiding heeft de Europese Unie onverhoeds met een principieel probleem geconfronteerd, waaraan zij vermoedelijk totaal niet heeft gedacht en waarop zij nog geen antwoord heeft.

Het nieuwe Europa moet immers een Europa zonder grenzen worden, dus ook zonder de grenzen die in 1945 zo ruw werden getrokken. Vrijheid van vestiging vormt dientengevolge een van de grondslagen van het Europese beleid, een beginsel dat echter botst op veel diepliggende angsten bij de bevolking van de net toegetreden lidstaten.

Al in Tudderen en Brasschaat leidt de massale vestiging van Nederlanders tot scheve gezichten, omdat zij dubbel van financi regelingen profiteren, daardoor de autochtone bevolking op de woningmarkt wegconcurreren en bovendien weigeren in het dorpsleven te integreren. Maar de ergernis die dit opwekt valt in het niet bij hetgeen Brussel nu aan spanningen in het oosten dreigt.

Want wat als veel Heimatvertriebenen zich, met de Europese Grondwet in de hand, straks in dat deel van Polen of Tsjechiillen vestigen waar zij of hun voorouders vandaan kwamen? Wat als zij, een stuk welvarender, ginds massaal landgoederen opkopen? Er zijn in beide landen nu nationale wetten die dat verbieden wetten die echter strijdig zijn met het Europese gedachtengoed.

Hoe gevoelig de Sudetenkwestie wel ligt, blijkt al uit de moeite die het aan Tsjechische zijde kost om te erkennen dat de Benesdecreten misdadig waren. Misschien was het een begrijpelijke reactie op de nazi-misdaden, maar daarmee moreel nog niet gerechtvaardigd. En dat de kwestie aan Tsjechische zijde zo gevoelig ligt is logisch, want bij erkenning van het onrecht ligt al snel een schadeclaim op de loer: iets wat door de Heimatvertriebenen ook wordt bevestigd.

Het punt is dat Praag en Warschau moeten erkennen dat de Heimatvertriebenen groot onrecht is aangedaan, en dat de laatsten, om Tsjechische en Poolse angsten te bezweren, moeten erkennen dat dit niet meer valt terug te draaien. Het punt is echter ook dat juist de eenwording van Europa een handvat biedt om dit via een omweg toch te proberen wat door de andere partij weer als een poging tot terugdraaien van de geschiedenis wordt ervaren.

En het speelt straks niet alleen daar. Wat dacht u van de Balkan, met Sarajevo en Srebrenica in het achterhoofd? En wat als Turkije toe mocht treden tot de Europese Unie? Ook tussen Athene en Ankara ligt het oude zeer hoog opgestapeld, waarvan Cyprus slechts een klein voorproefje vormt.

Mogen de nazaten van de Grieken en Turken die na 1918 uit het land van de ander werden verdreven dan in beginsel weer terug? De kans dat de meerderheid van hen dat wil, is misschien niet groot, maar er hoeft maar een minderheid dit wel te willen en maar politieke partij zich als hun woordvoerder op te werpen, en Europa wordt met een conflict geconfronteerd waarbij het Duitse gemopper over huizenkopende Nederlanders in Tudderen een trivialiteit zal blijken.

Meer over