Een nachtmerrie in Svens stoutste dromen Bart Jungmann

In de woorden van Peter Knegjens waren we een geslagen volk dat uitzag naar een historisch moment. ‘Naar een gouden bladzijde waarmee het naoorlogse Vaderlandse Geschiedenisboek kon worden geopend.’..

Wie zich Knegjens nog herinnert als de flamboyante presentator van een onbenullige tv-quiz hoort allicht een gedragen, semi-ironisch stemgeluid bij die woorden. Maar Knegjens meende het vermoedelijk bloedserieus toen hij herinneringen ophaalde aan de goldrush van Fanny Blankers-Koen op de Olympische Spelen in Londen. ‘Ik mocht het vertellen, live, aan miljoenen Nederlanders die in hun radio woonden.’

De atlete veroverde vier keer goud en Nederland nam afscheid van vijf jaar oorlog. Knegjens: ‘Het was alsof de bevrijding pas nu ten volle werd beleefd in de onverdeelde trots op wat een van ons voor het oog van de wereld had verricht.’

Fanny BK werd op dinsdag 10 augustus 1948 onthaald in woonplaats Amsterdam. De stad raakte volledig ontwricht. Passagiers klommen bovenop hun tram om een glimp van deze femme totale (nogmaals Knegjens) op te vangen. Het pandemonium eindigde in de eenvoudige gezinswoning, waar haar als beloning een ‘eersteklas damesrijwiel’ wachtte. De vooruitgang kon beginnen.

Vorige week ging het op deze plek over de speelfilm Invictus die verhaalt van het Zuid-Afrikaanse rugbyteam dat in 1995 wereldkampioen werd. Of eigenlijk gaat de film over de nieuwe president Mandela die zich achter het overwegend blanke team had geschaard. Hij wilde op die manier aan nation building doen.

Gek dat de mijlpaal in de Nederlandse sportgeschiedenis, gedetailleerd opgetekend door biograaf Kees Kooman, nooit is verfilmd. Als de wederopbouw van een natie ook telt (en waarom niet?), dan komt de geschiedenis prachtig samen in het succes van koningin Fanny en haar mannenbenen.

Sport is de spiegel van de maatschappij en de viering van sportieve prestaties is een vergrootglas. Het knusse Oranjegevoel werd in 1966 geboren op de ijsbaan van Deventer met Ard Schenk als Europees kampioen. De ontvangst van het Nederlands voetbalelftal in 1974, tweede bij het WK, symboliseert een periode waarin we zo nodig allemaal gelijk moesten zijn. Premier Den Uyl ging voor in de polonaise en Juliana moest zich niets verbeelden, ook al was ze de koningin.

In 1988 kregen de Europese voetbalkampioenen een heldenonthaal in de grachten van Amsterdam. Juju, wat waren we een superieur volkje. Nelson Mandela, toen nog een gevangene van het apartheidsregime mocht blij zijn dat aanvoerder Gullit de zege aan hem opdroeg.

Eerder dat jaar deed schaatsster Yvonne van Gennip met drie gouden medailles de Grote Markt in Haarlem vollopen. Aan de ludieke teksten op de spandoeken kun je aflezen dat we destijds, behalve gids, ook een verdomd geinig volkje waren.

Over drie dagen zal Sven Kramer daar dus staan. Twee dingen staan nu al vast. Van Gennip was beter en we hebben geen spandoeken meer nodig om geinig te zijn. Uit de hoeveelheid grappen die op het net zijn gemaakt over de verkeerde baan blijkt hoe belangrijk sport is geworden. Het beeld dat me deze week het meest is bijgebleven, is dat van moeder-overste Gemser die het gekwelde hoofd koestert – sport is niet belangrijk, sport is heilig.

Tekstueel was Bob de Jong voor mij kampioen. Op de ochtend na de avond (Nederlandse tijd) noemde hij de verkeerde baan een nachtmerrie die je je in je stoutste dromen niet kunt voorstellen. Zo is het, Bob: Sven Kramer had zich geen betere nachtmerrie kunnen wensen. Deze boze droom zal tien keer goud waard zijn.

Gedurende de nasleep van de verkeerde baan had dinsdagavond op een ander televisienet een discussie plaats tussen Jeltje van Nieuwenhoven en Sietse Fritsma. De één is lijsttrekker van de PvdA en de ander van de PVV. Een dag na de huldiging in Haarlem kruisen deze politici de degens in de Haagse gemeenteraadsverkiezingen.

De stand van Nederland kwam in die discussie haarscherp aan het licht. Overeenstemming tussen ons is dezer dagen ver te zoeken, in alle opzichten.

Ondertussen tekende collega Volkers uit de mond van Sven Kramer op dat de teleurstelling was geweken. In de ploegachtervolging zou hij er weer staan. ‘Voor het land.’

Kramer kennende zal dat laatste ironisch bedoeld zijn geweest. Toch moeten we over een jaar of tien nog maar eens terugkijken voor welk land hij er in 2010 al dan niet stond en hoe het volk er aan toe was tijdens de toejuichingen in Haarlem.

jungmann@volkskrant.nl

Meer over