Een nachtclub in de modder

‘De Bravo’ is een Lowlandsmonument; het podium waar al zestien jaar vooruitstrevende dance wordt geprogrammeerd – tot aan het ochtendgloren....

Wie de eerste bamboetak de Bravotent heeft binnengedragen? Onbekend. Het moet zijn gebeurd na de introductie van de cocktailbar op het Lowlandsfestival, waar mojito’s worden geserveerd tussen decoratieve exotische struiken. Eén tak werd ooit vanuit die bar meegevoerd naar de Bravo-dansvloer, vele takken volgden, en het binnentreden van de nachttempel van Lowlands voelt de laatste jaren als het wegzakken in een koortsachtige droom, waarin een woud van sappig bamboe zachtjes wuift aan de voeten van de dj.

‘De Bravo’ is een Lowlandsmonument; nachtelijke thuiskomplaats waar verloren vrienden weer worden gevonden, laatste halte voor de barre tocht naar de camping in het ochtendgloren, waar de gekte altijd zindert onder het tentdoek (zie het bamboebos). Maar vooral: het podium waar al zestien jaar vooruitstrevende dance wordt geprogrammeerd, live en vanachter de draaitafel.

De Bravo is het Lowlandspodium met het meest herkenbare profiel: de Lowlander weet wat er te halen valt en de tent is in de loop der jaren dan ook volgelopen met een eigen publiek. Bravovolk, dat pas ver in de avond het festivalterrein opkomt, zich uitsluitend onder het rode tentdoek vertoont, en ’s morgens rond een uur of zes wegstrompelt met de beats nog in de benen. Overdag slapen, ’s avonds weer naar de Bravo.

Een festival binnen het festival, lijkt de Bravo, maar zo mag het van festivaldirecteur Eric van Eerdenburg niet heten. Want Lowlands, eerste editie 1993, was nadrukkelijk bedoeld om ‘te mengen’, en die gedachte houdt het festival nog altijd overeind. ‘Toen Lowlands begon, bestond er een strikte scheiding tussen de alternatieve pop en de dance’, zegt Van Eerdenburg. ‘Wij wilden die werelden door elkaar laten lopen.’

En het festival moest ook wel. Lowlands was door concertorganisator Mojo opgericht als meerdaags popfestival waar een weerslag was te vinden van wat er in het Nederlandse clubcircuit speelde. Begin jaren negentig was dat rockende hiphop (The Goats, Urban Dance Squad) en veel harde en ingewikkelde gitaren (Tool, Primus), maar de dance was vanuit danszalen als Roxy en Mazzo inmiddels ook de poppodia binnengedreven.

En zo keken de vroege Lowlandsgangers na een dance-loos eerste jaar al in 1994 tegen een dansprogramma aan, samengebald in de Bravo, het voormalige ‘tweede podium’ op Lowlands dat vanaf dat jaar de podianamen leende van het Navo-alfabet.

Live in de Bravo 1994: Underworld, Speedy J, Trance Global Underground, Eat Static, Quazar. Dance die volgens Lowlands live wat te bieden moest hebben. Van Eerdenburg: ‘We zochten dance die als live-act iets voorstelde, waarbij iets gebeurde op het podium. Al was het in die tijd soms niet meer dan een drummer die zat mee te rammelen met een man achter de sequencer.’ Dance dus vanuit het schemergebied tussen rock, techno en house, cross-over die de blik van het op rock georiënteerde Lowlandspubliek moest verruimen. En waarmee de Bravo zou kunnen dienen als instappodium voor dance-analfabeten.

Ook achter de draaitafels in het eerste Bravo-jaar: de Eindhovense dj Lady Aïda. ‘Ik deed het in mijn broek. O God, nu moet ik draaien voor zesduizend rockers, dacht ik, geen tomaten naar mijn hoofd!’ Ze was toch wel wat gewend. ‘Ik preekte al jaren in al die popzalen, waar de dance in de jaren negentig eindelijk niet meer werd gezien als vloeken in de kerk.’ Maar de volgepakte Bravo, zesduizend man met kluiten modder onder de sneakers, leek haar een veelkoppig monster. ‘De dj die voor mij had gedraaid, Steve Green geloof ik, hield letterlijk mijn hand vast.’

Niet nodig, de tolerantie van het Lowlandspubliek bleek groot. ‘Ik draaide veel alternatief Engels, van Adrian Sherwood en Andrew Weatherall, dance met een rockgevoel, maar daar tussendoor acid en dub, en pure Detroit-techno. Het dak ging eraf op mijn eerste track van Armani. Ik vond het ongelooflijk. De hokjesgeest in de muziek verdween in de Bravo.’

In de Bravotent werd gestaag gebouwd aan een eigen geluid. Door ‘resident dj’s’ als Lady Aïda en de Utrechtse Carlton, die vanuit de gesubsidieerde poppodia mochten komen draaien op Lowlands, volgens Aïda ‘als een complimentje voor een soort vrijwilligerswerk in het clubcircuit’. En door de grote dance-acts en dj’s die volgens de programmeurs pasten bij die Bravo-sound: The Chemical Brothers, The Prodigy.

Want de dance die Lowlands had gezocht – opgewonden en energieke dance met een volgens Mojo-danceprogrammeur Maurice Spijker ‘alternatieve edge’ – werd eind jaren negentig een belangrijke stroming in de dansmuziek. Spijker: ‘De keuze was groot, we konden steeds scherper programmeren, dance neerzetten die je niet tegenkwam op de typische dancefestivals. En dan ’s nachts grote dj’s als Jeff Mills en Laurent Garnier laten draaien.’

Juist die nachtelijke dj-sessies maakten Lowlands en de Bravo bijzonder in de Nederlandse dance. Geen enkel buitendancefestival namelijk had een vergunning om ’s nachts door te gaan, alleen Lowlands kon de ochtend raken dankzij fijne bepalingen in het contract met de verhuurder van het terrein bij Biddinghuizen. Van Eerdenburg: ‘Een van de overwegingen om dance te programmeren was de wens geweest het publiek ’s nachts wat te doen te geven. Lowlands was bedoeld als meerdaags festival, en dan kun je het publiek moeilijk na elf uur ’s avonds het terrein afjagen. De afspraak om ’s nachts door te kunnen gaan was een voorwaarde geweest in ons contract, en je kunt nu wel zeggen dat het uniek is. Ik denk dat geen enkel festival in Nederland nog een nachtvergunning voor elkaar krijgt.’

Het transformeerde de tent tot nachtclub, waar mede dankzij een steeds omvangrijker lichtshow een echt clubgevoel kon hangen. De ideale club volgens Lady Aïda, omdat het publiek er niet gefixeerd is op de dance. ‘Je kunt veel gekker draaien, geven en nemen. Je geeft het publiek een plaat van Underworld, en dan pak je die moeilijke plaat van Squarepusher. Dat mis ik op dancefestivals als Extrema of Awakenings.’

Aïda draaide tot op heden zes keer in de Bravo. Illustere draaibeurt: 2001, in de stromende regen. ‘Noodweer, alles was zeiknat, en ik mocht afsluiten in de Bravo. Ik stond met blote voeten op handdoeken te draaien. Mijn laatste plaat: Rings Around Saturn van Jeff Mills, keiharde techno met veel weirde piepjes. Daarna bleef het publiek een half uur juichen en schreeuwen, onvergetelijk. Ik bleef staan, dacht: dit neemt niemand mij af, ik ga hier een jaar op teren, totdat Hans Kuipers (mede-organisator van Lowlands, red.) me wegtrok. Ga weg, had hij al staan schreeuwen, anders gáán ze niet!’

De waanzin kan hard toeslaan in de Bravo, merkte ook Maurice Spijker toen hij vanaf 2001 de danceprogrammering van Lowlands ging doen. ‘Er hangt dat zeldzame sfeertje, van een club met familiegevoel die helemaal los kan gaan. Voor de dj’s, ook de hele grote internationale, een feest om in te draaien, en dat hoor ik ze ook zeggen. Als je de Bravo plat speelt, dan doe je het goed.’

Het moet vreemd zijn om te draaien voor een bamboebos, maar volgens Spijker zijn er dj’s die het krankzinniger hebben gezien. ‘Er is ooit een ijscokar de dansvloer opgereden, en bij 2 Many DJ’s werden een stuk of zes picknicktafels naar binnen gedragen, tot midden op de dansvloer. Dat ziet er toch gek uit, hoor, vanachter je draaitafel, je publiek op de picknicktafel.’

Vier jaar geleden werd de danceprogrammering van Lowlands uitgebreid met een zustertent, het podium X-Ray, die nu is opgebouwd naast Bravo waardoor een dancehoek in het festivalterrein is ontstaan. ‘De laatste jaren misten we een plek om de echte underground in de dance te brengen.’ De ‘rarigheden’, volgens Spijker, als de eerste dubstep, en de breakcore van dj Bong-Ra waar in de X-Ray een man of duizend kennis van kunnen nemen.

Als competitie binnen het festival moet het tweede dancepodium niet worden gezien, zegt Spijker, en ook niet als opstap. ‘Maar een act die zich door ontwikkelt, kan het ene jaar best in de X-Ray draaien, het jaar daarop in de Bravo.’ Dit jaar actueel in X-Ray: ‘De LA-beatscene van bijvoorbeeld Gonjasufi.’

Naast het frisse nakomelingetje kan de Bravo bestaan als haven voor wat groot en goed is, zoals dit jaar Richie Hawtin alias Plastikman, die eind jaren negentig de Bravo al verbaasde met minimalistische en abstracte techno. ‘De echte ontdekkingen doe je niet meer in de Bravo’, zegt Lady Aïda, ‘de tent is volwassen geworden, het vernieuwende is er af. Groeibriljantjes vind je er niet, maar laten we zeggen: de dikke diamanten.’

Echt veel zal er in de komende jaren niet veranderen in de Bravo, zegt Van Eerdenburg. ‘Al klinkt dat misschien saai. Nou ja, er zal misschien eens een ander lampje worden ingedraaid.’

Een greep uit zestien jaar dance in de Bravo
1994 Underworld, Darren Emerson, Trans Global Underground

1995 The Chemical Brothers, The Prodigy, Acid Junkies

1996 Ken Ishii, Spooky, System 7, Alex Reece, Lucky People Center

1997 Laurent Garnier, Jeff Mills, Reprazent, Grooverider

1998 Dave Angel, Richie Hawtin, Basement Jaxx Soundsystem

1999 Orbital, Dimitri, Luke Slater, Junkie XL, Groove Armada

2000 Josh Wink, Red Snapper, St. Germain, Dave Clark

2001 Phuture 303, Afro Celt Sound System, Billy Nasty

2002 Timo Maas, Tiësto, Benny Rodrigues

2003 Fischerspooner, Photek & MC Dynamite, Dillinja, 2 Many DJ's

2004 Dizzy Rascal, Bart Skills, Alter Ego, Chris Liebling

2005 Roni Size, Aphrodite, Melon, Chaos & L/Dopa

2006 Zero 7, DJ Shadow, Tiga, DJ Rush, Hot Chip

2007 Justice, Andrew Weatherall, Trentemöller, Groove Armada

2008 Deadmau5, Sven Väth, Modeselektor, Joost van Bellen

2009 Crookers, Buraka Som Sistema, Squarepusher, Benga

Meer over