Een mythologisch paard op sokken

Favoriete halte voor behoeftige innemers, rustpunt voor harde werkers, hoopvolle omgeving voor prille liefdes: het café brengt de wereld op een paar vierkante meter samen....

'De meeste vrouwen zijn trouw aan een man', zegt de ex-vrouw van Koen, 'maar ik ben trouw aan de liefde. Vandaag woont de liefde in de ene man, en morgen weer in een andere, en daarom heb ik meerdere mannen. Ik wil dat de ogen van een man glinsteren van betovering door de liefde, anders vind ik een man niet aantrekkelijk.'

'Een triest zoogdier dat zijn haren kamt', valt Karel haar bij. Dat is een citaat.

'Ja, en zo wil ik niet dat een man is. Ik wil dat een man op zijn achterpoten staat als een paard met vleugels, dat zijn huid glanst als de bezwete huid van een rennend paard en dat al zijn spieren te zien zijn door de glanzende huid heen. De liefde maakt van een man een mythologisch wezen met een stralend blauwe blik in de ogen en kleine oortjes die strak in de nek liggen. Maar de gewoonte en de trouw maken van hem een ezel met grote rechtop staande oren als van een domoor. Straks gaat hij nog in de spiegel kijken of hij wel mooi genoeg is, die domme ezel! Dan gaat hij zich vergelijken met andere mannen. En tenslotte komt er jaloezie in hem, of trots. Maar wat kan mij het schelen hoe een man eruit ziet? Helemaal niks. En wat kan mij het schelen of hij een goed mens is of een slecht mens, of rijk of arm. Al die dingen laten mij volkomen onverschillig. Als de grote vlam maar in hem brandt.'

'Ons lichaam is voor driekwart samengesteld uit water, plus wat aardse mineralen, een handjevol. En in ons die grote vlam, waarvan wij de aard niet kennen', citeert Karel.

'Ja, en daarom hou ik zo van Koen, omdat de grote vlam in hem loeit als in een te hoog opgestookte kachel. En ook omdat hij te veel drinkt en rookt, en omdat hij het tegenovergestelde is van een ezel en een ijdeltuit, en omdat hij niet bang is voor de dood, en omdat hij geen moppen kan onthouden. En ik hou ook van zijn kunstbeen waarop hij zo moedig voortstapt alsof er niks aan de hand is. En van zijn gezicht dat zo mooi is omdat hij nooit in spiegels kijkt. Het is helemaal niet waar wat ik daarnet zei over trouw aan de liefde en trouw aan een man! Zo ben ik helemaal niet. Ik hou alleen van Koen. Hij hoeft niet op zijn achterpoten te staan als een mythologisch paard met vleugels. Zijn huid hoeft niet te glanzen en ik hoef zijn spieren niet te zien door zijn huid heen. Het is ook goed als hij op de bank ligt te slapen met zijn mond wijd open en zijn schoenen uit waardoor je zijn streepjessokken kunt zien. Ik wil een kind van hem krijgen, zodat hij voortleeft na zijn dood. Want hij zal wel snel doodgaan als hij zo doorgaat met roken en drinken. Maar Koen wil geen kind. Hij kan er niet tegen om hun wijd opengesperde monden te zien, waarin het voedsel gegooid moet worden. Hij vindt kinderen net pedaalemmers.'

'Wij zijn een kruimel op de rok van het universum', citeert Karel. Ik weet niet waar dat op slaat in dit verband, maar het is wel raak, want daar beginnen de tranen te stromen uit de amandelvormige ogen van de ex-vrouw van Koen. Zij heet trouwens Anna. Zij is aan het promoveren op het onderwerp mislukking bij dieren. Wij willen allemaal wel een arm om Anna heen slaan en haar tegen ons aandrukken, om haar te troosten, maar wij zijn Koen niet. Alleen hij kan haar troosten. Dus houden wij onze armen binnen boord.

'Maar waarom ben je dan bij hem weggegaan?', vraagt de tweedehands-autoverkoper aan haar. Hij zegt nooit wat. Als hij eens wat zegt, dan komen de woorden naar buiten als verlegen kinderen die het podium op geduwd worden.

'Ik weet het niet', zegt Anna, 'ik was doodongelukkig bij hem.'

'Hoe kun je nou doodongelukkig zijn bij een man van wie je zoveel houdt?'

'Dat kan, van veel liefde kun je ongelukkig worden, net zoals je van veel drop misselijk kunt worden. Er is een optimum en een maximum aan alles, ook aan de liefde.'

'Ik denk dat ze ongesteld is', fluistert Karel in mijn oor.

'Is dat een citaat, of heb jij dat zelf bedacht?', vraag ik.

'Het is een citaat', zegt Karel.

Dan klinken er plotseling schoten. De kogels vliegen dwars door de deur naar binnen en blijven steken in het dikke multiplex van de bar.

'Koen!', roept Anna.

'Jezus Christus!', roepen wij. En niet vanwege die kogels als je dat soms dacht. Dat gebeurt elke week. Wij zijn niet anders gewend. Wij roepen 'Jezus Christus!' vanwege de ongelofelijk mooie blondine aan Koens zijde.

Meer over