EEN MODERN LEGER

MET een nogal verrassend rapport heeft de PvdA-fractie het voortouw genomen in het debat over de toekomst van het Nederlandse leger....

Bedriegen de tekenen niet dan is het rapport bovenal een weerspiegeling van een veel bredere bewustwording in Nederland. Een bewustwording van het feit dat de toestand in de wereld toch minder rooskleurig is dan we lange tijd gevoelsmatig en ongearticuleerd aannamen.

Dat romantische gevoel van veiligheid - samenhangend met de idee dat 'de mensen elders ook goed zijn' - dateert al van vóór de Val van de Muur en werd door het eind van de Koude Oorlog versterkt. De beëindiging van de Koude oorlog werd gevolgd door een inkrimping van de oorlogsuitgaven: het vredesdividend, dat op zijn beurt nogmaals het gevoel versterkte dat we ons onbekommerd aan onze hedonistische bezigheden konden wijden.

In de PvdA-nota wordt daarover nu opgemerkt, dat 'de bezuinigingen op Defensie, die sinds 1989 onverminderd zijn doorgegaan, ten onrechte het beeld hebben versterkt dat de krijgsmacht grotendeels overbodig zou zijn.'

Dat beeld verdwijnt. Srebrenica, Kosovo, Oost-Timor en nu de terroristische aanslagen op bevolkingscentra in Rusland dragen bij aan het langzaam groeiende besef dat er ernstige dreigingen bestaan.

Een interessante vraag daarbij blijft in hoeverre zorgeloosheid ook de Nederlandse militaire top in zijn greep had. Natuurlijk zijn hoge militairen - al was het maar vanwege eigen posities en carrières - altijd overtuigd van de onmisbaarheid van de krijgsmacht. Het lijkt erop, dat de 'niets aan de hand'-mentaliteit zich daar vooral manifesteerde in het uitblijven van een modernisering van het Nederlandse leger.

Om die modernisering gaat het in het PvdA-rapport. De kritiek daarin is dat structuur en indeling van het Nederlandse leger grotendeels nog dezelfde zijn als ten tijde van de Koude Oorlog toen alles was gericht op de verdediging van een mogelijke massale aanval vanuit het Oosten. Hoewel de mogelijkheid dat Rusland in de toekomst een agressief-nationalistische koers inslaat ook door de PvdA niet helemaal wordt uitgesloten, ziet Europa er geo-politiek inmiddels toch geheel anders.

In de nieuwe situatie hebben we vooral te maken met onverwachte en moeilijk te peilen dreigingen, die vragen om snelle reactie. Vooral de landmacht is daarop niet voorbereid. Een groot deel ervan bestaat nog steeds uit eenheden die eerst gemobiliseerd moeten worden en voor werkelijke inzet niet beschikbaar zijn.

Daarbij worden landmacht, marine en luchtmacht geregeerd als koninkrijkjes, die tegen de boze buitenwereld moeten worden verdedigd. Als de landmacht een gulden krijgt, hebben marine en luchtmacht elk recht op twee kwartjes. De informatievoorziening is in handen van de bevelhebbers van de drie krijgsmachtonderdelen; minister en staatssecretarissen hebben er weinig greep op.

Andere gesignaleerde tekortkomingen: het imago van het leger is slecht (geen wonder na de weinig verheffende beelden van Dutchbat in Srebrenica), er zijn teveel officieren in verhouding tot niet-officieren (meer dan één op tien) en er is een mierennest aan staven (éé op de zeven Nederlandse militairen werkt bij een staf).

Voorts vindt er vrijwel geen onafhankelijk onderzoek plaats. Tekenend voor het ongenoegen van Melkert cs is de zinsnede: 'Het is noodzakelijk hierin verbetering te brengen. In een beroep op de krijgsmacht zelf zien we niet veel omdat daar de openheid en kritische zin op dit moment ontbreken...'. (De PvdA wil daarom een onafhankelijk instituut)

De maatregelen die de PvdA voorstelt zijn allereerst gericht op vergroting van het aantal parate bataljons. Hier wordt de lijn die eerder door het Instituut Clingendael werd aangegeven, nog een flink eind doorgetrokken.

Een andere hoofdlijn is het doorbreken van de verkokering. De PvdA stelt voor de chef defensiestaf (nu vooral een bemiddelaar) operationeel opperbevelhebber van de hele krijgsmacht te maken. De macht van de drie afzonderlijke bevelhebbers wordt daarmee beknot.

Veel van de voorgestelde detailmaatregelen zullen op grote bezwaren stuiten of zelfs onmogelijk blijken. Al met al geeft de nota echter aardig aan hoever het defensiedebat gevorderd is.

In januari ging minister de Grave nog uit van voortgaande bezuinigingen met 375 miljoen per jaar. Die zullen nu wel van tafel verdwijnen. Ook de in maart door Clingendael aangezwengelde discussie over de vraag of Nederland een krijgsmacht (die kan vechten) of een vredesmacht (van blauwhelmen) nodig heeft, is beslist.

Afscheid van ons aller dromenland.

Meer over