INTERVIEW

Een minderheidskabinet, een van de laatste opties van Mark Rutte, is gedoemd te mislukken

Een minderheidsregering vormt een van de laatst overgebleven geitenpaadjes naar een vierde kabinet onder leiding van Mark Rutte. Toch zal de VVD-leider er niet enthousiast van worden.

Mark Rutte bij de VVD-fractie tijdens een schorsing van het debat over de mislukte formatieverkenning dat donderdag was. Beeld ANP
Mark Rutte bij de VVD-fractie tijdens een schorsing van het debat over de mislukte formatieverkenning dat donderdag was.Beeld ANP

Een regering zonder het mandaat van minstens de helft van de kiezers is erg gevoelig voor de grillen van het parlement, zegt Wim Voermans, hoogleraar staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Leiden.

Ziet u een minderheidskabinet als een optie in deze formatie?

‘In de ellende waarin wij nu zijn geraakt, kan het zijn dat er geen meerderheid meer te halen is. Dan is een minderheidskabinet technisch gezien een mogelijkheid, wie weet zelfs noodzakelijk. Alleen: de kansen dat zo’n coalitie het vier jaar volhoudt, zijn heel klein.

‘Sinds 1918 hebben wij, ruimhartig geteld, acht minderheidskabinetten gehad. Vier daarvan waren zogeheten ‘rompkabinetten’, het overblijfsel van een coalitie nadat één partij eruit is gestapt. Balkenende III, bijvoorbeeld, dat kort diende om nieuwe verkiezingen voor te bereiden.

‘Van de rest hebben wij de overlevingskansen eens berekend. Die zijn echt minimaal. Gemiddeld maken zij 34 procent van de normale zittingstermijn vol. In vergelijking met een meerderheidskabinet (61 procent) is dat dramatisch slecht.’

Wat verklaart die instabiliteit?

‘Bij het eerste het beste dat niet is afgesproken in een regeerakkoord, word je gekielhaald door het parlement. Het beste voorbeeld is het kabinet-Colijn V in 1939. De ministers daarin zijn in totaal twee keer in de Tweede Kamer geweest: voor hun presentatie en voor het debat over de regeringsverklaring. Daarin werden ze meteen naar huis gestuurd.

‘Met een minderheidskabinet ben je eigenlijk vier jaar lang aan het formeren. Je bent constant bezig met microdebatten, terwijl je in de moderne politiek juist op macroniveau beleid moet kunnen maken.’

De constante zoektocht naar een meerderheid leidt tot een te grote focus op de korte termijn?

‘Precies, het wordt een soort loopgravenoorlog. Juist het uitruilen van grote thema’s is in ons stelsel wezenlijk om vooruit te komen. Je kunt niet op alles compromissen sluiten, dan sta je stil.’

Voorstanders van een minderheidskabinet geloven dat het juist een verrijking zou zijn voor de democratie. Partijen kunnen weinig met elkaar bepalen in de achterkamertjes en staan in nauw contact met de directe volksvertegenwoordigers om meerderheden te behalen. Blijf je zo niet dichter bij de stem van de kiezer?

‘Dat is volstrekt naïef. Het levert juist een flipperkastspel met de stem van de kiezer op. Mensen stemmen op basis van een verkiezingsprogramma en verwachten dat de partij gaat strijden voor wat daarin staat. Er is geen manier hoe de kiezer dat met een minderheidskabinet kan beoordelen. Want een partij kan niet voor grotere ideeën strijden, als je op de grotere thema’s geen grotere uitruilen meer kunt maken.’

Landen als Denemarken en Zweden hebben een rijke traditie met minderheidskabinetten. Waarom lukt het daar wel?

‘Ik zit niet in de Zweedse politiek zoals ik zou willen, maar over Denemarken kan ik iets zeggen. Je ziet daar een minderheid in de coalities, maar op de achtergrond een meerderheid die het roerend eens is over een groot aantal dingen. Het is een verkapt cordon sanitaire waarop het drijft, niemand in het midden wil dat extreemrechtse partijen de lakens gaan uitdelen.’

Dat zou in Nederland niet kunnen?

‘Ik heb geen glazen bol, maar kan alleen naar de geschiedenis kijken. Dan zie je dat minderheidskabinetten hier niet onder een geweldig gesternte staan. Ze zijn witte raven met hele slechte overlevingskansen.’

Meer over