Een metamorfose van profeet in despoot

Het ging mis in de Verenigde Staten. Tijdens zijn drie jaar durende ballingschap ging de gisteren gevluchte president van Haïti geloven dat de wereld aan zijn voeten lag....

'Hij is een man met een ingewikkelde en ziekelijke persoonlijkheid. Dat komt in de beste families voor.' Charles weet, evenals andere oude bondgenoten van de gevluchte president van Haïti, exact wanneer het fout ging: in de drie jaar dat Aristide in ballingschap in de Verenigde Staten woonde. Daar leefde hij als een staatshoofd, beschermd door president Clinton, en begon hij de hulpgelden die hij geacht werd te beheren voor zichzelf te gebruiken.

Charles: 'In Washington raakte hij in de war, want hij dacht dat de wereld aan zijn voeten lag.' Dat was het begin van de metamorfose van Aristide van profeet in despoot.

Aristide werd in 1953 geboren in een boerenfamilie en was vanaf zijn derde jaar wees, door een zeer Haïtiaanse oorzaak: zijn vader werd tijdens een lynchpartij om het leven gebracht. Het jongetje werd opgevangen en opgevoed door de paters Salesianen, dezelfden die hem naderhand, in 1988, uit hun religieuze orde zetten omdat hij met zijn programma's van Radio Soleil zou hebben aangezet tot geweld.

In Cité Soleil, de grootste sloppenwijk van Port-au-Prince, preekte de priester Aristide de Bevrijdingstheologie. Hij zong in het creools over sociale rechtvaardigheid en begeleidde zichzelf daarbij op de gitaar. De immens populaire Vader Titid, zoals hij werd genoemd, overleefde in de dagen van de dictaturen van Baby Doc en diens opvolgers enkele aanslagen, en sleepte tegelijk internationale onderscheidingen als de Martin Luther Kingprijs in de wacht.

Begin 1991 werd Aristide geïnstalleerd als de eerste democratisch gekozen president van Haïti. Hij ageerde fel tegen het georganiseerde politieke geweld op het Caribische eiland, uitgeoefend door de aanhangers van de oude dictaturen 'om de belangen van het kapitalisme te verdedigen'. Aristide was in die dagen bijzonder anti-Amerikaans.

Het democratisch avontuur duurde nog geen negen maanden. Door een militaire staatsgreep werd hij in ballingschap gedwongen, eerst in Venezuela en vervolgens in Washington.

Drie jaar moest hij wachten tot hij aan de hand van Clinton en twintigduizend marines zijn presidentiële zetel weer kon innemen. Niet alleen was zijn anti-Amerikanisme toen verdwenen, hij had ook de macht geproefd en wilde er meer van.

Omdat herverkiezing onmogelijk was, liet hij zijn vriend René Preval als president de periode tot zijn terugkeer in 2000 overbruggen. De verkiezingen dat jaar waren van een klassiek frauduleus gehalte: geen oppositiekandidaat, veel geweld en intimidatie, en een zege met bijna 92 procent. Het was het begin van het einde van de 'verlosser van de armen'. De oppositie weigerde zaken met hem te doen en Aristide begon steeds gewelddadiger op te treden. Hij organiseerde zijn eigen varianten van de traditionele benden als de Chimères (schimmen) en het Kannibalenleger. 'Verblind door geld en beneveld door macht verliest men elke schaamte', zei hij bij zijn terugkeer in 1994. Achteraf bezien sprak hij over zijn eigen toekomst.

Uiteindelijk keerde een deel van zijn eigen stoottroepen zich tegen Aristide, het begin van de opstand. Titid was niet langer de 'vader van Haïti', maar de 'afgezant van de duivel'.

Toen dit weekeinde ook de Verenigde Staten, ooit zijn steun en toeverlaat, hem lieten vallen, besefte hij dat zijn enige uitweg vluchten naar het buitenland was.

Meer over