'Een mens mag gelukkig veranderen, dus ik ook'

Ella Vogelaar bouwt aan een uitzonderlijke carrière. Van CPN'er tot president-commissaris van Unilever Nederland. Zelf is ze niet onder de indruk van haar evolutie....

Ze is 53. En de eerste vrouwelijke president-commissaris in Nederland bij een beursgenoteerd bedrijf, Unilever Nederland. Ella Vogelaar, die het in een eerder leven schopte tot vice-voorzitter van de vakcentrale FNV, ontvangt journalisten tegenwoordig op het glanzende hoofdkantoor van Unilever aan het Weena in Rotterdam. De maker van Dove, Rexona, Iglo en Mora vroeg haar twee jaar geleden als commissaris; sinds 1 januari is ze voorzitter.

De bevlogenheid van weleer twinkelt nog altijd in haar ogen. Zo betrokken als ze twintig jaar geleden vertelde over de arbeidsverhoudingen in Nederland, zo enthousiast verhaalt ze nu over de producten in de vitrines die elke hoek van het Unilever-kantoor sieren. Eens in het jaar vergadert de raad van commissarissen 'op locatie', vertelt ze, bij één van de werkmaatschappijen. 'Het gaat dan meer voor je leven.'

Vogelaar was vaker 'de eerste vrouw'. Als eerste meisje van het dorp Anna Jacobapolder op het Zeeuwse St. Philipsland ging ze naar de HBS in Zierikzee, 17 kilometer verderop. In 1983 werd ze de eerste vrouwelijke voorzitter van de ABOP, de onderwijsbond van FNV. Als eerste ook opteerde ze in 1997 voor het voorzitterschap van de FNV.

Dat ze nu als eerste vrouw doordringt in de top van het 'old boys network' van commissarissen, vindt ze niet bijzonder spannend. 'Als je als eerste op zo'n plek komt, weet je dat je een voorbeeldfunctie vervult', zegt ze. 'Je weet dat er even extra naar je wordt gekeken. Als blijkt dat het goed gaat, ebt dat weg. Dan komen mensen tot de conclusie van: goh, die kunnen dat ook.'

Vogelaar strijdt al jaren voor meer vrouwen in leidinggevende functies. In 1997 was ze de gedoodverfde opvolger van Johan Stekelenburg als voorzitter van de vakcentrale FNV. Dat niet zíj maar Lodewijk de Waal, tot die tijd CAO-coördinator van de vakcentrale, voorzitter werd, vindt Vogelaar nog altijd tekenend voor de vrouwonvriendelijke cultuur in sommige organisaties.

Unilever is een redelijk sociaal bedrijf in de ogen van Vogelaar. 'Voor een bedrijf met een vechtcultuur ben ik natuurlijk niet te strikken.' Dat het concern haar heeft benaderd, zegt volgens Vogelaar dat er bij Unilever oog is voor vrouwen en minderheden. 'Het bedrijf realiseert zich dat ze met mij iemand binnenhalen die daar een extra antenne voor heeft.'

Vogelaar houdt bij de invulling van haar functie strikt vast aan een scheiding tussen commissarissen en directie. 'Toezicht houden betekent dat je een klankbordfunctie vervult naar de directie en dat je, ook over dit soort onderwerpen, het gesprek aangaat. Ik doe suggesties. Het is de verantwoordelijkheid van de directie om er iets mee te doen. Ik ga niet op hun stoel zitten.'

Hoewel het sociale beleid binnen Unilever één van Vogelaars speerpunten is, lijkt de overstap van de publieke sector naar een bedrijf waar alles in het teken staat van winst, een grote. Wie haar verleden kent - ze was in de jaren zeventig actief lid van de Communistische Partij Nederland - moet zich zeer hebben verbaasd over haar keuze voor het zo commerciële Unilever. Vogelaar: 'Een mens mag veranderen en verandert gelukkig ook. Dus wat dat betreft: ík ook.'

Toch wordt de tegenstelling ook overdreven, zegt ze. 'Iedereen denkt altijd dat de publieke sector en de private sector heel verschillende werelden zijn. Dat valt mee, kijk maar naar FNV Bondgenoten (de bond is in financiële nood, red.), je moet zorgen dat het huishoudboekje aan het eind van het jaar klopt. En ook voor beursgenoteerde bedrijven is het belangrijk dat je investeert in mensen.'

Unilever-topman Anthony Burgmans deed in december een oproep aan de politiek om vooral snel weer stabiliteit in de democratische besluitvorming te brengen. Te lang aanhoudende politieke onrust doet het bedrijfsleven geen goed, meent de topman. Vogelaar vond het een goed initiatief. Hoewel ze veel met de politiek te maken heeft gehad, heeft ze - behalve in haar jonge jaren - nooit de behoefte gehad actief te worden. Ze voelt zich meer bestuurder dan politicus en moet achteraf erg lachen dat ze werd genoemd als kandidaat-premier voor de PvdA: 'Ik ben niet gebeld en ik zat niet bij de telefoon.'

Van de enige bemoeienis die ze met de politiek heeft gehad in haar early twenties - haar tijd bij de CPN - heeft ze geen spijt. Het heeft haar veel opgeleverd, vertelt ze. Het bracht haar in contact met 'mensen die hun brood verdienen door met hun handen te werken' en met 'veel CPN'ers die zonder dat ze hadden gestudeerd toch heel erg ontwikkeld waren'. 'Ik kan heel gemakkelijk met allerlei mensen van allerlei niveaus en lagen in de samenleving communiceren. Dat is een groot goed.'

Het is wel verleden tijd, benadrukt ze. De maakbare samenleving die de CPN voor ogen had, bestaat volgens Vogelaar niet langer. In de verkieziniccampagne heeft ze zich geërgerd aan het niveau. 'Discussies slaan tegenwoordig in extremen door. Als je maar een goede slogan hebt, kom je er wel, zo lijkt het. Ik vind het een beangstigende ontwikkeling. De werkelijkheid is vaak zoveel gecompliceerder.'

Meer over