Een maatstaf voor het bedreigd leven

De landen die geven om soortenrijkdom besloten vorige week in Maleisielk gereedschap ze daarbij gaan gebruiken. Dat van het RIVM in Bilthoven....

Door Willy van Strien

De meer dan 180 landen die het Biodiversiteitsverdrag hebben ondertekend, sloegen vorige week in Maleisipijkers met koppen. Ze spraken af hoe ze wereldwijd kunnen meten hoe snel de biodiversiteit afneemt en ze gaan daar nu mee beginnen.

Die overeenstemming is welkom. Het Biodiversiteitsverdrag (Convention on Biological Diversity, CBD) werd gesloten in 1992 in Rio de Janeiro. Tien jaar daarna formuleerden de wereldleiders op de wereldtop over duurzame ontwikkeling in Johannesburg (Zuid-Afrika) een concreet doel: ze verplichtten zich om het tempo waarmee de biodiversiteit afneemt, in 2010 aanzienlijk omlaag gebracht te hebben.

Maar om te zien of dat lukt, moet je dat tempo wel kunnen meten. Hoe doe je dat? Het CBD-secretariaat vroeg vorig jaar aan drs. Ben ten Brink van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu om een handzame tieve set maten die de toestand van de biodiversiteit, bedreigingen en maatregelen voor behoud wereldwijd in kaart brengt.

Het moeilijkste waren maten die de toestand van de biodiversiteit beschrijven.Ten Brink: 'Mensen denken dan dat je moet kijken naar het aantal soorten en de afname daarvan. Maar verlies van biodiversiteit is niet alleen verlies van soorten, maar vooral een afname in aantallen van v soorten en een explosieve toename van ele soorten, dus een grotere eenvormigheid. Daar moet je een maat voor hebben.'

Hij stelde een aantal maten voor, waarvan nu de twee belangrijkste zijn aangenomen: het areaal resterend natuurgebied en de aantallen van soorten die voor bepaalde ecosystemen en gebieden karakteristiek zijn. 'Die dekken samen het proces van vervlakking', zegt hij. 'Het is de bedoeling om soorten te kiezen die representatief zijn en waarvan men weet hoe ze op menselijk ingrijpen reageren. Want dan zie je ook wat belangrijke bedreigingen zijn.'

Het World Conservation Monitoring Centre (van het United Nations Environmental Programme, in Cambrigde) zal de nodige gegevens bijeen brengen en combineren. 'Een deel van die informatie is afkomstig van de CBD-landen', zegt drs. Arthur Eijs van het ministerie van VROM, die lid was van de Nederlandse delegatie in Kuala Lumpur. 'Die maken ook biodiversiteitsmaten voor eigen gebruik.'

'Het zou mooi en effici zijn als landen daar ook de maten bij nemen die voor de toetsing van de wereldwijde doelstelling zijn gekozen. Maar veel landen schrikken daarvoor terug, omdat ze dan ook echt onderling vergeleken kunnen worden.'

De gekozen maten zijn haalbaar, zegt Eijs. 'Er zijn voldoende gegevens om in ieder geval te beginnen. Dat is maar goed ook, want 2010 is dichtbij.'

Meer over