Een maagd om te ontdekken

Het is een berglandschap in zee, afgescheurd, maar niet afgescheiden van Frankrijk. Corsica, het groene eiland, niet Frans, niet Italiaans, maar Corsicaans....

De Place Porta, het centrale plein van Sartène, ziet deze middag zwart van de mannen. In hun beste pak staan ze samengedromd voor het Hôtel de Ville. Het is verkiezingsdag op Corsica. Massaal zijn ze opgekomen, uit de stad zelf en de wijde omtrek, een belangrijk knooppunt in het agrarische berggebied aan de westkust van het eiland, niet ver van de havenstad Propriano. De vrouwen zijn bij deze electorale samenscholing op de vingers van één hand te tellen. Zo is het allemaal in 1910 vastgelegd op de foto die boven onze tafel hangt in restaurant U Spuntinu aan de smalle Rue des Frères Bartoli, grenzend aan Place du Maggiu in de Oude Stad.

De muren bepalen in hun torenhoge en ongenaakbare robuustheid het karakter van dit middeleeuwse centrum. Het plaveisel onder de poort en in de nauwe straatjes draagt overal de sporen van eeuwen vol menselijk gekrioel, zo glad gesleten dat je moet oppassen om niet uit te glijden. Anno 2001 is er op de Place Porta veel veranderd. Het plein is sinds de bevrijding van september 1943 herdoopt in Place de la Libération.

Op zwoele zomeravonden is het een spiegel van de samenleving van nu: landarbeiders komen er in hun blauwe overalls samen in de kring van olmen, oudere gedistingeerde heren met witte hoeden en dito schoenen voeren er hun oude gesprekken en dorpsvrouwen klitten elders samen op het plein dat verder davert van de kinderen en de honden. De muur en de bankjes onder de oude Sainte-Marie-kerk fungeren als een druk punt voor hofmakerij. Daartegenover zitten de terrassen van Café des Amis, Café de la Victoire en Café au Bien Assis vol met Sartènse clientèle en toeristen, klaar met hun trage geslenter door de oude straatjes en de smoezelige, soms stinkende stegen zoals de veel gefotografeerde Passage de Bradi.

Tussen de palmen van het grote panorama-balkon staat het pompeuze monument voor de gevallenen. Aan de namen onder de Corsicaanse moorkop lees ik meer af van de typische eiland-identiteit. François Angeli, Jean Baptiste Bogognano, François Antoine Giovannangeli, Etienne Occhimuti. Franse voornamen, Italiaanse achternamen, zo staan ze voor eeuwig in het steen gebeiteld. In de Eerste Wereldoorlog werd de mannelijke bevolking van Corsica fors uitgedund; er vielen relatief meer mannen van het eiland dan Franse dorpszonen. De generaals hadden een opvallende voorkeur voor de eilandbewoners. Ze stonden bekend als ruige vechters en werden als eersten de loopgraven ingestuurd. Het eiland kreeg te maken met een groot tekort aan boeren.

De hellingen zijn hetzelfde gebleven. De olijfoogst is er nog altijd belangrijk, net als de kurk van de bomen. Sartène zelf heeft zich ontwikkeld tot een administratief centrum. Vol trots spreken ze er van de 'Corsicaanste stad van Corsica'. Het is een ideale uitvalsbasis voor tochten door dit deel van het Ile de Beauté. Het toerisme concentreert zich van oudsher op niet te missen havenplaatsen als Ajaccio (vooral het ouderlijk huis van Napoleon niet vergeten!), Bastia (de Oude Haven, de Place Nicolas!), Calvi (de Citadel!), Bonifacio (het uitzicht op de krijtrotsen!) en Porto Vecchio (verpest door de disco-cultuur!). De meeste bezoekers blijven aan de kust en daarom is het eiland-inwaarts weldadig rustig. Corsica moet miljoenen jaren geleden van zuidoost-Frankrijk afgescheurd en de Middellandse Zee ingegleden zijn. De gelijkenis met de Provence is frappant; het is alleen ruiger, ongerepter en groener.

Half verscholen tussen de hellingen ten noorden van Propriano ligt het uitgestrekte archeologische veld van Filitosa. Het terrein is jong als oudheidkundige vindplaats. De eigenaar ontdekte in 1946 onder het woekerende groen de overblijfselen van een opeenvolging van culturen: de oudste bewoning in het neoliticum (6000-2000 voor Christus), het megaliticum (3500-1000), het Torreense (1600-800) en het Romeinse tijdperk.

Het glooiende gebied van rond de tien hectaren biedt een afwisseling van schaduwrijke bosschages en grote open zandvlakten die liggen te schroeien in de zon. De eerste bewoners (boeren, vissers, jagers en herders) vonden hier een natuurlijk onderdak: de taffoni's, door regen en wind uitgeholde rotsen. Hun opvolgers bouwden primitieve vestingen van keien en richtten stenen gedenktekens op voor de voornaamste gemeenteleden. Zeventig van die menhirs zijn hier teruggevonden. De mooiste vijf staan in een halve cirkel onder een grote oude olijfboom. De wandeling vergt ruim een uur.

Die oude bewoners moeten al hebben opgekeken naar de groene toppen in het oosten: het zou het gebergte van Alta Rocca gaan heten, naar de middeleeuwse Heren van Rocca. Uit Sartène neem ik de D268 en passeer de monumentale Spin'a Cavallu, een beroemde boogbrug over de Fiumicicoli uit de Genuaanse bezettingsperiode (dertiende tot zestiende eeuw). Een paar kilometer verder sla ik linksaf, de D69 in, een weg die traag de bergen in kronkelt. Er staan verlaten boerderijen en vervallen, door struiken overwoekerde schuren tussen de bomen. Koeien en wilde zwijnen lopen vrijuit over straat.

Aullène is een verkeersknooppunt op 849 meter hoogte. Deze middag is er markt op het plein met veel bric-a-brac en specialiteiten van de streek. Er staat een mooi oud Hotel Restaurant de la Poste. De D420 slingert vervolgens oostelijk bergaf naar Serra-di-Scopamène, een gehucht met een stemmig pleintje met oorlogsmonument dat vertelt dat de families Comiti, Pandolfi, Roccaserra en Susini zwaar zijn getroffen. Een paar lussen verder stap ik opnieuw uit. Een en al weldadige sereniteit hangt hier, het enige geluid dat ik hoor, is het grind onder mijn schoenen. Je wordt hier niet alleen getracteerd op een prachtig uitzicht op het dorpje en het dal met de olijfbomen, de pijnbomen en de kastanjes, maar ook op die magnifieke stilte van Alta Rocca.

Het volgende dommeldorp heet Quenza, gedomineerd door een stoere, slanke toren uit 1700. In het kerkje ernaast schuif ik het gordijn open van de biechtstoel die in onbruik blijkt te zijn geraakt. De koster bewaart er nu zijn stoffer en blik. De nieuwe halteplaats is Zonza, een toeristencentrum met een stoere stenen soldaat, die midden op het kruispunt zijn geweer heft, een Auberge du Sanglier en ansichtkaartenuitstallingen. Het is dichtbij de 1218 meter hoge Col de Bavella, met zijn grillige piekenkroon, die het massief van Incudine domineert. Het is er druk, het is een geliefde bestemming voor wandelaars en klimmers. Het bos wordt er weer bos, ook door nieuwe aanplant van 150 duizend bomen na de grote brand van 1960. Het standbeeld van Notre-Dame-des-Neiges staat er, een sneeuwheilige die innig wordt vereerd, gelet op de talloze dankprentjes die slordig aan haar voeten zijn geplaatst.

Via de D268 zoek ik de stilte beneden weer op, richting Levie. Op de dorpsgrens staat een granieten monument voor 23 patriotten, gevallen voor de vrijheid. In de late zomer van 1943 is in deze buurt, op de weggetjes en de dicht begroeide hellingen tien dagen gevochten tegen de Duitsers, die uiteindelijk op de vlucht sloegen, met achterlating van tweehonderd doden en vierhonderd gewonden. In steen gebeiteld staat de tekst: 'Bewijs van de ontembare taaiheid van het Corsicaanse ras.'

Dergelijke blijken van eilandtrots zijn niet zeldzaam langs deze bergwegen, in deze dorpen. In het vrijwel verlaten gehucht Pacciunituli staat een buste van Jean Nicoli, verzetsheld, in 1943 in Bastia onthoofd door Italiaanse fascisten. Niet ver daarvandaan is het monument voor François Marie Pietri, held van 1914-'18 die bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog heeft uitgeroepen: 'Corsica is niet te koop, Corsica is niet te geef, Corsica is voor onszelf!'

Ja, ze zijn fier op zichzelf en op hun eiland, ideaal schuiloord en strijdtoneel. Ze hebben zich in 1944 eigenhandig bevrijd, zonder noemenswaardige hulp van de geallieerden. Ze koesteren er hun oude bandieten, zoals Antoine Bellacoscia die - met ander legendarisch geboefte - wordt geëerd in een boek van journalist Paul Silvani: Bandits Corses. En dan zijn er nog steeds de anonieme terroristen die andere idealen hebben over de zelfbeschikking van Corsica dan de Franse premier Jospin.

In Levie staat het museum voor de prehistorie. Er wordt gewerkt aan een omvangrijke nieuwbouw, want het huidige pand is te klein voor de vele vondsten, gedaan onder leiding van archeoloog François de Lanfranchi. Corsica herbergt naar schatting drieduizend prehistorische plekken. Daarvan is nog geen tiende ontgonnen, vooral vanwege geldgebrek. Een paar van de mooiste zijn te bewandelen op de vlakte ten westen van Levie: het Castellu de Cucuruzzu, een primitief fortencomplex uit het bronstijdperk, en de ruïnes van Capula. Net als in Filitosa maakten de bewoners gebruik van de rotsformaties en bouwden er muren omheen en bovenop. Deze twee plekken zijn alleen veel omvangrijker en nog indrukwekkender. De wandeling vol beklimmingen duurt minstens twee uur.

De weg terug naar Sartène loopt bergaf door Sainte-Lucie-de-Tallano, lieflijk dorp vol zachtrode daken, omkaderd door olijfbomenbossen. Het convent, aan het einde van de vijftiende eeuw gesticht door Comte Rinuccio della Rocca, heer van de bergen, wordt gerestaureerd. Vlakbij is het schaduwrijke Place de l'Ormeau met zijn fontein.

In Sartène is de voormalige negentiende-eeuwse gevangenis ingericht als museum. Van cel tot cel wordt de prehistorie verteld aan de hand van scherven, sieraden, stenen vuistbijlen en ijzeren pijlpunten. Tegen de jonge archeoloog-beheerder uit ik mijn verbazing over de nog maar kort begonnen graaf- en snoeiwerkzaamheden op het eiland. Hij legt uit: 'De boeren en herders hebben eeuwenlang geweten waar die plekken lagen, maar ze bleven er ver vandaan. Ze durfden niet aan de doden te komen. Een kwestie van bijgeloof. Ze waren ook wantrouwend, typisch middeleeuws. Corsicanen zijn altijd wantrouwend geweest. Ook ten opzichte van de zee. Ze zijn er niet bang voor, maar ze weten wel dat de vijand er vandaan kan komen.'

Hij glimlacht verlegen en zegt dan: 'Ik ken dat, ben zelf een Corsicaan, Maar we gaan door met de opgravingen. Corsica is een maagd om te ontdekken.'

Meer over