Een luie denker met gevoel voor de markt

Vanwege zijn Bentley, branie en baardstoppels is Herman Heinsbroek een opvallende minister. Dankzij zijn muziekuitgeverij werd hij miljonair, vervolgens nam hij zes jaar de tijd om na te denken....

Gerard Reijn

'MAG JE eigenlijk ook wat zeggen?', vraagt Herman Heinsbroek, minister van Economische Zaken, aan zijn collega Aart-Jan de Geus, vlak voordat de twee de Tweede Kamer binnenstappen om het debat over de regeringsverklaring bij te wonen. 'Nee, je mag alleen maar luisteren', antwoordt De Geus, kennelijk iets beter op de hoogte van de politieke gewoonten. Heinsbroek zucht. 'Heb jij een boek bij je?', vraagt hij aan De Geus. Even later wordt hij door fotografen gesnapt met het hoofd, zwaar van verveling, steunend in zijn handen.

Echte verveling? Dat lijkt onwaarschijnlijk, want Heinsbroek doet al zes jaar zo goed als niets, en hij heeft zich daarover nooit beklaagd. Integendeel: hij had juist lekker veel tijd om te denken. Om een boek te schrijven, al heeft nooit iemand iets van dat boek gezien. Zou hij dan nu, net begonnen aan een baan in een voor hem nieuwe bedrijfstak, zich te pletter vervelen?

Voordat hij aan zijn zes jaar durende sabbatical begon, verdiende Heinsbroek een vermogen met zijn muziekuitgeverij Arcade, die hij in 1996 voor naar schatting 90 miljoen euro verkocht aan het krantenconcern Wegener. Zelf streek hij daarvan 72 miljoen op. Heinsbroek, met zijn Bentley, branie en baardstoppels de opvallendste minister, is ook veruit de rijkste.

Het zakenblad Quote schat zijn vermogen op 140 miljoen euro. Dat lijkt aan de hoge kant. Op de balans van zijn belangrijkste investeringsmaatschappij, Valinda Investments, stond eind 2000 'slechts' 20,7 miljoen euro, waarvan na aftrek van de schulden 10,9 miljoen overbleef. Blijft de vraag waar het geld van Arcade is gebleven. Tot nu toe weigert de minister prijs te geven hoe groot zijn vermogen is. Zijn zakelijke belangen (naast Valinda is dat het modellenbureau Ulla Models) zijn ondergebracht in twee stichtingen: Administratiekantoor Belangen Heinsbroek I en II.

De minister leeft er riant van. Zijn Bentley, eerst een met twee deuren, nu hij minister is een vierdeurs, is meer dan genoeg besproken, zijn klassieke Ferrari Barchetta gek genoeg veel minder. Zijn huis in Bergen aan Zee is niet zo bekend, dat in Saint Tropez is al iets bekender, maar dat in Huizen is veelbesproken.

Het is een kast van een huis. De afgelopen jaren heeft de minister veel tijd gestoken in de bouw ervan. Maar ook in één merkwaardig detail: de plaats van de brievenbus. Aanvankelijk hing die aan de toegangspoort aan de voorkant van het perceel, maar nu hangt hij aan de achterkant. Daar grenst zijn tuin aan het Vogellaantje, een bospad dat net in de gemeente Naarden loopt, en dat geeft meer prestige dan Huizen.

Aan deze villa heeft hij het te danken dat hij minister is. Hij werd voor de politiek geronseld door zijn buren Jan des Bouvrie en Ferry Hoogendijk, het duo dat in eigen buurt ook Fiona de Vilder probeerde te strikken voor de politiek. Zonder die buren zou Heinsbroek waarschijnlijk nooit tot het hoge ambt zijn geroepen, want niemand uit zijn kennissenkring herinnert zich enige politieke betrokkenheid van hem.

Herman Heinsbroek werd 51 jaar geleden geboren in Schiedam. Zijn vader had zich opgewerkt van arbeider in een jeneverstokerij tot directeur, maar de jonge Herman leek niet erg ambitieus. Tegen Quote vertelde hij dat hij na school bij thuiskomst onmiddellijk naar boven rende en op bed ging liggen. 'Moet jij niet je huiswerk maken?', vroeg moeder dan. 'Nee, want ik lig na te denken'.

Heinsbroek bleef twee keer zitten op het gymnasium, maar haalde vervolgens wel de hbs, waar hij een onopvallende leerling was. Hij ging rechten studeren aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, en volgde in 1976 de opleiding tot diplomaat. Na een jaar had hij de diplomatieke dienst wel gezien. 'Moest ik als vice-consul in Istanbul gestrande vrachtwagenchauffeurs repatriëren. Of een dwaas ophalen die in een dwangbuis was terechtgekomen.'

Niks voor Heinsbroek. Hij ging werken bij CBS in New York, Londen en Frankfurt, en kwam in 1979 bij de Britse muziekuitgever Arcade. In 1983 nam hij, samen met zijn boekhouder Bert de Liefde, de Nederlandse vestiging van het bijna failliete Arcade over.

De onderneming liep vanaf dat moment weer als een trein. Arcade perfectioneerde het concept van het verzamelalbum. Niet gewoon twintig leuke nummertjes bij elkaar, maar thema-albums met titels als Beach-Tour en RockNight. Zoals gebruikelijk bedacht hij alleen de hoofdlijnen, voor de uitvoering, de perfectionering en de details huurde hij een specialist in, André de Raaff.

De Raaff: 'Onze grootste klapper was het album Synthesizer Greatest. We hadden het probleem dat de twee grootste artiesten van dat moment niet met elkaar op één cd wilden. We losten dat op door hun nummers te laten naspelen. Van die cd's hebben we er in Europa wel tien miljoen verkocht. We hoefden bovendien veel minder royaltys te betalen.'

Met de winst uit de verzamel-cd's ging Heinsbroek nieuwe dingen doen: tv. Tekenend voor zijn doortastendheid is de manier waarop dat ging. De Raaff: 'Op een brainstormsessie in november 1994 bedachten we dat plan. We hadden nog nooit iets met tv gedaan, maar we besloten om op 1 mei de lucht in te gaan. Zonder eerst marktonderzoek te laten doen. Het verbijsterende was dat het nog lukte ook.'

Aldus begon TV 10 Gold met het uitzenden van oude tv-series, terwijl tegelijkertijd TMF in de lucht kwam. Lex Harding werd directeur van TMF, en heeft een andere versie van de ontstaansgeschiedenis. 'Ik was directeur van Radio 538, en ik vond dat we er een tv-station bij moesten hebben. Zelf konden we dat niet financieren. Omdat ik Heinsbroek kende, ging ik naar hem toe.' Ze werden het snel eens. 'Als ik toch een tv-station begin, kan ik er net zo goed twee beginnen', zou Heinsbroek tegen Harding gezegd hebben, en hij nam een belang van 93 procent in TMF.

De bloei van Arcade wekte de de begeerte van het krantenconcern Wegener, dat wilde uitbreiden naar andere media. Toenmalig bestuursvoorzitter Peter Appeldoorn was onder de indruk van Heinsbroek. 'Wij wisten hoe moeilijk het was om een tv-station te beginnen. En het was hem in korte tijd gelukt.'

In 1996 werd de koop gesloten. Heinsbroek, niet vies van grote woorden, noemde Wegener Arcade 'een Time Warner op Nederlandse schaal'.

Of de duvel ermee speelde, zakte vanaf datzelfde moment de cd-markt in. De Raaff: 'In het ene jaar moesten we 140 duizend cd's verkopen voor een nummer 1 in de hitparade. Het jaar daarop haalden we nummer 1, met 40 duizend stuks. Zo erg was de markt ingestort.'

Sommige media-ondernemers menen dat van toeval geen sprake was. 'Iedereen zag het, behalve Wegener', zegt Willem van Kooten, ondernemer en mede-oprichter van Leefbaar Nederland. 'Voor iemand met zo'n gevoel voor de markt als Heinsbroek is het moeilijk voor te stellen dat hij het niet wist', zegt Foppe-Jan Smit, die ooit Radio 10 aan Heinsbroek verkocht.

Feit is dat Wegener vrijwel alle activiteiten van Arcade weer heeft afgestoten, met verlies. Maar een ander feit is dat Heinsbroek er desondanks niet in is geslaagd vijanden te maken. Mensen die met hem hebben gewerkt, vinden hem een fijne man, direct, creatief. Hij stelt hoofdlijnen vast, en laat zijn medewerkers de ruimte voor de details. 'Zorg maar dat het voor mekaar komt', schijnt zijn slogan te zijn. Als iemand met problemen bij hem komt waar hij geen zin in heeft, heeft hij een andere paraat: 'Daar knap ik niet van op.'

Meer over