Een loodgrijze geschiedenis met hier en daar een gekleurde stip

De jonge Sima Sneevliet werd in de jaren dertig bij het zien van de rode vlaggen en de spandoeken in Moskou nog bevangen door 'een religieus gelukszaligheidsgevoel', maar lang heeft dat niet geduurd....

INEKE JUNGSCHLEGER

HOE STAAT het leven? 'Grijs met stippels', is een van de antwoorden die een Rus op die vraag kan geven. Sima Sneevliet (71) had die uitdrukking willen gebruiken als titel voor haar boek, maar het werd uiteindelijk Mijn jaren in stalinistisch Rusland.

De gekleurde stippels die zij als confetti door de loodgrijze geschiedenis heen strooit, maken het boek tot meer dan het zoveelste document over de terreur onder het bewind van Stalin. De slimmigheden en de kleine geneugten waarmee Sima en de haren de moed erin hielden, prikkelen om verder te lezen. Haar verteltrant doet denken aan familieverhalen over hoe de mensen in Nederland de oorlog doorkwamen, inclusief de hongerwinter. Koekjes bakken van meel en levertraan stinkt weliswaar vreselijk, maar bij een feest horen koekjes en die heb je dan toch maar. Hoe kom je binnen 24 uur aan een warme trui voor je tweede vader, die kou lijdt in een kamp in Siberië? Door samen met je moeder de hele nacht door te breien. De 'grote' geschiedenis wordt toegankelijker doordat de 'kleine' inzicht geeft in de uitwerking van de dictatuur op het dagelijks leven.

Tot de gekleurde stippels horen ook de tegenstrijdigheden die, kort en droog opgeschreven, het karakter van cynische grappen krijgen. Zoals het fragment over haar moeder, die haar op een avond tijdens de Zesdaagse Oorlog tussen Israël en enkele Arabische landen, verontwaardigd in de gang tegemoetkomt met de krant in de hand en uitroept: 'Weer een aanval van de jidden tegen die arme Arabieren.' Afgezien van het feit dat het woord zjidy (jidden) grotesk klonk uit de mond van Sima senior, zelf joodse, waren er nog een paar dingen die niet klopten. Het ging om een aanval op Egyptische vliegvelden, Nasser was aan de macht. 'Waar praat je over', zei Sima junior, een beetje uitdagend. 'Arme Arabieren. Dat is toch belachelijk! Weet je dan niet dat jouw Nasser de communistische partij in Egypte heeft verboden en dat hij de communisten achter de tralies houdt?' Voor haar moeder betekenden die woorden meer dan een uitdaging. Ze werd woedend. 'Je liegt, je bent een fasciste', schreeuwde ze.

Ook nadat zij haar tweede man verloren had door Stalins massaterreur, bleef Sima's moeder overtuigd van diens goedheid. 'Zij schoof de schuld in de schoenen van het hoofd van de KGB.' Pas na het partijcongres van 1956, toen Chroesjtsjov, Stalin ontmaskerde, begon zij te twijfelen. 'Maar ook toen viel er met haar niet over te praten. Ze was een lieve vrouw, opofferend, een goede moeder. Maar redeloos zodra het over het communisme ging.'

Toch ontbrak het moeder Sima Zjolkovski, die als kind uit een groot en arm gezin op haar achtste jaar al fabrieksarbeidster was, niet aan intelligentie. Dat blijkt onder meer uit het verhaal over de papieren identiteit die zij haar dochter weet aan te meten. Sima junior is haar daar zeer dankbaar voor, want door haar slimme manipulaties was zij in één keer de belasting kwijt van twee 'foute' vaders en een joodse moeder. Haar vader, Henk Sneevliet, speelde tussen de twee wereldoorlogen een vooraanstaande rol in de communistische beweging. In Nederlands-Indië was hij betrokken bij de oprichting van de Indonesische Communistische Partij, die hij in 1920 vertegenwoordigde op het congres van de Derde Communistische Internationale. Daarna trad hij op als vertegenwoordiger van de Komintern in China.

Sneevliet werd in 1942 door de Gestapo vermoord en wordt in Nederland geëerd als verzetsheld. Maar in stalinistisch Rusland gold hij als 'fout', want hij was een aanhanger van Trotski. Haar stiefvader Jef Swart, met wie haar moeder trouwde nadat ze gescheiden was van Sneevliet, viel in 1938 in ongenade en stierf in 1942 in een kamp in de goelag.

Elf jaar was Sima Sneevliet toen ze van Amsterdam naar Moskou verhuisde. Vierenvijftig jaar later, in 1988, kreeg ze voor het eerst de kans naar Nederland te komen om het graf van haar vader te bezoeken. De organisatoren van de jaarlijkse Sneevliet-herdenking constateerden verrast dat 'de Russische dochter' heel behoorlijk Nederlands sprak. Bij die herdenking ontmoette ze voor het eerst Theo van Veen, de Nederlander met wie zij een jaar later getrouwd is.

Op tafel in hun Zandvoortse flat ligt Wilde zwanen, de familiegeschiedenis van drie generaties in communistisch China. Zij is het boek aan het lezen en herkent er veel in. Ik zeg dat Wilde zwanen mij tot het eind bleef boeien door de vaak verbluffende feiten, ondanks de irritatie dat het niet echt goed geschreven is.

'Net als mijn boek', reageert Sima onmiddellijk. Ik beaam het. In het begin is de aaneenschakeling van namen en data nogal taai, maar na een paar hoofdstukken valt het houterige schrijven nauwelijks meer op omdat de nieuwsgierigheid voldoende geprikkeld is.

De kleine, alerte vrouw met de levendige ogen is in het gesprek net zo rechtstreeks als in haar boek. 'Verderop wordt het ook beter omdat ik het Nederlands meer in de vingers kreeg', zegt ze. 'Spreken ging nog wel, maar ik had in het begin erg veel moeite met Nederlands schrijven.'

Op haar elfde schakelde zij over van Nederlands op Duits en Russisch. Haar moeder had Sima in Nederland geen Russisch geleerd en daarom deed ze haar na aankomst in Moskou, in 1934, op een Duitse school. De medeleerlingen kwamen voornamelijk uit Duitse vluchtelingenfamilies - Hitler was in 1933 aan de macht gekomen - en 'Berlinerisch' was toonaangevend op school. Ze kon zich verstaanbaar maken, dank zij de Duitse emigranten die in Amsterdam bij haar thuis gewoond hadden, maar werd geplaagd met haar Hollandse accent en was in het begin schuw en terughoudend. Maar al snel kon ze goed meekomen en ze genoot van de nieuwe omgeving, waar ideologie en praktijk samenvielen.

In Nederland werd een communistisch gezin raar aangekeken; het gaf haar een gevoel van bevrijding dat ze in Rusland op school en op straat haar rode pioniersdas mocht dragen. De rode vlaggen de spandoeken met leuzen, het marcheren op het Rode Plein voor 'vader Stalin': ze vond het allemaal prachtig. 'Het was een soort religieus gelukzaligheidsgevoel dat mij en mijn omgeving bezielde.'

Dat er in Moskou anno 1934 veel armoe geleden werd en ook voor een gezin dat nog over Nederlandse guldens beschikte het leven behoorlijk ongerieflijk werd, stoorde haar niet. Op de vraag hoe dat kan, antwoordt ze: 'Als kind heb je minder last van de rotzooi met gemeenschappelijke keukens en zo. Er wordt voor je gezorgd en je accepteert de omstandigheden makkelijk, zeker als je ouders zeggen dat het tijdelijk zo moet. En vergeet niet dat het in Nederland crisistijd was.' Ze herinnert zich de opstand in de Amsterdamse Jordaan, waarbij een dode viel. Als kind tussen vier sociaal geëngageerde volwassenen - haar ouders scheidden in 1928, in de weekenden was ze vaak bij Sneevliet en diens tweede vrouw - ontwikkelde ze een scherp bewustzijn voor de onrechtvaardige verdeling van rijkdom en armoede.

Lang heeft 'het religieus gelukzaligheidsgevoel' te midden van de rode vlaggen bij haar niet geduurd. Sima junior had, in tegenstelling tot haar moeder, geen aanleg een gelovige te worden. Al na een kleine twee jaar begonnen haar dingen op te vallen die niet klopten. Oudere jongens van haar school waren naar Spanje gegaan, om te vechten in de burgeroorlog. In 1936 kwamen ze terug via Franse interneringskampen. In plaats van thuis feestelijk ingehaald te worden, gingen ze in Rusland de gevangenis in.

Sima: 'Die jongens kwamen niet meer terug op school. Hoe kan dat nou, zeiden mijn vriendinnetjes en ik tegen elkaar. Ze hebben het fascisme, de ergste vijand, bevochten en nu moeten ze naar de gevangenis.' Zij was dertien, haar klasgenoten allemaal een of twee jaar ouder. Als vluchtelingenkinderen hadden ze vaak omzwervingen door Europa gemaakt, voordat ze in Moskou op de Duitse school kwamen.

Kort na de arrestatie van de jongens uit de Spaanse burgeroorlog werden ook ouders opgepakt. 'Mijn vader is vannacht weggehaald', vertelde 's morgens een klasgenoot. 'En dan praatten we daar natuurlijk over, waarom dat zou zijn. Een paar dagen later gebeurde het weer, nu met een moeder. Altijd 's nachts.'

Opeens was de officiële propaganda niet meer in harmonie met de werkelijkheid. 'We moesten zelf maar achter de waarheid zien te komen want onze ouders vertelden ons niets.' Nu weet ze dat de ouders waarschijnlijk constant in angst zaten, maar als dertienjarige had ze daar geen idee van. Het gevoel van angst heeft ze zelf pas als volwassene leren kennen. 'Als kinderen waren we niet bang. Het is iets anders: je leeft met alles mee en je raakt opgewonden.' Die opgewondenheid herinnert ze zich scherp. Moeilijk te beschrijven, zegt ze, 'maar in ieder geval geen prettig gevoel.' Ook Jef, haar tweede vader zou 's nachts opgehaald worden, in februari 1938.

De eerste van haar vriendinnetjes die haar twijfels over Stalin durfde uitspreken, was Agie Sass. 'Diezelfde Agie die ik later in Berlijn hoorde redeneren alsof ze een hoofdartikel uit de Pravda opzei', schrijft ze in haar boek. De vader van Agie Sass was secretaris van Karl Radek, de voormalige hoofdredacteur van de Pravda, die begin 1937 met veertien anderen in een groot schijnproces ter dood veroordeeld werd. Ook Agie's vader kreeg de doodstraf.

Na de oorlog vertrok Agie naar de DDR. Toen Sima haar in 1965 in Oost-Berlijn ontmoette, was ze stomverbaasd: haar kritische schoolvriendin Agie was een keiharde communiste geworden. 'Ik wist niet zo gauw hoe ik daarop moest reageren. Ze zat stevig te paard en werd tot de partij-elite gerekend. Haar man was voorzitter van de Volkskammer, het Oostduitse parlement.'

Sima Sneevliet was volledig op de hoogte van wat zich afspeelde aan de andere kant van het IJzeren Gordijn. Vanaf 1946 werkte zij als vertaalster bij het persbureau Tass. Ze las Amerikaanse en Engelse tijdschriften, luisterde naar de Engelstalige zenders in West-Duitsland. 'Iedereen die Engels verstond, kon naar de buitenlandse zenders luisteren. Alleen de uitzendingen in het Russisch werden gestoord.' Zij en haar vrienden lazen veel boeken van eigentijdse buitenlandse schrijvers. 'In Duitse, Amerikaanse en Engelse boeken stond in de jaren zestig en zeventig veel kritiek op de westerse maatschappij. Dat was prachtig, die boeken werden binnengehaald. Zo lang er maar niets slechts over Rusland in stond.'

Het enige aspect van het leven in Nederland waar ze zich in Rusland geen voorstelling van heeft kunnen maken, is de overvloed. Haar hele volwassen leven was ze bezig met 'de onzinnigste dingen' om te voorzien in de primaire levensbehoeften van haarzelf en haar gezin. De eerste keer dat ze terug was in Nederland, in 1988, heeft ze samen met haar dochter een hele tijd verbijsterd staan kijken bij de afdeling broodbeleg in een supermarkt. 'Tientallen soorten kaas en tientallen soorten worst. Dat ligt er allemaal maar en bijna niemand koopt het. We vroegen ons af wat ze ermee deden als de winkel dichtging.' Lachrimpels rond de levendige ogen achter de brilleglazen: 'Blijkbaar verkopen ze het toch, want ik zie steeds weer nieuwe voorraden liggen.'

Ineke Jungschleger

Sima Sneevliet: Mijn jaren in stalinistisch Rusland.

BZZToH; ¿ 29,50.

ISBN 90 6291 843 3.

Meer over