Een lezer in de loopgraven

Opnieuw de Eerste Wereldoorlog, in de nieuwe roman van Stefan Brijs. In kalme, haast bedeesde zinnen sorteert hij groot effect.

DANIELLE SERDIJN

Omgeploegd door infanterie en granaatexplosies, bezaaid met prikkeldraad en landmijnen, was de klap- roos volgens overlevering de enige bloem die kon bloeien in het niemandsland tussen de loopgraven van 1914-1918. De klaproos groeide uit tot het symbool van La Grande Guerre, een oorlog die onze zuiderburen nog altijd met afschuw koesteren, omdat het hun oorlog is, een die rakelings aan ons voorbij ging.

Op het omslag van de langverwachte nieuwe roman van Stefan Brijs (1969), prijkt een halve klaproos. Daar waar de andere helft zich zou moeten bevinden, staat de titel: Post voor mevrouw Bromley. Brijs brak in 2005 door bij het grote publiek met De engelenmaker, maar had in de jaren daarvoor al een paar fijne romans geschreven waaruit zijn belangstelling voor kwetsbare mensen sprak. Ook deze keer komen we ze tegen.

De roman omvat de jaren rond de voorlaatste eeuwwisseling tot aan de laatste maanden van de Eerste Wereldoorlog. In het eerste deel, dat Het thuisfront heet, lezen we over twee jongens, de 17-jarige Martin Bromley en de twee jaar oudere John Patterson.

Het zijn vrienden, ondanks hun tegengestelde karakters. John is een lezer, een uitgesproken literatuurliefhebber. Milton, Keats, Dickens, Kipling, en later H.G. Wells, Conan Doyle. De wanden van het huis dat John en zijn vader bewonen in de Londense wijk Hoxton, staan vol boeken. Toch is er weinig uitwisseling tussen vader en zoon: 'Zoveel woorden als er in ons aanwezig waren, zo weinig werd er doorgaans gesproken.'

Uit ander hout gesneden is de familie Bromley, bestaande uit pa, ma, Martin en een hele reeks zusjes. Ze zijn luidruchtig, deels analfabeet, onbesuisd en dierlijk in hun verlangens, iets wat Martin fataal wordt zodra hij in het leger zit. Bindende factor is moeder Bromley. Zij was het die John borstvoeding gaf, nadat zijn eigen moeder overleed in het kraambed. Lezer en vechtjas zijn zoogbroeders.

In kalme, haast bedeesde zinnen voert Brijs ons verder mee, de oorlog in. Het zijn zinnen waarin niemand zal verdwalen, geen 'Armada van parels' zal er in 'kapseizen', wat deze versie van de oorlog een ander aanzien geeft dan die van collega Erwin Mortier in Godenslaap.

John verliest z'n vader, die postbode was. Hij ontdekt dat pa Patterson de dood op afstand hield door overlijdensberichten simpelweg niet te bezorgen. Ma Bromley verkeert in de veronderstelling dat Martin nog leeft.

Wanneer John in het tweede deel, Het westfront, zelf in de loopgraven staat, besluit hij uit naam van Martin brieven te schrijven. Zolang hij schrijft, en mevrouw Bromley leest, leeft Martin. Thematisch verbeeldt Brijs zo het vruchtbare verbond tussen schrijver en lezer. Hij laat zien dat lezen tot leven wekken is, of, binnen het perspectief van de roman, in leven houden. Dit samenspel is van een ontroerende schoonheid, en, via allerlei verwijzingen, een ode aan de literatuur bovendien.

Lezen we over de straatjes in Hoxton, waar kinderrijke families in kleine hokken wonen, dan verwijst Brijs een zin verderop naar Dickens. Schrijft hij over de moeizame verhouding tussen John en Mary, Martins zus op wie John verliefd is, dan weerklinken romantische liefdesperikelen van Keats. En wanneer John zich afvraagt of hij een lafaard is omdat hij niet zoals Martin en al die andere jongens naar de oorlog gaat, dan brengt Brijs zijn lezer, door een zijlijn in het verhaal waarin een opstandige student Duits zelfmoord pleegt, moeiteloos naar Goethe.

Aan het westfront dringt zich door een enkele inhoudelijke gelijkenis - maar ook door Brijs' bedeesde schrijfstijl - een allerlaatste, nauwelijks te negeren vergelijking op; die met Erich Maria Remarque, de enige auteur die Brijs zijn belezen personage niet zelf kan laten noemen omdat Im Westen nichts Neues, pas in 1929 zou verschijnen.

Op de schouders van reuzen is de Vlaming er opnieuw in geslaagd een toegankelijk en aantrekkelijk boek te schrijven. Deze keer over loyaliteit, vriendschap en heldendaden. Mooi. Maar het echte avontuur openbaart zich in de hartveroverende gelaagdheid van deze roman.

Stefan Brijs: Post voor mevrouw Bromley.

Atlas; 512 pagina's; € 17,95.

ISBN 978 90 4501 984 0.

undefined

Meer over