Een leven van flops en lekke banden

ER BESTAAN MENSEN die voor pech geboren zijn. Types die het ook niet kunnen helpen dat - om een vergelijking uit de meesterlijke novelle Der goldne Topf van E.T.A....

Eddy Maanzaad is geen uitzondering op het geschetste type. Hij is zo onbeduidend als zijn achternaam aangeeft. Maar Wouter Donath Tieges, de recensent, vertaler en redacteur van uitgeverij Meulenhoff die vorig jaar overleed op 50-jarige leeftijd, is er in zijn laatste boek niet op uit geweest al te gemakzuchtig sympathie op te wekken. Zijn hoofdpersoon is weliswaar een sukkelaar, maar geen bijzonder aardige of aandoenlijke.

Dat maakt Maanzaad eens zo aardig. We volgen de anti-avonturen en deprimerende gedachten van een man die nooit eens in het leven kan opgaan, maar er altijd neven tast. Wouter Tieges begrijpt deze hinkepoot zo goed, dat het proza van Maanzaad van de weeromstuit hapert en botst dat het een aard heeft. Het horten en stoten is als levensritme herkend en weergegeven, en dat geeft deze postume roman bestaansrecht. Anders gezegd: daardoor is het meer dan een triest stemmend document dat om redenen van piëteit beter in Tieges' nalatenschap had kunnen blijven.

Maanzaad heeft een bijpassend krakkemikkig gestel. In zijn journalen wemelt het dan ook van woorden als dialyse, kunstnier, prednison, hartbewaking, grauwe staar, vliegende jicht en een overhemd van Zeeman. Zulke dingen wens je niemand toe.

Chroniqueur van een chronisch bestaan, noemt hij zichzelf treffend. Als hij clandestien een harinkie eet, zijn de gevolgen voor zijn gezondheid steevast nefast.

Hij is een man die zich altijd wegcijfert en nooit iets afmaakt. Nu hij vijftig is, nog in leven maar nog steeds zonder boek van eigen hand, vindt hij dat hij het verhaal van zijn leven moet optekenen. Hij schept zich een mogelijkheid literair door te breken, door ongenadig in zijn eigen zieleroerselen te kijken.

Deze inkijkoperatie levert navrante taferelen op. Een leven van flops en lekke banden trekt voorbij, in zinnen die misschien nog kloek openen, maar zelden zonder een ontsporing of afzwakkende bijzin achter de behoudende komma eindigen.

Bij al deze schrijvershandicaps komt nog eens, dat Maanzaad belezen is. En wie doorkneed is in de literatuur, de grote jongens als Musil en Pessoa paraat heeft, die weet maar al te goed waar de limieten van zijn eigen artistieke vermogens liggen. Veelzeggend is het citaat van Maurice Gilliams, dat tot tweemaal toe in Maanzaad opduikt: 'Andermans belevingen en ervaringen, het stuifmeel ervan, heb ik voor eigen gebruik geprobeerd op te vangen. Achteraf heeft de bevruchting pijn gedaan. Toch herbegin ik er telkens mee, door middel van een andermans wedervaren, voor mijn persoonlijk wedervaren een oplossing te zoeken.' Voor iemand die dit weer op zijn beurt citeert, gelden probleem en opgave in het kwadraat. Maanzaad heeft het niet makkelijk, maar maakt het zichzelf bepaald ook niet makkelijk.

Toch, ondanks alle strubbelingen en voorbehoud, heeft Tieges zich zowaar naar iets als een eigen toon geworsteld. Hij komt op momenten tot zinnen of wendingen die je doen opveren: 'In het donker van het ongevraagd uitgeknipte licht'; 'Hela kende ik alleen maar van hola-houd-er-de-moed-maar-in'; 'Prutje is zijn lijfgerecht voor de fantasiearme dag', 'Het werd een reis om nooit te vergeten. Even was alles vergeten.' En deze mag er ook zijn: 'Straks zou hij een ligbad met schuim en de geur van vergeet-mij-nietjes nodig hebben om zich weer een beetje opgewassen te voelen.'

De graafgang in zijn verleden wordt pijnlijk eerlijk blootgelegd. Het heeft als gevolg dat hij op zijn vijftigste zijn woede voelt groeien. Aldoor sterker wordt het verlangen eens iemand op zijn muil te timmeren, een daad van stavast te stellen, het lot hard uit te lachen. Tegen het eind van het boek, waar zijn wrok tegen de moderne haastige tijd niet toevallig samenvalt met zijn besluit vervroegd uit te treden uit zijn baan, dreigt hij nog even verliefd te worden op een meisje dat via een uitzendbureau op zijn kantoor werkt.

Zou dat wat worden? De liefde is natuurlijk de mooiste ontsnapping aan de misère en de banaliteit. Maar Tieges heeft de laatste domper voor het bittere eind bewaard: als hij zijn Maanzaad voorgoed achterlaat, staat die bij een halte, naast een bus waar hij niet in mag omdat de chauffeur zijn briefje van honderd niet kan wisselen, en hopend dat niemand anders dan zij als bij toverslag het beeld in zal stappen, ongetwijfeld ook nog in staat zijn honderd gulden te wisselen.

Ofwel, we mochten ons eens illusies maken.

Aan jezelf heb je niet veel, maar van je vrienden moet je het helemaal niet hebben. Met deze schamele zekerheden strompelt Maanzaad door het leven. Wat Wouter Tieges niet heeft kunnen vermoeden, is dat die onnadenkende omgang van de naasten zich ten aanzien van zijn nagelaten werk doodleuk voortzette. In de 'Verantwoording' waarmee deze uitgave besluit, roddelt een drietal dat zich niet nader voorstelt dan met de namen Huub Beurskens, Tilly Hermans en Kamiel Vanhole, over hoe sterk autobiografisch dit boek wel niet is, om daar schijnheilig aan toe te voegen dat Maanzaad in de eerste plaats een literair werk is. Toppunt is de slotopmerking dat het drietal alleen overduidelijke fouten in het manuscript heeft gecorrigeerd. De bezorgers zijn dus niet alleen vals, maar nog lui ook.

Ironisch genoeg had de flaptekstschrijver van de uitgeverij weer minder last van scrupules. In de 'Verantwoording' wordt Tieges nog als volgt over zijn eigen boek geciteerd: 'Eddy Maanzaads nieren zijn er de schuld van dat hij al hij weet niet hoe lang niet functioneert als een gewone Hollandse jongen.' Achterop het boek is die zin gestroomlijnd in: 'Eddy Maanzaads nieren zijn er de schuld van dat hij al lang niet meer functioneert als een gewone Hollandse jongen.' Maar stroomlijnen is nu net uit den boze als het om Eddy Maanzaad gaat! De moeizame zin die Tieges schreef, stond daar in opzettelijke moeizaamheid. Aan de stotter-constructie lees je het disfunctioneren van de hoofdpersoon al enigszins af.

Zie je wel, zou Maanzaad tegen Tieges kunnen zeggen over de dubieuze handelwijze en woorden van zijn bezorgers. Had ik kunnen weten. Zelfs postuum blijft het bestaan een kwestie van modderen.

Arjan Peters

Wouter Donath Tieges: Maanzaad.

Contact; 252 pagina's; ¿ 36,90.

ISBN 90 254 2452 X.

Meer over