PostuumEd van Thijn (1934 - 2021)

Een leven lang gestreden tegen vreemdelingenhaat

Ed van Thijn in 2012. Beeld Joost van den Broek
Ed van Thijn in 2012.Beeld Joost van den Broek

Ed van Thijn is op 87-jarige leeftijd overleden. Dat heeft de gemeente Amsterdam zondagavond op verzoek van diens vrouw en dochters bekendgemaakt. De PvdA-politicus kwam het best tot zijn recht als burgemeester van Amsterdam. Zijn democratisch optreden, zijn warmte en jongensachtige blijmoedigheid maakten hem geliefd.

Jaap Stam

Als burgemeester van Amsterdam werd hij in de Staatsliedenbuurt in het gezicht gespuugd door een kraker die hem vervolgens ‘raus!’ toebeet. Andere krakers scandeerden ‘vuile fascist’. In het holst van de nacht moest hij de ambts­woning ontvluchten omdat een radicale actiegroep twee zware bommen in de woning ernaast had geplaatst, op een meter van zijn hoofdkussen.

Uitgerekend Ed van Thijn, die als jongetje in de oorlog op de vlucht was voor de nazi’s en zijn leven lang heeft gevochten tegen discriminatie en vreemdelingenhaat. Zondag werd bekend dat Van Thijn op 87-jarige leeftijd is overleden.

Oorlog

De oorlog was nooit ver weg, alle cruciale momenten stonden op zijn netvlies. De vlucht, de vijftien onderduikadressen, het verraad, de gevangenis, de verhoren door razende Duitsers die wilden weten waar zijn ouders waren, het doorgangskamp Westerbork, waar hij op 12 april 1945 werd bevrijd door de Canadezen. Zijn hele familie is uitgeroeid, behalve zijn ouders en hijzelf.

Vijf jaar was Van Thijn toen de oorlog uitbrak, enig kind van een Joodse handelaar in damestextiel. Twee jaar lang is hij opgejaagd, telkens wist hij te ontsnappen, soms op het nippertje. Op het vijftiende onderduikadres, een boerderij in Overijssel, was hij niet op tijd weg en belandde in kamp Westerbork.

Zijn drijfveer om in de politiek te gaan was dat hij wilde voorkomen dat ooit nog mensen zouden worden vernederd. Hij ontpopte zich als een hartstochtelijk politicus die veel voorstellen heeft gedaan om de werking van de democratie te verbeteren en onverschrokken racistische vooroordelen bestreed.

Na een studie politicologie leerde hij het politieke handwerk van Joop den Uyl. Eerst als medewerker van het wetenschappelijk bureau van de PvdA, daarna in de Amsterdamse gemeenteraad en in de Tweede Kamer.

Raadslid Van Thijn onderhandelt met bezetters Maagdenhuis, 1969. Beeld ANP
Raadslid Van Thijn onderhandelt met bezetters Maagdenhuis, 1969.Beeld ANP

Polarisatiestrategie

Hij was de architect van de polarisatiestrategie, waarmee de PvdA de jaren zeventig op scherp zette. Polarisatie zonder het populistisch geweld dat daar nu mee gepaard gaat. Van Thijn eiste duidelijkheid, partijen moesten voor de verkiezingen kenbaar maken met wie ze zouden gaan regeren. Zo probeerde hij de KVP en later het CDA tot een keuze te dwingen.

Het bezorgde Den Uyl het premierschap en een daverende verkiezingsoverwinning in 1977, maar het resultaat was ook dat de PvdA die winst niet kon verzilveren. ‘Een overwinning van de democratie is omgezet in een fiasco’, schreef Van Thijn in zijn Dagboek van een onderhandelaar.

Ook de meerderheidsstrategie kwam uit zijn koker. De PvdA zou alleen moeten regeren als ze de meerderheid in de coalitie had en op beslissende momenten haar zin zou kunnen doordrijven. De PvdA heeft als tweede partij in het kabinet vaak grote schade opgelopen, stelde Van Thijn vast. Toen was de PvdA nog niet eens afgerekend na het kabinet Rutte/Asscher (2012-2017), dat de partij 29 zetels kostte.

Gemeenteraadslid, Tweede Kamerlid, fractievoorzitter, onderhandelaar, minister, informateur, formateur, burgemeester en senator – Van Thijn heeft een lange mars gemaakt door de instituties. Fractievoorzitter was niet zijn gelukkigste periode. Het meest linkse kabinet dat Nederland heeft gehad (Den Uyl 1973-1977) moest hij overeind houden terwijl de gelijkhebberige PvdA in zijn nek hijgde en de jonge VVD-leider Wiegel hard oppositie voerde. Hij moest ‘zich overschreeuwen om in leven te blijven’, een rol die de in aanleg verlegen Van Thijn niet van nature afging.

In 1977 onderhandelde hij 171 dagen met het CDA om te komen tot het tweede kabinet-Den Uyl. Hij overspeelde zijn hand met de eis dat sommige CDA-politici, onder wie de bewierookte partijleider Dries van Agt, niet mochten toetreden tot het kabinet bij een voor de PvdA ongunstige zetelverdeling. Het resultaat was dat de gekrenkte Van Agt zijn heil zocht bij de VVD, en de PvdA ontgoocheld in de oppositie verdween.

Met Joop den Uyl tijdens een crisis in het kabinet-Van Agt II, 1982. Beeld Hollandse Hoogte / Bert Verhoeff
Met Joop den Uyl tijdens een crisis in het kabinet-Van Agt II, 1982.Beeld Hollandse Hoogte / Bert Verhoeff

Goede vrienden

Van Thijn zocht de polemiek, bracht zijn standpunten met veel dramatiek en emotie, maar wilde daarna de rijen sluiten. In zijn hart was hij een man van het compromis. Weinigen in de politiek hadden zoveel goede vrienden.

Als burgemeester kwam Van Thijn pas echt goed tot zijn recht. Zijn democratisch optreden en warmte maakten hem geliefd. Racisme, vreemdelingenhaat, Van Thijn bestreed het fel. Discotheken die aan de deur discrimineerden, pakte hij aan. Toen zijn chauffeur na een hersen­infarct was opgenomen in een revalidatiekliniek, bezocht Van Thijn hem wekelijks. ‘Hij heeft een hart in zijn donder’, zeiden ze in Amsterdam.

Bij de Bijlmerramp stond Van Thijn met laarzen aan tussen de puinhopen. Dagelijks was hij te vinden op de plek waar een vliegtuig zich in een flat had geboord. Hij eiste dat alle slachtoffers zouden worden geïdentificeerd en dat niemand, legaal of illegaal, de hulp zou ontberen die hij nodig had. Daar is gruwelijk misbruik van gemaakt, illegalen van ver buiten Nederland meldden zich.

Ambtenaren nam hij voor zich in doordat hij geen lange tenen had. Na een rampzalig verlopen tv-interview probeerde Van Thijn zijn adviseurs op het stadhuis de wind uit de zeilen te nemen met de opmerking dat hij een regen van complimenten had gehad. ‘Dat moet een heel lokaal buitje zijn geweest’, antwoordde een ambtenaar droog, waarna Van Thijn proestend toegaf dat het geen best optreden was geweest.

Een lid van de Centrumpartij installeerde hij met de button ‘Blijf van mijn makker af’ op zijn revers. In een felle toespraak wees hij met overslaande stem het extreem-rechtse raadslid op de Grondwet, die discriminatie verbiedt. De CP noemde hij een partij, ‘waarvan de ideologie ons allen met afschuw vervult’. In 1939 had de burgemeester gezwegen toen de NSB haar intrede deed in de Amsterdamse raad, dat liet Van Thijn niet nog een keer gebeuren.

Bij zijn installatie kondigde Van Thijn aan dat hij het krakersgeweld ging aanpakken: ‘Linkse stenen bestaan niet.’ Bang was hij niet, de anarchistische Staatsliedenbuurt waar krakers de dienst uitmaakten, bezocht hij tegen alle adviezen in zonder politiebescherming. Hem kregen ze niet klein, dat was ze in de oorlog ook niet gelukt.

Burgemeester Van Thijn wordt belaagd in de Staartsliedenbuurt, 1984. Beeld Hollandse Hoogte / Bert Verhoeff
Burgemeester Van Thijn wordt belaagd in de Staartsliedenbuurt, 1984.Beeld Hollandse Hoogte / Bert Verhoeff

Laatste schuilplaats

Zijn grootste angst had hij toen hij zich had verstopt in een klerenkast, zijn laatste schuilplaats, en de Duitsers binnenvielen. Een soldaat dreigde door de kastdeur te schieten als de huisbaas die niet snel genoeg zou openmaken. Hij gilde het uit van angst en werd meegenomen. Erger kon het nooit meer worden, wat had hij nog te vrezen?

Amsterdam was een bende toen Van Thijn aantrad in 1983. Het is nu niet meer voor te stellen, maar Amerikaanse reisbureaus raadden een bezoek af omdat de stad zo smerig en onveilig was. Een paar jaar na zijn aantreden straalde de leeg­lopende stad nieuw elan uit.

Van Thijn werd zelf het meest meegesleurd door het optimisme dat hij door de stad had geblazen. Hij kandideerde Amsterdam voor de Olympische Spelen van 1992. Toen iedereen allang doorhad dat de stad geen schijn van kans maakte, bleef Van Thijn erin geloven. ‘Als we de Spelen krijgen beheersen we een decennium de media’, zei hij triomfantelijk. Het werd een afgang, Amsterdam werd laatste van de zes kandidaatsteden.

Na tien jaar Van Thijn maakte de Volkskrant de balans op. De criminaliteit nam na enkele jaren van daling weer toe, evenals de drugsoverlast. De tweede generatie migranten veroorzaakte in toenemende mate problemen.

Niettemin werd Van Thijns jubileum in betrekkelijke rust gevierd, en de hoop op beter was tastbaar, stelde de stadsverslaggever van de krant vast. ‘Komt dat door de nooit aflatende vasthoudendheid waarmee Van Thijn de problemen te lijf wil gaan of door zijn jongensachtige blijmoedigheid?’

Ed van Thijn bij de presentatie zijn ‘Dagboek van een onderhandelaar’ in 1978. Beeld ANP
Ed van Thijn bij de presentatie zijn ‘Dagboek van een onderhandelaar’ in 1978.Beeld ANP

Geldingsdrang

Van zijn biograaf Willem van Bennekom krijgt Van Thijn de credits voor de renaissance van Amsterdam. Het was Van Thijn die de orde in Amsterdam herstelde en de stad weer aantrekkelijk maakte voor bewoners en bedrijven. Of in elk geval daar een begin mee maakte.

Van Thijn had een tomeloze geldingsdrang, hij wilde per se wat achterlaten. Na zijn eerste ministerschap op Binnenlandse zaken – in het ongelukkige kabinet Van Agt II (1981-1982), waar de PvdA na acht maanden uitstapte – heeft hij op zijn laatste dag alle voorstellen waarmee hij bezig was naar de Kamer gestuurd. Ze zouden weten dat hij er had gezeten.

Winnen, Van Thijn wilde altijd winnen. Joggend, basketballend en vooral roeiend overwon hij de astma van zijn jeugd. Eens per week, ook toen hij burgemeester en minister was, roeide hij ’s ochtends om 7 uur in een ongestuurde vier naar Ouderkerk aan de Amstel en terug. Zomer en winter, weer of geen weer. Van Thijn zat op 2, hij was de domme kracht, vonden zijn maten en hijzelf, maar wel waardevol want hij trok hard aan de riemen.

Op vrijdagmiddag basketbalde Van Thijn. Zijn secretaresse blokte zijn agenda van 17 tot 19 uur. Het Koninklijk Huis kreeg een keer te horen dat de heer Van Thijn helaas moest afzeggen wegens dringende andere verplichtingen.

Bloedfanatiek was Van Thijn, herinnert zijn woordvoerder Aad van Cortenberghe zich. ‘Hij had een beperkte motoriek, ontbeerde techniek en beukte zich langs tegenstanders. Hij moest en zou scoren en deed dat onafgebroken.’

Ed van Thijn met toenmalig burgemeester van Amsterdam Eberhard van der Laan, 2016. Beeld
Ed van Thijn met toenmalig burgemeester van Amsterdam Eberhard van der Laan, 2016.

Criminele infiltranten

Zijn tweede ministerschap op Binnenlandse Zaken eindigde nog dramatischer dan het eerste. De PvdA had hem nodig toen Ien Dales onverwacht overleed. Met pijn in het hart verliet hij Amsterdam. Hij kwam al snel in moeilijkheden vanwege zijn rol bij de opheffing van een omstreden interregionaal politiekorps (IRT), dat criminele infiltranten inzette en coke­transporten doorliet.

Van Thijn raakte verstrikt doordat hij als minister moest oordelen over zijn eigen handelen als burgemeester. Na een dikke vier maanden trad hij af. Voor het volgende kabinet (Paars I, 1994-1998) had PvdA-leider Kok hem niet meer nodig.

Weer was Van Thijn verraden. ‘Amsterdam stoof van de coke die door de Haagse politie was binnengesmokkeld. Maar Ed werd genadeloos uitgerangeerd en niemand heeft zich verontschuldigd’, hekelde Geert Mak.

Als politicus in ruste miste Van Thijn bevlogenheid. Hij gruwde van de zakelijkheid van PvdA-bestuurders en snakte naar het idealisme van de jaren zeventig, het vuur van Den Uyl en van hemzelf. Hij miste het verhaal waarin mensen kunnen geloven. Zorgen maakte hij zich over de versplintering in de politiek en de ruk naar extreem-rechts. Op sombere momenten bekroop hem het gevoel dat hij vijftig jaar voor niks had gewerkt.

Van Thijn was politiek correct en daar was hij trots op. Naarmate de PvdA naar rechts opschoof, ging hij zich meer verweesd voelen. Bedanken als lid kwam niet in hem op. Den Uyl zou het hem nooit vergeven. Die had hem op zijn sterfbed opgedragen de solidariteit te bewaken.