Een letter in uw gras

Wie met Pinksteren een bezoek heeft gebracht aan de open dagen van beeldende-kunstateliers in de Jordaan zal verbaasd zijn geweest over het aantal (een kleine tachtig) werkplaatsen van beroeps- en amateur-beeldendkunstenaars in die Amsterdamse wijk....

Het oudste vakblad, jaargang 58, voor amateurs is Palet & Tekenstift, april/mei, met een oplage van 22 duizend exemplaren. Het blad was vijf decennia geleden, toen het de markt voor amateurs monopoliseerde, populair om de uitslag van de toen per kwartaal uitgescheven studieprijsvraag en, heel belangrijk, het juryoordeel over de twaalf beste inzendingen. In nummer 298 ontbreekt de competitie, maar die is er nog wel: driemaal per jaar uitslagen. Het staat nu vol voorbeelden van schilderingen in x stappen om het beoogde eindresultaat te krijgen. De liefhebber wordt aan de hand genomen en op weg geholpen. Gertrude Mandelbaum, schilderes met een klasje liefhebbers: 'Beginners op mijn atelier grijpen ook graag naar bladen en boeken over schildertechnieken. Ze hebben voorbeelden nodig. In winkels zijn zelfs paneeltjes met nummertjes te koop. In mijn atelier wordt daarmee niet gewerkt.' P & T gaat met het oog op het naderend zestigjarige bestaan vernieuwen, kondigt directeur Jochem Schuyt aan.

Schuyt heeft geen goed woord over voor concurrent Atelier (nummer 98, mei/juni), waarvan de oprichter nog voor zijn vader, de oprichter van P & T, heeft gewerkt tot hij er met het adressenbestand vandoor ging. De woordvoerster weet niets van deze geschiedenis. Ze weet wel dat de oplage 25 duizend stuks bedraagt en dat het blad toegankelijker is met meer praktische tips. Die bewering gaat bij een vergelijking met P & T niet op. De twee periodieken lijken sterk op elkaar. Veel praatjes bij plaatjes, museumtips, informatie over kunstmanifestaties en cursussen in binnen- en buitenland. In deze Atelier ontbreken de zeer gedetailleerde stappenplannen en wordt de lezer aangespoord ook de eigen verbeelding aan te spreken.

Behalve de vele tienduizenden amateurs zijn er zo'n tienduizend professionele kunstenaars (het onderscheid is vaag). Voor de laatste categorie is de vierduizend exemplaren grote oplage van kM, Kunstenaarsmaterialen, bedoeld, waarbij de k in onderkast en de m in kapitaal aangeven waar kwartaalblad kM het accent legt. 'Materiaal is het belangrijkste voor de formule. Veel kunstenaars hebben een breed terrein waarop ze werken en gebruiken veel verschillende materialen. Vandaar de nadruk de grondstoffen', zegt eindredacteur Frank van der Ploeg.

In nummer 41 is het materiaal letters, woorden, zinnen. De weg met het alfabet voert (o.a.) langs beelden van Malevich, de Rotterdamse Westersingel, Mondriaan, meubilair, Ruygrok, het door De Brahm ontwikkelde ironieteken en De Wolf. Letters in water, verf, lucht, koper, hout, beton, glas, gras en zelfs op papier. Twee schrijvers in kM leggen uit hoe musea beelden het best met letters toegankelijk maken. Volgens hen 'lezen bezoekers graag en veel; met tekst genieten ze meer en kijken ze beter'. Dat is nog de vraag.

Meer over