Een leider onderweg

De eerste drie jaar van zijn politiek leiderschap zullen Jaap de Hoop Scheffer, fractievoorzitter van het cda, niet zijn meegevallen....

ls Jaap onder de tram komt, moet ik het overnemen, speelt er weleens door het hoofd van Ank Bijleveld, vice-fractievoorzitter van het cda. Jaap de Hoop Scheffer is vandaag heelhuids gearriveerd, dus Ank hoeft niet aan de bak. Er is overigens niemand in het cda die denkt dat ze de partij dan de verkiezingen in zal leiden. 'Ank is een dienend persoon', zeggen partijgenoten elkaar na. Als om dat te bewijzen klopt ze vandaag in het voorbijgaan bij fractiesecretaris Hans Hillen even de roos van de schouders.

Hillen is het slechte geweten van Jaap. Als Jaap niet zelf wist dat hij hem nodig had, zou Hillen hem dat wel bijbrengen. Hillen denkt in wandspreuken en heeft altijd de laatste opiniepeilingen in zijn hoofd.

Kijk, daar komt Jaap zelf binnen. Hij schudt wat handen en neemt plaats achter zijn tafel waarop drie bijbels, een gebonden uitgave van de psalmen en Nederlandse wetboeken staan.

'Vrienden, we gaan beginnen', zegt hij. Het is Theo Meijers beurt om een stichtelijk woordje te doen. 'Iemand voor de rondvraag?', inventariseert De Hoop Scheffer en kijkt zijn fractie rond. 28 mannen en vrouwen. Oud-vakbondsbestuurders en ambtenaren, een varkensboerin, een huisvriend, notoire lastposten, grote beloften en een aantal van wie hij weet dat ze te hoog hebben gegrepen en waarschijnlijk na de verkiezingen niet zullen terugkeren. Maar, voor zover de fractievoorzitter zich dat kan voorstellen, 'geen mensen die aan mijn stoelpoten zagen'. En dat is in de historie van het cda weleens anders geweest.

'Wij zijn mensen van goede wil', typeert Cees van der Knaap, die recht tegenover de fractieleider zit. Drie stoelen verder wrijft Aart Mosterd over zijn gezicht, dat eindelijk hersteld lijkt van het ei dat boze scholieren er begin januari op kapotgooiden. Wim van de Camp steekt zijn vinger op. Hij heeft een punt voor de rondvraag.

Dat verbaast niemand, want Wim van de Camp heeft altijd een punt. Veertien jaar zit hij al in de cda-fractie. Hij heeft Lubbers nog onder applaus van 54 pas gekozen Kamerleden de fractiekamer zien binnenkomen. Maar in zijn geheugen staat ook, wat hij zelf noemt, 'de implosie van de machtsmachine' gegrift. Een historische verkie zings nederlaag, de broedermoord op Brinkman, de sma delijke val van Heerma, de dagen dat volwassen mannen in deze zelfde bankjes zaten te janken.

'Voorzitter', zegt Van de Camp tegen de man die Heerma opvolgde in een tijd dat niemand nog een cent voor het cda gaf, 'voorzitter, we moeten het er vandaag maar eens over hebben welke ministersposten we willen in een volgend kabinet. Ik vraag het niet voor mezelf, hoor.' Een schaterlach rolt door de fractiekamer, er wordt op de tafel geslagen. Vanuit de medewerkersbankjes roept iemand: 'Staatssecretariaten!'

De fractie is ineens 'los', om niet te zeggen: baldadig. De regeringscoalitie flirt openlijk met de christen-democraten en dat hebben ze graag na een verblijf van zes jaar in het barre land van de oppositie. De krantenkoppen verschijnen op tafel. 'Dijkstal: regeren met cda is een optie'.

De Hoop Scheffer laat het allemaal even glimlachend passeren. Het is elf uur, de fractie moet over tientallen onderwerpen een standpunt bepalen voor ze om twee uur weer het strijdperk betreedt. De rondvraag schiet er bij in. Als hij 's middags de kamerbankjes opzoekt, is de euforie van die ochtend alweer bijna weggezakt. Maar dan komt vvd-fractievoorzitter Dijkstal op hem toe lopen en met een scheve grijns zegt de cda-leider: 'Nou wat een knuffel, zeg, dit weekeinde.'

Dijkstal: 'Ach, je weet hoe warm ik ben.'

Drie jaar geleden, 25 maart 1997, werd Jaap de Hoop Scheffer (51) de nieuwe leider van het cda. Het was een tumultueuze periode in het bestaan van de christen-democraten, die met zijn aantreden niet eindigde. Integendeel. Net als zijn voorgangers Brinkman en Heerma kreeg hij emmers kritiek over zich heen en leek hij zich maar moeizaam staande te houden tegen een paarse coalitie die het economisch tij en de publieke opinie mee had.

Het gaat nog steeds crescendo met de economie, maar de populariteit van De Hoop Scheffer en zijn cda ontwikkelt zich niet meer omgekeerd evenredig aan die groei. Al enige maanden zijn de verkiezingsonderzoeken en de publieke waardering stabiel. Kok, Melkert en Dijkstal zien De Hoop Scheffer weer staan. Er vinden aftastende gesprekken plaats tussen kopstukken van alle partijen bij eeen goed glas wijn' of gewoon bij een kopje thee.

Een merkwaardig proces, dat bij de aanbedene nog voor enige onwennigheid zorgt. Het is als met het jongetje uit de klas dat jarenlang gepest is en nu plots mag meedoen met knikkeren. Argwaan heerst. De Hoop Scheffer spreekt afhoudend van 'onderlinge positioneringsdrang' van de coalitie. Maar hij zegt, voorzichtig formulerend, toch ook: 'Het gaat minder om politieke vergezichten dan analytici aannemen. Maar we praten ook niet over het weer.'

'Het is alsof ze Jaap plotseling tot ridder van de ronde tafel hebben geslagen', zegt De Hoop Scheffers medewerkster en vertrouweling Barbara Rutgers. 'Hij hoort er ineens bij. Leuk hoor. Maar over het tijdstip waarop het gebeurt heb je niets te zeggen. Jaap staat dan ook niet te jodelen van plezier. Het is wait and see.'

Nuchterheid past bij Jaap de Hoop Scheffer. Hij is op en top een Hollandse burger. 'Helaas pindakaas' is in zijn mond bijna een krachtterm. Mensen die hem echt kwaad hebben gezien zijn op de vingers van één hand te tellen. Jaap gaat hardlopen als hij iets moet verkroppen.

'Keurig en in en in correct', karakteriseren 28 collega's hem. In die woorden ligt respect maar ook wel enige spijt. Ze zouden Jaap weleens wat kwader, wat menselijker willen zien. 'Die verdomde diplomatentraining van hem, die zit ons wel eens dwars', foetert Van de Camp goedmoedig. 'Altijd ja meneer, nee meneer, zak maar in de stront, meneer.' Anderen menen dat het 'een karakterkwestie' is. Vriend Maxime Verhagen: 'Jaap is een evenwichtig mens. Geen straatvechter.' Voorzitter Teus-Jan Vlot van de jongerenorganisatie cdja: 'Hij kan niet leven met de gedachte dat mensen 'm niet aardig vinden.' Barbara Rutgers: 'Stront in een debat vindt-ie leuk. Maar conflicten met mensen niet.'

De Hoop Scheffer houdt van burgers, in de ouderwetse zin. Hij staat liever in dat zaaltje in Beetsterzwaag waar de ene kan koffie met en de andere zonder melk is dan in een trendy caf & lsquor; in de grachtengordel. Hij woont met zijn vrouw Jeannine, lerares Frans, in een nette Haagse wijk, de twee studerende dochters zijn het huis uit.

Het is een mooi, maar niet overdreven groot huis. Tegenwoordig laat hij zich daar weleens fotograferen en filmen. Jaap houdt eigenlijk niet van de uitwassen van de mediacratie, die aandacht voor het persoonlijke. Maar hij is opgeschoven onder aandrang van zijn voorlichter, Jack de Vries. De Vries vormt samen met Hillen, Bijleveld en Rutgers de inner circle rond de fractievoorzitter. Zij bepalen de strategie van de leider: niet te links, want de nieuwe kiezers van het cda zitten bij de vvd; niet te rechts want daar kan het eigen kader niet tegen. Jaap moet als 'sociaal-conservatief' de boeken in. Maar vooral moet Jaap voor alle Nederlanders een aaibaar persoon worden, next-door neighbour, een familiemens, warm en sociaal. Dat past bij het beeld van het cda als gezinspartij.

Er wordt wat afgeschoven met De Hoop Scheffer om hem 'dicht bij de mensen' te brengen. Van Runners World (sportieve Jaap), naar Bananasplit (huisvader Jaap), naar Paul de Leeuw (grappige Jaap). Als hij thuis geportretteerd moet worden, zet Jack Jaap graag in de felrode stoel voor een kleurig modern schilderij. Het moet ook niet te oubollig.

Mantelpakje, broche. Dat is Jeannine, de vrouw die bij Jaap past. Ze zijn bij elkaar sinds hun studietijd in Leiden, waar Jaap rechten deed en bij het studentencabaret zat. Ze houdt onvoorwaardelijk van hem en kan maar moeilijk verkroppen dat de wereld zo hard voor hem is. Ze roemt zijn bescheidenheid. Alleen zij weet hoe hij altijd in een restaurant met de rug naar de mensen toe gaat zitten 'omdat je anders dat gestaar krijgt'. Soms wil ze het wel uitschreeuwen: 'Altijd dat gezeur dat Jaap te serieus en te verkrampt is. De mensen zien hem twintig minuten op televisie en hebben dan al een oordeel klaar. Wat wil je, in twintig minuten? Jaap heeft ontzettend veel humor. Hij is een echte family man.'

Toen hij nog diplomaat was, trok ze heel de wereld met hem rond. Voor hij fractievoorzitter werd, hebben ze samen met de meiden lange gesprekken gevoerd over de druk die dat op het gezin zou leggen. Lunches, diners, spreekbeurten in het land en altijd, altijd Jack, Ank of Hans aan de telefoon. Ze waardeert het dat hij als het even kan 's avonds naar huis komt om samen met haar te eten.

Dat alles weet Jaap en het ligt onuitgesproken tussen hen in als zij 's ochtends samen aan de keukentafel ontbijten en hij de kranten doorneemt. Tegen negenen kust hij haar gedag, stapt in zijn dertien jaar oude eend, die hij 'mijn paraplu' noemt, en rijdt naar zijn werk.

De burger wordt oppositieleider als hij de deur van zijn werkkamer achter zich sluit en alleen is met zichzelf. Drie jaar geleden overkwam hem dat voor het eerst. Zijn vrienden en collega's zeggen dat het 'geen moment van triomf' voor hem was. 'Hij gooide niet de deur achter zich dicht om in juichen uit te barsten.' ''t Was geen feest.' Daarvoor was er te veel gebeurd.

Hij kan zich het moment niet meer herinneren, wel de atmosfeer. Dat kille halogeenlicht in die grote donkere kamer. 'Ik had niet het gevoel een ultieme ambitie verwezenlijkt te hebben. Ik heb dit wel gezocht natuurlijk, maar zo voelde het toen niet. Het was meer: ik draag nu de verantwoordelijkheid. Ik kreeg de idee dat ik op enorm veel borden tegelijk moest schaken. Ik moest overal ineens een mening over hebben.'

Hij richtte de kamer opnieuw in met negentiende-eeuws meubilair uit de leencollectie van het rijk. Niet alleen de precieuze meubeltjes, ook hoe hij ermee omgaat zijn typisch Jaap de Hoop Scheffer. Voor een kopje thee op een bijzettafeltje gebiedt hij een onderzettertje. 'Anders krijg je kringen. Dit is wel rijksmeubilair.'

Fractievergadering, een dinsdag in januari. De Kamer behandelt het belastingplan, het pièce de r & lsquor;sistance van dit kabinet. Specialist Jacob Reitsma heeft tientallen wijzigingsvoorstellen ingediend, waarvan het kabinet er veel ingewilligd heeft. De fractie klaagt dat er daardoor zo weinig publiciteit voor is gekregen. Joop Wijn, een van de beloften in de fractie, en Ank Bijleveld schetsen het probleem: 'Het is vreselijk, we krijgen alles wat we willen.' De Hoop Scheffer: 'Ja, inhoudelijk heeft Jacob het wel verdiend, maar publicitair hebben we er niet zo veel aan.'

De omslag van regerings- naar oppositiepartij heeft het cda enorme moeite gekost en soms wekt de partij de indruk dat ze het nooit leert. Het zit in de genen van de christen-democraten om mee te regeren. Eigenlijk pas sinds kort ziet het cda kans zichzelf enig profiel te geven. Hij hamert op 'de betrokken samenleving, waarin respect, naastenliefde en verantwoordelijkheid centraal staan'. De grote slag moet echter dit jaar komen bij de debatten over genetische manipulatie, abortus en euthanasie. De Hoop Scheffer is voorstander van de harde lijn, verwerpt verdere versoepeling van wetgeving, waar de coalitie naar streeft. Hij voert die strijd niet alleen tegen de coalitie, maar ook in de eigen partij. Daar heeft hij al gewonnen.

Twee telefoontjes markeren die misschien wel historische gelegenheid. Ze werden gevoerd in de beslotenheid van De Hoop Scheffers kamer en begonnen, nadat hij een Rotterdams nummer gedraaid had, ongeveer zo.

'Lubbers!'

'Hallo Ruud, Jaap de Hoop Scheffer hier.'

Ruud Lubbers, de oud-premier en begaafd meedenker maakt zich zorgen om de onwrikbaarheid van De Hoop Scheffer in het euthanasiedebat. Hij vreest dat het toekomstige regeringsdeelname in de weg zou kunnen staan. Eerst probeerde hij woordvoerder Clemence Ross te overreden een coulanter standpunt in te nemen. Toen zij verwees naar de fractievoorzitter, wendde Lubbers zich schriftelijk tot hem met een tekstvoorstel voor een wetswijziging. Het kon De Hoop Scheffer niet bekoren en dat liet hij hem weten. Lubbers wist echter van geen wijken en probeerde Ross wederom te bewerken. Waarop De Hoop Scheffer voor de tweede maal de telefoon pakte en volgens intimi Lubbers ondubbelzinnig duidelijk maakte dat hij daar niet van gediend was.

De Hoop Scheffer zelf zwijgt over de kwestie, zegt slechts: 'Ik doe binnen noch buiten de partij concessies aan onze lijn. Ook niet omdat het goed zou kunnen zijn voor het cda om weer in de macht te delen.'

Deze wetenschap maakt partijvoorzitter Marnix van Rij's opmerking dat Jaap de Hoop Scheffer 'onmiskenbaar de politieke leider van de partij is', een veelzeggende. De man die dankzij ingrijpen van de partij aan het roer kwam, lijkt er in geslaagd het politieke primaat weer bij de fractie te leggen. Jammer genoeg voor de oppositieleider oogst hij daarmee echter voornamelijk waardering in eigen kring.

Ondertussen stromen bij het kabinet de miljarden binnen en blijft het cda worstelen met het probleem dat haar gedachtegoed op sociaal-economisch terrein niet zoveel verschilt van wat pvda en vvd in de praktijk brengen. 'We kunnen wel aanschoppen tegen het belastingplan van Paars, maar de denklijn van dit kabinet staat wel in ons verkiezingsprogram', houdt partijvoorzitter Marnix van Rij de fractie in januari voor tijdens een discussie over dat plan. 'We mogen het wel relativeren, maar zonder het af te doen als waardeloos. Want dat is het niet.'

In die spagaat heeft De Hoop Scheffer de afgelopen drie jaar met zijn fractie moeten zoeken naar publicitair vuurwerk. Daar draait het in de politiek nu eenmaal om. 'Het hebben van een politieke boodschap is nog niet het halve politieke werk. Het verkopen ervan is veel belangrijker', onderwijst Van de Camp nog bijna dagelijks de vele nieuwelingen in de fractie.

Dat levert in fractievergaderingen bijna kinderachtig gezeur en gejammer op over andere fracties die ten onrechte publiciteit naar zich toe trekken, eerder beloofde steun aan moties intrekken of met cda-veren pronken. Typerende opmerking van de oude rot Jacob Reitsma: 'Laten we interpelleren om het land te laten zien dat we er zijn.'

De Hoop Scheffer biedt zijn fractie alle ruimte om te klagen en te discussiëren. Hij laat de teugels volgens sommigen weleens te veel vieren, maar stelt: 'Iedereen moet zijn zegje kunnen doen.' Pas als het gekwetter besluitvorming echt onmogelijk maakt, roept hij de collega's tot de orde. 'Vrienden, het is nu echt een bende!' Aan het eind van soms ellenlange discussies trekt hij wel de conclusie onder het motto: 'Even een politieke opmerking van mijn kant'. Soms dreigt hij: 'Als jullie er niet uitkomen, neem ik de beslissing.'

Favoriete 'politieke opmerkingen' van de leider zijn: 'We moeten de bal bij de coalitie laten' en 'we moeten dit probleem niet het onze maken'. Als de sluiting van regeringsvliegveld Valkenburg de gelederen splijt, vraagt hij zich zichtbaar geïrriteerd af: 'Het ontgaat mij ten enenmale waarom we de kar met mest voor onze eigen deur zetten. Het meest plezierige voor iedereen zou zijn als het cda vliegveld Valkenburg tot zijn probleem maakt. Dat gaan we dus niet doen.'

Maar vice-fractievoorzitter Bijleveld kan er ook wat van: als boerin Annie Schreier financieel specialist Balkenende smeekt om aandacht voor het boerenleed in een bijdrage stelt zij: 'Jan-Peter kan er toch wel ergens een warme zin infrommelen.'

'Ja, laat de wijn maar komen.' Dat ene knikje op die vrijdagmiddag in Madrid zegt meer dan tientallen woorden. De Spaanse premier Aznar heeft behoefte aan profilering en belegt een conferentie over 'de toekomst van het midden' in Europa. Er is een rijk gevulde tafel, zilveren bestek, twintig leiders van volkspartijen uit heel Europa zitten aan. De kelner vraagt De Hoop Scheffer of hij nog moet bijschenken en die knikt alsof hij elke middag al om drie uur aan de wijn zit. Nonchalant, zelfverzekerd.

Zijn opkomst eerder die middag deed even het ergste vrezen. Hij kwam te laat, drukte wat handen en struikelde in de haast naar zijn stoel te komen over een televisiekabel. Maar wie hem nu ziet opereren, kan niet loochenen dat de oud-diplomaat zich hier op zijn gemak voelt. Hij cocktailt lustig mee, dealt en wheelt in de wandelgangen. Jaap de Hoop Scheffer voelt zich in dit internationale milieu zoals de Duitse voorzitter hem aankondigt: 'Meine Damen und Herren, der Oppositionsleiter aus Holland.' Hij kijkt de tafel rond, neemt een slok en begint zijn speech: 'Dear friends...'

Het gaat al veel beter. Dag in, dag uit hoor je de negenentwintig fractieleden van het cda die mantra opzeggen. Opgelucht klinkt het vaak, onzeker vragend ook nog wel eens ('vind je niet?'), tegen beter weten in een enkele keer ('ik ga hier niemand afvallen').

Met Jaap gaat het steeds beter, is de boodschap. Bijna drie jaar heeft De Hoop Scheffer gevangen gezeten in zijn rol als fractievoorzitter. Vanaf het moment van zijn aantreden was er kritiek op zijn verkrampte media-optreden, zijn kefferige oppositie, het feit dat er geen timing in zijn debatten met de regering zat en hij zich liet wegzetten op economisch terrein. Men miste de nonchalance en zelfverzekerdheid die hij in Madrid wel had en waarvan hij zoveel had laten zien toen hij fractiewoordvoerder voor Buitenlandse Zaken was. De scherpte, 'het sprankelende', zoals een vriend het noemt, was plots verdwenen toen hij op 25 maart 1997 die deur achter zich sloot.

'Het is de zwaarte van het leiderschap die dat wegneemt', denkt Wim van de Camp, die het waarnam. 'Bij Jaap is leuk zijn te veel een afzonderlijk momentum. Hij kan het goed hoor, maar het komt te gecreëerd over. Te bewust.' 'Jaap heeft erg moeten zoeken', formuleert Siem Buijs, de gezondheidsspecialist van de fractie. 'Maar er zit groei in, hoor.' Hans Hillen: 'Jaap worstelde de eerste jaren van zijn leiderschap vooral met zijn smalle vooropleiding en zijn zelfvertrouwen. Toen hij aantrad had hij niet de hardware, niet de kennis van de feiten en de centen. Hij heeft intussen veel gestudeerd. Maar je merkt dat Jaap het af en toe nog niet helemaal geïnternaliseerd heeft. Toch, als je vergelijkt met twee jaar geleden, is er een spectaculair verschil.'

'Je moet wel een grote vijand van hem zijn om dat niet te zien', beaamt Van de Camp. Verhagen: 'Allemaal onzin. Dan was-ie weer te onvriendelijk en ging-ie met zooo'n grijns lopen. Ook verkeerd. Hij moet gewoon zichzelf zijn. Dat doet hij nu ook. Heel goed.' Nog in januari, tijdens een weekeinde op de hei hebben collega's hem gevraagd 'wat minder somber te zijn'. De Hoop Scheffer: 'Men vindt dacht ik mijn analyse wel goed. Maar de toets mag wat lichter.'

Onberoerd laat alle kritiek De Hoop Scheffer niet, weten zijn vrienden. 'Al zegt hij altijd: ik lig er 's nachts niet van in mijn kussen te bijten.' Hij benadrukt zelf liever dat hij nu 'lekker in mijn vel' zit. Ook Hillen vindt het zelfvertrouwen van zijn baas gegroeid, en ziet een bewijs daarvan in de wekelijkse persconferentie op vrijdagochtend. 'Jaap vond het aanvankelijk niks. Hij vertrouwde de journalisten helemaal niet. Maar hij vertrouwde vooral zichzelf niet. Dacht dat-ie ruzie met iedereen in de achterban kon krijgen over uitspraken die hij daar deed. Pas langzaam drong het tot hem door dat hij zelf de leider was.'

Kerstdiner, december. De oude zaal van de Tweede Kamer, waar het cda een mooie historie heeft liggen. Er is een strijkje, de stemming is vrolijk. Er wordt geen polonaise gelopen, maar er heerst wel gevatte en opgewekte aangeschotenheid. Hans Hillen, ceremoniemeester verhaalt met dikke tong hoe 'hier vroeger achter de microfoon een premier stond die opriep zich achter de lijsttrekker te scharen'. De Hoop Scheffer is tijdens zijn speech ('Vrienden, als we zo verder gaan, gaat het goed') zo ontspannen dat hij in vloeiende zinnen spreekt. 'Hoor je dat', zeggen zijn collega's, 'het gaat goed met Jaap'. Henk de Haan, de vrolijke professor die als losgezongen oudere in de fractie altijd goed is voor een dwarse opmerking, steekt zijn zoveelste pijp op. Jonge aanstormende Kamerleden bekennen dat ze 'best in' zijn voor een staatssecretariaat, 'maar dat mag je niet citeren'. Dat ze Jaap soms 'nog te angstig' vinden en 'te bang voor de achterban' evenmin.

Ank Bijleveld heeft rode koontjes. Joop Wijn, die net een dikke kus van Jaaps Jeannine heeft gekregen ('een moordwijf') zegt over De Hoop Scheffer: 'We realiseerden ons opeens: hij wordt de volgende lijsttrekker. Dat lijkt negatief. Maar bekijk het ook eens positief. Hij is toch ook de beste.'

Het leiderschap van De Hoop Scheffer bevindt zich pas sinds kort in veilig vaarwater. Nog eind vorig jaar werd er zowel door fractieleden als door kopstukken in de partij getwijfeld of ze wel met hem door moesten gaan. Het was het oude verhaal: te kefferig, te weinig weerwoord. Het finaal examen voor fractie en partij was zijn optreden tijdens de algemene politiek beschouwingen van september, waar hij ook volgens de objectieve buitenwacht redelijk sterk acteerde. 'Het was erop of eronder', zegt Ank Bijleveld. 'Er is erg veel strategisch beraad geweest en iedereen besefte: het kan fout gaan, maar niemand wist precies wat dan?' De cda-leider zelf noemt zijn algemene beschouwingen 'een markant punt'. 'Maar luister', voegt hij er aan toe, 'die moeilijke periode is nu voorbij.'

Geen discussie mogelijk: als het aan de fractie ligt, wordt Jaap de Hoop Scheffer de lijsttrekker voor het cda bij de eerstvolgende verkiezingen. Hijzelf heeft genoeg ervaring in het politieke mijnenveld om dat niet uit te spreken voor de lijst is opgesteld. De simpele waarheid is echter dat het cda geen alternatief heeft. De fractie zou niet weten wie van hen het moest doen. Sommige partijbaronnen zouden graag partijvoorzitter Van Rij zien of de Brabantse gedeputeerde Van Geel. Maar een nieuwe leiderschapscrisis kan de partij zich eenvoudig op zo kort voor verkiezingen niet meer veroorloven. Zelfs als Elco Brinkman zich, zoals onlangs, schuifelend naar voren begeeft, wordt daar in de fractie niemand meer zenuwachtig van. De Hoop Scheffer in ieder geval niet. Hij weet dat de partij geen vertrouwen meer heeft in de oude gezichten.'

Ook nu lopen de 29 Kamerleden echter nog geen polonaise. 'Het gaat goed met de fractie, nu de polls nog', vat Theo Meijer opinies van collega's samen. 'Als we volgend jaar nog niet boven de 29 zetels uitstijgen, moeten we toch eens met elkaar gaan praten.' Van de Camp: 'Als het 29 blijft, worden we zenuwachtig. Maar er is verschil tussen zenuwachtig zijn en paniekvoetbal.'

Paniekvoetbal? Hillen: 'Ach, iedereen zoekt naar de gedroomde lijsttrekker. Die bestaat nu eenmaal niet. Jaap is het ook niet, maar wie was het ooit? Van Agt? Lubbers? Ze deugden beiden niet als fractievoorzitter. En dat geldt toch ook voor Wim Kok. Jaap is een leider die onderweg is. Die tegen de berg op loopt. Die zweet en schuurt en sleurt en als-ie bovenkomt een held gevonden wordt. Als Jaap ons op 36 zetels brengt is-ie de held. Vergeet niet: de politiek is een marathon waar het publiek pas aan de finish staat te applaudisseren.'

De duinen van Schevingen, eind februari. Jaap de Hoop Scheffer loopt, loopt, loopt. Zijn vader is gestorven. Hij moet een speech houden. Het hoofd moet leeg, hollen, hollen. Hij zoekt woorden, Prediker wellicht, waarvan hij een liefhebber is en die hij in de fractie ook graag mag citeren. 'Alles is ijdelheid. Welk voordeel heeft de mens van al zijn zwoegen, waarmee hij zich aftobt onder de zon. Het ene geslacht gaat en het andere geslacht komt, maar de aarde blijft altoos bestaan.'

Meer over