Een lege schoen

Dit is het jaar waarin ik onherroepelijk oud word. Ik zou liever niet met u over mijn verjaardag spreken: bang dat u direct iets voor me gaat breien, want zo bent u wel....

Marjolein Februari

Op het vwo wordt het taalonderwijs afgeschaft. Nog niet meteen, maar de eerste stap is gezet. Vanaf nu hoeven de aankomende studenten niet langer Engels, Frans of Duits te lezen: de verplichte literatuur wordt netjes voor ze naar het Nederlands vertaald. En daarmee sluit het vwo eindelijk weer aan bij de universiteiten, want ook daar zijn Frans en Duits allang in de ban, en bij sommige opleidingen is zelfs het gebruik van Engelstalige teksten verboden. Dapper voorbijgaand aan de mondialisering, stoer met de rug naar Europa, vormt het Nederlandse onderwijs nu Nederlandse academici die niets dan Nederlands lezen.

Aan de jeugd ligt het niet. De Nederlandse jeugd is niet opeens minder slim, minder taalbegaafd of minder nieuwsgierig geworden. Nee. Het ligt aan de onbegrijpelijke en onaanvaardbare lamlendigheid van een samenleving die het vertikt haar jeugd nog langer iets te leren. Een paar weken geleden schreef de psycholoog Ad Vingerhoets in de Tilburgse universiteitskrant over een kleuterschool waar de kleuters in afwachting van Sinterklaas iedere dag hun schoen mochten zetten. De suggestie van de kleuterjuf dat het wellicht goed zou zijn voor het karakter van de kleuters om de schoen af en toe leeg te laten, stuitte bij alle ouders op grote verontwaardiging. Hoe kon ze zoiets zeggen? Een lege schoen, dat was kindonvriendelijk.

Zo heeft het pedagogische ideaal van de kindvriendelijkheid het Nederlandse onderwijs inmiddels definitief de nekslag gegeven. Engels leren is niet kindvriendelijk, dus stoppen we met het leren van Engels. Een boek lezen is niet kindvriendelijk, dus laten we universitaire studenten alleen nog fragmenten van hooguit drie pagina's lezen. Zakken voor tentamens is niet kindvriendelijk, dus schroeven we de slagingspercentages op. Onderwijs is eigenlijk helemaal niet kindvriendelijk, waarom schaffen we het niet gewoon af?

Ach jawel, ziet u wel, het is saai, het gezeur van oude mensen over onderwijs. In de afgelopen jaren is een paar maal de noodklok geluid over het gestaag zakkende niveau van het onderwijs, en iedere keer opnieuw vonden buitenstaanders dat alarm verschrikkelijk saai. Toen Bram de Swaan, door de Universiteit van Amsterdam net aangesteld als universiteitshoogleraar, zijn wanhoop over het wetenschappelijk onderwijs in de krant uitschreeuwde, vielen veel docenten hem bij. Eindelijk een duidelijke beschrijving van de verwoesting die plaatsvindt in de praktijk. Maar beleidsmakers reageerden officieel met de suggestie dat Bram de Swaan misschien wat te oud werd voor de universiteit. Hij moest maar eens gebruik gaan maken van zulke kindvriendelijke technieken als powerpoint. Op de reactie van De Swaan - 'ik bén een powerpoint' - volgde een nieuwe periode van officieel stilzwijgen.

Ach jawel, u hebt gelijk, het is een saai onderwerp, de afschaffing van het onderwijs. Aan het eind van het vorig jaar, toen ik hoorde over het verdwijnen van de Engelstalige literatuur op Nederlandse scholen, had ik in mijn jeugdig optimisme dan ook geen zin me erover op te winden. En nu aan het begin van dit jaar, nu ik oud word, en me er opeens wel over wil opwinden, nu is het natuurlijk te laat. Opwinding op mijn leeftijd roept bij anderen alleen maar verveelde reacties op.

Toch vind ik het oprecht angstaanjagend dat niemand zich zorgen lijkt te maken over het jaarlijkse verlagen van de onderwijsnormen. Want ons pedagogische ideaal van kindvriendelijkheid zal er straks niet alleen toe leiden dat we onze kinderen geen Engels meer leren. Het zal er ook toe leiden dat we ze niet meer leren lezen, niet meer leren leren en niet meer leren leven. Hoe kindvriendelijker we worden, hoe minder we onze kinderen überhaupt nog zullen leren. Noem me achterhaald, maar ik vind dat jammer.

Rond de jaarwisseling - een moralist heeft altijd dienst - volgde ik op de televisie allerlei jeugdprogramma's over cultuur en porno. Het meest viel me bij dit alles het veelvuldige gebruik van het woord 'identificeren' op. Het woord bleek in het democratiseringsproces gewijzigd en luidt nu 'indentificeren'. En dus hoorde ik in ieder programma wel iemand zich indentificeren, of niet indentificeren. Een jonge acteur, terugdenkend aan een programma over dieren dat in zijn jeugd werd uitgezonden: 'Nou ja, als stadskind kon ik me daar natuurlijk niet mee indentificeren.'

Hier doemde het pedagogische ideaal van de kindvriendelijkheid op - achter de onverschilligheid voor dingen waarmee je je niet kunt indentificeren. Zoals Engelstalige teksten uit het onderwijs worden verwijderd, omdat de jeugd zich daarmee niet langer kan indentificeren, zo hangen inmiddels alle pedagogische beslissingen af van de bange vraag of kinderen zich wel of niet kunnen indentificeren. In een gesprek over steeds pornografischer wordende videoclips voor kleine kinderen, stelde een presentator opgelucht vast dat zijn eigen kinderen zich toch niet met de kwestie konden indentificeren: 'Nee inderdaad, in die clips wordt geen prettig beeld van meisjes gegeven. Misschien zou je kinderen moeten verbieden daarnaar te kijken. Maar gelukkig heb ik alleen zoons.'

De afgelopen jaren is door schrijvers als Peter Sloterdijk en Michel Houellebecq een discussie in gang gezet over de vraag of we in de toekomst nog wel worden gevormd door opvoeding en onderwijs. De biotechnologie maakt het immers mogelijk de menselijke soort veel sneller te herscheppen dan via de langzame weg van de opvoeding. Maar hoe het ook zij, voorlopig lijkt me het fabriceren van de eerste menselijke kloon nog geen reden voor afschaffing van het onderwijs. Want zelfs een kloon zal eigenstandig Engels moeten leren. En zelfs een kloon zal straks moeten leren zich te identificeren met een ander dan zichzelf.

Meer over