Een lastig in toom te houden monster

Als president Obama werkelijk zo onwetend was als hij zegt, wie heeft dan nog de controle over de National Security Agency?

Amerikanen laten zich moeilijk beteugelen. Altijd is er de hang naar het buitensporige, in de politiek, op de beurs, of zoals nu in spionage. De Duitse bondskanselier Angela Merkel heeft een mobiel. Die kan worden afgeluisterd, dus werd die afgeluisterd. Boos belde zij president Obama. Niet alles wat technisch mogelijk is, moet worden gedaan, vindt zij. Het betrapte Amerika staat voor het blok: het zal iets aan zijn excessieve, digitale dadendrang moeten doen.

Met het nieuws dat uitgerekend Merkel, een belangrijke bondgenoot en kind van de Oost-Duitse Stasi-staat, is afgetapt, was meteen duidelijk dat de Amerikanen een grens hebben overschreden. Om geen vrienden te verliezen, zal er meer nodig zijn dan excuses. Het zal zijn op hol geslagen spionagediensten moeten intomen.

Vooralsnog wast Obama zijn handen in onschuld. Hij zou niet geweten hebben van het aftappen, zo heeft zijn nationale-veiligheidsadviseur Susan Rice gezegd tegen haar Duitse collega Christoph Heusgen. Als dat waar is, schreef The New York Times vrijdag, dan is het wel vreemd dat hij niet beter heeft opgelet. Want eerder dit jaar werd hij tijdens een bezoek aan Duitsland persoonlijk geconfronteerd met de verontwaardiging van de Duitsers over de door klokkenluider Edward Snowden onthulde spionagepraktijken in hun land. Het presidentschap is een slopende baan, maar presidenten worden niet geacht te zitten slapen.

Het is niet voor het eerst dat Obama zegt dat hij er niets van wist. Hij betrok die vluchtheuvel ook bij eerdere affaires, zoals met de belastingdienst IRS. Maar als het werkelijk zo is dat hij onwetend was, wordt in dit geval het probleem er alleen maar groter door. Want wie heeft nog de controle over de National Security Agency? Is met deze NSA een monster van Frankenstein gecreëerd dat niemand meer in de hand heeft?

Spioneren is van alle tijden, is het verweer in Washington. Het vergaren van informatie kan ook nut hebben. Maar wat nu speelt, heeft zich voor een groot deel niet eerder voorgedaan. Er komen twee dingen - iets ouds en iets nieuws - bij elkaar die elkaar in negatieve zin versterken.

Ten eerste is dat de aloude Amerikaanse neiging potentiële dreigingen zo serieus te nemen, dat bijvoorbeeld het militaire apparaat groter is geworden dan de krijgsmachten van de eerstvolgende vijftien landen op de ranglijst bij elkaar. Ten tweede is er de nieuwe digitale technologie die onbegrensde spionagemogelijkheden biedt en waarvan op een betrekkelijk kleine elite van internetspecialisten na maar weinig mensen verstand hebben, ook binnen de regering.

Bij elkaar opgeteld hebben deze technologische revolutie en de traditie van overreactie in antwoord op dreigingen een wereldomspannend spionagenetwerk gebaard, dat steeds verder lijkt uit te dijen en nog maar moeilijk in bedwang te houden is. Doordat het zijn netten steeds verder uitgooit, en die ook gebruikt voor het bespioneren van bondgenoten en bedrijven, wordt de kans op ontdekking groter, ontstaan er conflicten met bevriende landen en dreigen de voordelen te worden overschaduwd door de nadelen.

Wat bedoeld is om de veiligheid te beschermen, dreigt de veiligheid te ondermijnen. Of zoals Simon Jenkins van The Guardian schrijft: 'De verdedigers van het land worden ontmaskerd als de grootste vijanden van de veiligheid: dronken van de toegang tot geheimen, maar niet in staat die geheimen voor zich te houden of te onderwerpen aan gepaste controle.' Jenkins meent dat hier een andere Amerikaanse karaktertrek uitkomst kan bieden: wantrouwen tegen de macht van zulke instellingen.

Obama was al gewaarschuwd door adviseurs dat de NSA alleen maar keek naar techniek en niet naar de politieke kosten van sommige operaties. Hij stelde twee onderzoekscommissies in. Na het telefoontje van Merkel weet hij dat er haast moet worden gemaakt.

undefined

Meer over