Een laatste slok met Heiner Muller

De mooiste foto uit het nieuwe nummer van het Duitse toneeltijdschrift Theater Heute is die op pagina 2, gemaakt door Thomas Sandberg op de begrafenis van Heiner Müller, 16 januari in Berlijn....

HEIN JANSSEN

Het februarinummer van Theater Heute is vanzelfsprekend bijna geheel gewijd aan Müller. Zijn leven en werk worden door een groot aantal belangrijke Duitse en Europese schrijvers en theatermakers beschouwd. Onder anderen Peter Brook, Robert Wilson, Thomas Langhoff, George Tabori, Christa Wolf en Elfriede Jelinek trachten hun collega niet alleen in zijn tijd maar ook in de geschiedenis te plaatsen. Het blad heeft een aantal teksten van Müller opgenomen , en verder veel foto's van Müller in dikwijls karakteristieke poses - lurkend aan een sigaar, de kleine ogen verborgen achter het zware, zwarte montuur van zijn bril, blik op oneindig. Op één foto zien we een andere Müller, vrolijk lachend, met glas en sigaar in de hand, opgewekt haast. Anfang der neunziger Jahre, staat bij dit portret van Roger Melis. Ja, wellicht heeft Müller inderdaad gelachen, bij het begin van de jaren negentig, bij het begin van een nieuw Duitsland.

'Hij was een representant van een tijdperk: Heiner Müller schreef vanaf het begin over zijn verscheurde land - en over een verscheurde wereld. Dat maakt hem in Oost en West, van Berlijn tot New York, van Moskou tot Los Angeles tot een van de meest vooraanstaande kunstenaars en intellectuelen van deze tijd.' Dat schrijft de redactie van Theater Heute in haar inleiding. Een stelling die vervolgens wordt geschraagd in de vele bijdragen van gastauteurs. Gedegen en volledig is het essay Am Abgrund des Jahrhunderts van Günther Rühle. Beginnend bij Müllers fascinatie voor Brecht, vervolgens langdurig vertoevend bij zijn moeizame relatie met de DDR ('Tussen IJstijd en Kommune') eindigt het overzicht in een bedwelmende verwarring na de eenwording van Duitsland. De persoonlijke bijdragen van de vrienden en collega's variëren van onbegrijpelijk (Volker Braun) tot indrukwekkend (Elfriede Jelinek): 'Een schrijver is gestorven. Dat kun je wel aan hem overlaten, dat hij ook dit keer weer daar is waar wij hem niet kunnen bereiken.' De bijdrage van Peter Brook is kort: 'De bijzondere kwaliteit van Heiner lag vooral in zijn ogen. Hij observeerde de wereld zoals hij zijn vrienden observeerde. In dit diep menselijke kijken vol ironie, humor, begrip en mededogen lag zijn sterkte. Zijn blik zal ons bijblijven.'

Er wordt in Theater Heute niet alleen herdacht. In een driegesprek tussen Peter Palitzsch, Fritz Marquardt en Peter Sauerbaum wordt gediscussieerd over de toekomst van het Berliner Ensemble na de dood van Müller. Marquardt concludeert dat wat er ook met het Ensemble gaat gebeuren, Müllers werk de wereld niet met rust zal laten.

En dat is nou juist de grote vraag - de vraag of het werk van Heiner Müller de tijd zal doorstaan. In hoeverre zat Müller als representant van zijn tijd vastgeklonken aan zijn eigen generatie? En bestaat die generatie niet louter uit intellectuelen en hun meelopers die destijds de heilsstaat DDR niet alleen voor mogelijk hielden maar ook de feitelijke DDR in stand hielden?

Een andere vraag is misschien nog belangrijker: hoe zat het precies met Müllers activiteiten voor de Stasi, de binnenlandse veiligheidsdienst van de DDR? Een jonge schrijver als Andreas Sinakowski is in het openbaar veelvuldig ter verantwoording geroepen voor zijn medewerking aan de Stasi; over Müllers aandeel wordt vooral vaag gedaan.

Dit soort vragen komt helaas ook niet aan de orde in het nieuwe nummer van Toneel Theatraal (TT). Müller wordt in TT herdacht door een dialoog die hoofdredacteur Loek Zonneveld samenstelde uit bestaand materiaal van Wolf Biermann en Müller zelf. Bij een open graf probeert Biermann Müller ervan te overtuigen een toneelstuk te schrijven over Stalin en Hitler. 'Hoe moet ik dat doen, als de één almaar praat en de ander niet? Wil jij een slok?', antwoordt Müller.

Toneel Theatraal is aan zijn 117e jaargang toe, een onzeker jaar want er moet snel een oplossing komen voor het zieltogende blad. Niettemin is TT geheel vernieuwd, zowel wat lay-out als redactie betreft. Er zijn een paar jonge auteurs bijgekomen en Sonja van der Valk is de nieuwe eindredacteur. Haar bijdrage aan dit nummer is een lijvig artikel over Theatergroep Carrousel. 'Sonja van der Valk analyseert de subversieve energie in een imposant oeuvre', lezen we. Subversief? Dat is zo ongeveer het enige woord dat niet op het theater van Carrousel van toepassing is. Na lezing van het artikel blijft dat zo.

In TT verder veel aandacht voor de voorstelling Soekarno van het Nationale Toneel waarover zo ongeveer nu alles wel is gezegd en geschreven. Max Arian portretteert het Poolse theater en recenseert Die Zauberflöte van de Nederlandse Opera. Naast deze weinig verrassende bijdragen, is de nieuwe rubriek 'Uit de Kap' een verbetering - een verzameling nieuwtjes en faits divers. Jammer alleen dat hierin wordt ingegaan op de vetes rond het Kunst Junior Festival in Den Bosch, waar Loek Zonneveld onlangs is ontslagen als artistiek leider. Zonnevelds naam wordt in dit artikel nergens genoemd, terwijl dat hier nu eindelijk eens op zijn plaats zou zijn. Het Nederlandse theaterwereldje is klein, maar juist daarom zou enige gepaste afstand het theatervakblad niet misstaan.

Ten slotte nog één keer Heiner Müller, in Gerardjan Rijnders' Teksten uit Berlijn (2), zijn TT-dagboek: 'Jonge Acteur: Toen ik nog op de toneelschool zat, hebben we met z'n allen en met Heiner in een kring gezeten. De whisky-fles ging rond. Ballantines. Toen! Dat was een hoogtepunt.' Toen, ja.

Hein Janssen

Theater Heute, nummer 2, februari 1996.

Toneel Theatraal, jaargang 117, nummer 1, 1996.

Meer over