Een kusje voor de dolfijn

Verhalen genoeg over het spirituele karakter van dolfijnen, maar wat dóet zo’n ontmoeting met je? De dolfijn wil een kusje, de dolfijn krijgt een kusje.

Door Pay-Uun Hiu

Wees erop voorbereid als je met een dolfijn het water ingaat. Na afloop is de meest gestelde vraag: ‘Hoe voelt dat?’ Dat is gelijk ook een lastige vraag. Een dolfijn voelt niet als een vis met schubben. Zoveel is duidelijk. Maar wat dan wel?

‘Nou, als een dolfijn. Sorry, iets anders weet ik er niet voor. En elke dolfijn voelt anders’, zegt Bianca Poel als we aan de koffie zitten voor we in onze duikpakken de Dolfijnendelta ingaan voor het programma ‘Dichter bij dolfijnen’ van het Dolfinarium in Harderwijk. Het is een exclusief programma met een maximum aantal deelnemers van zes.

Verrassing
Vandaag zijn we zelfs met nog minder. Twee zussen en een verzekeringsdirecteur die voor zijn 35ste verjaardag door zijn vrouw bij wijze van verrassing uit zijn kantoor werd geplukt en nu nog steeds blij verbaasd om zich heen kijkt.

Zijn vrouw en kinderen wandelen ondertussen door het park, want de kinderen mogen pas dichter bij de dolfijnen als ze 13 jaar of ouder zijn. Voor kinderen met het syndroom van Down en kinderen met een autistische stoornis maakt het Dolfinarium een uitzondering, daarvoor is in samenwerking met de Stichting SAM een speciaal programma ontwikkeld.

‘Dichter bij Dolfijnen’ is in principe voor iedereen; de mensen die komen, zijn volgens Poel ook heel divers. Dolfijnen hebben een speciale aantrekkingskracht. Ze hebben iets heel toegankelijks en magisch tegelijkertijd. Al doen de trainers daar weinig geheimzinnig over. ‘Wij zijn heel nuchter’, zegt Poel. Veiligheid en plezier voor de dieren staan voorop.

Wij gaan dus voelen hoe dat voelt, zo’n dolfijn. We gaan ze ook echt aaien, zij het onder strikte condities. ‘Respect’, zegt Poel – al veertien jaar educatief medewerker van het Dolfinarium – met nadruk. We zijn per slot bij de dolfijnen op visite in hún zwemwater en hún woonplek.

Spetterend
En nog iets wat ze met nadruk stelt: we gaan zeker niet zwemmen met de dolfijnen. Niet dat ze opzettelijk kwaad zullen doen of agressief zijn. Maar wanneer dolfijnen echt gaan zwemmen op hun manier, vliegen de spetters er van af, en je zult maar per ongeluk een tik met een dolfijnenstaart krijgen – dan ligt wel je rug in tweeën.

Op onze knieën schuifelen we, in onze pakken, achter haar aan het water in (‘kijk uit, de bodem is spek- en spekglad’) voor een kennismaking met Maaike, een hoogzwangere tuimelaardame die door de trainers als dominant wordt omschreven. Als ‘tante’ Maaike langs de jonkies zwemt, is er gelijk rust in de tent. Overigens is Maaike als beginnende twintiger zelf nog een jonkie in vergelijking met Skinny, met 47 jaar de oudste.

Terwijl trainers op verschillende plekken in de Dolfijnendelta de andere dolfijnen bezighouden, roept trainster Jolene Arts Maaike naar ons toe. ‘Oppakken’, zoals dat in hun jargon heet. Door middel van heldere armgebaren, oogcontact en fluitsignalen communiceren de trainers met de dolfijnen en met elkaar.

Wanneer een van de andere dolfijnen proestend naast Maaike opduikt, negeert Arts hem volkomen en gooit ze een visje resoluut in de richting van Maaike. De andere dolfijn begrijpt het signaal, zwemt weer weg en wordt door een van de andere trainers ‘opgepakt’ met eveneens een visje als beloning.

Een voor een krijgen we dan ons moment met Maaike. We mogen haar snuit vasthouden en haar diep in de ogen kijken, want oogcontact is ook bij dolfijnen belangrijk, had Poel ons geïnstrueerd. Dan wordt ook duidelijk waarom het lastig is te vertellen hoe dat voelt, zo’n dolfijn. Eigenlijk gaat het er meer om wat je zelf voelt, zo dichtbij zo’n dolfijn. Ook dat is niet eenduidig. Er zijn veel verhalen over het spirituele karakter van dolfijnen, hun intelligentie, hun diepe sensitiviteit.

Vertrouwd beest
Maar wat voel je daarvan bij zo’n eerste kennismaking? De wereld vernauwt zich even tot hier en nu, in dit water, met dit vreemde en toch vertrouwde beest. Het dolfijnenoog zoekt contact, dat is evident. Maaike bubbelt wat water door het blaasgat op haar kop omhoog en duwt met haar neus. ‘Kusje’, vertaalt een stem vanaf de kant. Maaike wil een kusje. Goed, Maaike krijgt een kusje.

Dan klinkt het fluitje van Jolene, en Maaike zwemt weer weg. Visje voor Maaike. ‘Goed zo! Brave dolfijn!’ Ook dat had Poel ons van tevoren geleerd: wees superenthousiast. Blije mensen, blije dolfijnen.

Is dat zo? Vindt Maaike dit echt leuk? De vraag ‘hoe voelt een dolfijn?’ verandert nu in de vraag ‘wat voelt een dolfijn?’. Hoe weet je dat, waar zie je dat aan? Een dolfijn lijkt voor pret gemaakt, met een snuit waar volgens onze menselijke waarneming altijd een grijns op staat.

‘Maaike vindt het leuk. Ze heeft er echt zin in’, zegt Poel. Maaike kwettert erop los, is actief en heel alert. Ook de andere dolfijnen die voor ons springen, draaien, met hun vinnen wapperen of die zich laten aaien, zoals Kuluta, geven de indruk dat wij er meer zijn voor hun lol dan andersom.

Voor de trainers spreken de dolfijnen klare taal, maar voor ons is het natuurlijk toch een beetje op audiëntie bij de paus of de koninklijke familie. Een bezoek dat zonder twijfel diepe indruk achterlaat.

Zelfs Mignon van der Vlist, een van de zusjes die eigenlijk een beetje bang is voor dieren – zeker zulke grote – is diep ontroerd door haar ontmoeting met deze speelse zeezoogdieren. Toch is die voor echt wederzijds contact te vluchtig. Het kan ook niet anders. Een laagdrempelig publieksprogramma moet zowel risicoloos zijn voor de bezoekers als voor de dieren. Oog in oog met een heuse dolfijn is in dat opzicht héél dichtbij.

Hardewijk-Dolfinarium, in een speciaal arragement kunnen belangstellenden dichter met de dolfijnen in contact komen. (Raymond Rutting / de Volkskrant) Beeld
Hardewijk-Dolfinarium, in een speciaal arragement kunnen belangstellenden dichter met de dolfijnen in contact komen. (Raymond Rutting / de Volkskrant)
Meer over