EEN KROONPRINS EN EEN KROONPRINSES

DE PARTIJTIJGERS van GroenLinks hebben een mooi excuus om zich niet door de Oranjejool in beslag te laten nemen: ze moeten mailen, bellen, lobbyen....

Hans Wansink

Volgende week zaterdag is de grote dag. Dan wordt de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer door het congres vastgesteld. Dat gebeurt niet door partijbaronnen in achterkamertjes, maar door individuele deelnemers aan het congres zelf. Met alle onvoorspelbaarheid vandien.

Terwijl het aantal min of meer geschikte kandidaten ongekend groot is, neemt het aantal verkiesbare plaatsen af. Lange tijd zag het ernaar uit dat GroenLinks een sprong vooruit zou kunnen maken naar een zetel of 18. Nu lijkt consolidatie van de huidige 11 al heel mooi.

Van die zittende Kamerleden is er maar ééntje die het voor gezien houdt: dokter Corrie Hermann gaat met pensioen. Dat de kandidatencommissie onder leiding van Herman Meijer gekozen heeft voor maar liefst vijf nieuwkomers bij de top 12, is een garantie voor gedrang en gelazer.

Dat is dan ook volop uitgebroken. Gebrek aan durf kan de commissie-Meijer niet verweten worden, gebrek aan tact wel. Want het was ten opzichte van Mohamed Rabbae (hoezeer ook geplaagd door zelfoverschatting) sjieker geweest hem een zachte landing te gunnen. Zoals dat in het bedrijfsleven gaat: '. . .heeft besloten zijn loopbaan buiten het parlement voort te zetten.'

Over Kamerlid Tom Pitstra schrijft de kandidatencommissie: 'Wij missen bij Tom inzicht in de effecten van zijn optreden, dat als uitermate solistisch moet worden omschreven.' Het zal je maar gezegd worden - ook al zit er zeker een kern van waarheid in.

De mores van het bedrijfsleven zijn niet de mores van GroenLinks. Alle kandidaten komen uit de non-profit sector (hoe zachter hoe beter: het is allemaal welzijn, zorg, emancipatie en actiewezen). De enige uitzondering is Dogan Gök op nummer 17, van wie achtereenvolgens wordt vermeld dat hij 29 is, statenlid in Noord-Holland, student filosofie en, o ja, 'momenteel werkzaam als projectleider bij de ABN AMRO-bank'.

Bestuurlijke ervaring scoort bij GroenLinks minder dan het vermogen 'politiek te maken'. Jonge, spraakmakende Kamerleden als Farah Karimi (nummer 6; zeer op dreef na 11 september als woordvoerder 'Afghanistan') en Kees Vendrik (nummer 5; de tegenspeler van Zalm in de Kamer) stijgen. Volksvertegenwoordigers die achter de schermen werken, zoals Ineke van Gent (9), Ab Harrewijn (11) en Hugo van der Steenhoven (13) zakken. Maar zij beschikken wel over een (regionale) achterban. En die supporters laten het er niet bij zitten.

Van de nieuwkomers moet Naima Azough (10), een tweede-generatie Marokkaanse programmamaakster, in staat zijn van zich te doen spreken. Of dat ook geldt voor Tineke Strik (12; jurist) en Arie van den Brand (8; landbouwexpert) is ongewis, want zij zijn alleen wereldberoemd binnen GroenLinks.

Evelien Tonkens, met stip op 7, zal het in de Tweede Kamer moeilijk krijgen. Deze schuchtere geleerde, gespecialiseerd in feminisme en zorg, is meer een schrijfster dan een prater, meer een denker dan een slagvaardige politica.

Volbloed politicus is zonder enige twijfel Wijnand Duyvendak, niet ten onrechte door de commissie-Meijer aangeprezen als 'het gezicht van de Nederlandse milieubeweging'. Antiglobalist Duyvendak, hoogste nieuwkomer op 4, is lang blijven hangen in het actiewezen, zelfs voor GroenLinks-begrippen. Maar deze baas van Milieudefensie, 44 alweer, is de laatste jaren als gesprekspartner van tegenspelers als minister Pronk en Schipholdirecteur Cerfontaine salonfähig geworden.

Duyvendak is één van de twee kroonprinsen van Paul Rosenmöller, die (sinds 1989 in de Kamer) zijn vierde termijn misschien niet eens volmaakt. De kandidatencommissie heeft hem boven Kees Vendrik geplaatst - het Kamerlid dat rond het Binnenhof als de rechterhand van Rosenmöller geldt, maar 'in het land' niet kan tippen aan de bekendheid van de groene activist Duyvendak.

Dat Marijke Vos, vice-voorzitter van de huidige fractie, gepasseerd is voor de tweede plaats, betekent dat de scherprechters van de keuzecommissie haar niet zien als toekomstig politiek leider. 'Sympathiek, rustig en ervaren: een goede constante factor in de fractie', luidt de kiss of death die Vos ten deel valt. Anders dan Rabbae draagt Marijke Vos haar deklassering (naar nummer 3) met beheerste allure.

Blijft over runner up Femke Halsema, vier jaar geleden uit het niets (uit de Amsterdamse scene rond De Balie) als derde in de Kamer gekomen. Politiek-strategisch misschien de mindere van Duyvendak (en Vendrik), overtreft zondagskind Halsema haar fractiegenoten in uitstraling en veelzijdigheid. Rest de vraag of deze prinses wel koningin wil worden.

Meer over