'ÉÉn keer voelde ik me echt bedreigd'

Danny Ekelschot (43) is hoofdsteward bij Ajax. In het dagelijke leven is hij marktmeester in Amsterdam-West. 'Het vak van steward is dat van gastheer.'..

'Van jongs af aan ben ik met voetballen bezig geweest. Dat komt door mijn ouders die beiden bij een voetbalvereniging zaten. Mijn vader zat in het bestuur, werd later secretaris en is zelfs voorzitter geweest. Ik ben geboren in de Watergraafsmeer vlak bij het stadion De Meer. Natuurlijk nam mijn vader me ook af en toe mee naar Ajax totdat ik zelf ging.

Het maakt voor mij als Ajax-fan niets uit of de spelers nu uit Amsterdam, Rotterdam of Amerika komen. Ook het stadion speelt nauwelijks een rol. Dat hele randgebeuren is ingrijpend veranderd, maar de essentie van het voetballen, op het veld, is nooit doodgegaan. Het is gewoon een gevoel dat je als Amsterdammer hebt. Ajax is Amsterdam, een begrip. Ajax en Amsterdam staan ergens voor. Als je op vakantie ging naar Italië, had je ook meer succes bij de meisjes als je zei dat je uit Amsterdam kwam. Dat vonden ze dan interessant. Ik denk dat het wel waar is dat Amsterdammers een bepaalde arrogantie, branie over zich hebben. Dat is logisch: we zijn de grootste stad, de hoofdstad, we hebben de succesvolste voetbalclub in huis en als er iets interessants gebeurt is het vaak hier.

Ik heb in de jeugd nog best hoog gevoetbald, net als mijn vader. Op den duur koos ik echter voor de marechaussee en door de interne opleiding kon ik niet meer regelmatig trainen. Dan kom je opeens in het derde terecht. Je krijgt bovendien een gezin en dan wil je toch ook niet dag en nacht op het veld zitten. Dus ben ik op den duur afgehaakt. Toch beheerst voetbal mijn leven nog steeds.

Op aanraden van een vriend heb ik in 1995 gesolliciteerd naar een baan als steward in de toen gloednieuwe Amsterdam Arena. Hij vond het wel wat voor mij, ik heb natuurlijk ook andere ”regelfuncties” gehad dus misschien zit daar een rode draad in. Ik heb eerst overlegd met mijn vrouw, want ik weet dat het op de tribunes best hard kan toe gaan. Mijn eerste klus was de opening van de Amsterdam Arena. Ajax-ac Milan, Ajax ver loor met 0-3. Toch was het fantastisch daarbij te zijn. Alle tribunes waren overdekt met doeken, en toen die een voor een verdwenen, zag je plotseling de massa's mensen op de tribunes. En toen dat felgroene gras dat onder het zeil vandaan kwam daarvan krijg ik nog kippenvel.

Het vak van steward is dat van gastheer. We wijzen mensen waar ze kunnen zitten, waar de wc's zijn, delen op perrons treinkaartjes uit aan supporters die naar een uitwedstrijd gaan en waarborgen gedeeltelijk ook de veiligheid van de mensen, al is de politie daarvoor de hoofdverantwoordelijke. Te gen woordig gaan we wel opzij als er een groep probeert ”door ons heen” te gaan, want veel van die gasten slikken pillen en zuipen voor de wedstrijd en zijn dan echt niet meer te houden. Dan zie je haat in hun ogen. Niet zo lang geleden werd ik voor kankerjood uitgemaakt. Nou de grimas van die jongen maakte me echt duidelijk dat ie iets gebruikt had. Die jongens komen niet voor het voetbal.

Op zich heb ik niet veel moeite met de leuzen die je om je heen hoort. Ajacieden gebruiken de term ”jood” zelf ook als geuzennaam, juist omdat het gevoelig ligt. Ik praat het niet goed, maar het is niet onlogisch dat supportersgroepen van de tegenstanders en zoals ik zei is er echt haat in het geding daarop inspelen. Men probeert elkaar zo diep mogelijk te raken, al betwijfel ik of die harde kern van Ajax echt geraakt wordt als je het geluid van sissend gas imiteert. Het is allang niet meer zo dat de meeste toeschouwers bij Ajax joods zijn. Als dat al ooit het geval is geweest.

Het afgelopen seizoen is het gewelddadigste geweest dat ik ooit heb meegemaakt. Je ziet soms dat als je kaarten van supporters op perrons ”verzilvert”, ze ongeduldig worden en alvast de trein in springen. Als je een minuutje later daar binnen komt, komt de marihuanalucht je vaak al tegemoet.

EÉn keer heb ik me echt bedreigd gevoeld. Dat was de eerste Ajax-Feye noord in de Arena. De supporters van Feyenoord moesten wachten in hun vak totdat alle Aja cie den verdwenen waren. Toen ging een groep van pakweg zeshonderd man naar de ”overloop”, net achter de tribunes waar toiletten zijn en waar je iets te eten kunt kopen. Het gedeelte van de overloop achter de Feye noord-aanhang was aan alle kanten afgegrendeld dus men kon er niet uit. De me was al uit dat vak vertrokken. De ”harde” kern sloopte het rolluik van een verkooppunt en stak servetjes in de fik waardoor uiteindelijk brand uitbrak. Gelukkig werd het ontdekt. Door de ventilatieschachten was de rook ook elders in het stadion opgemerkt en de brandweer werd erbij gehaald.

De Feyenoord-supporters hadden ondertussen in de gaten gekregen dat er stewards, onder wie ik, in de hoek van de overloop waren. Precies op het moment dat ze ons te pakken dreigden te krijgen, werd door de Feyenoorders een deur opengeschopt en kwam van de andere kant de me, die de mensen door diezelfde deur naar buiten schopte. Ik heb nog wel een tik van een ”supporter” gekregen in het voorbijgaan. Ajax heeft van de gebeurtenissen bij die wedstrijd wel geleerd.

Na een jaar ben ik hoofd-steward geworden en moet ik leiding geven aan de andere stewards. Het is een hechte groep mensen van zowel doorgewinterde Ajax-fans als van studenten. Daardoor hebben we veel doorstroming, want veel studenten doen het als bijbaantje zolang ze in Amsterdam studeren.

Soms hoor je negatieve geluiden over ons, dan wordt gehoond dat we ”gratis mogen kijken” en meer van dat soort kinderachtige dingen. Normaal gesproken gaat een Ajax-fan echter niet zo snel met een Ajax-steward op de vuist. Daarom is het toch wel relatief veilig.

Het werk als steward is misschien vergelijkbaar met mijn dagelijkse functie van marktmeester in Amsterdam-West. Ook als marktmeester moet ik mensen wijzen waar ze moeten staan, organiseren en controleren. En soms streng zijn. Helaas wordt er in ons gebouwtje nogal vaak ingebroken. Dit jaar al zo'n twaalf keer. Iedere keer maken ze er een bende van, ze gooien de boel overhoop in de hoop geld te vinden. Maar dat is er niet, dus nemen ze een werkjas mee, of ze steken het Israëlische vlaggetje dat om mijn bureau staat in de brand. Volkomen nutteloos.

De politie is een keer gekomen en zag dat het voornamelijk kleine jongens zijn die inbreken. Ze zetten de spullen klaar voor de groten die ze met auto's oppikken. Ze gebruiken ons gebouw ook als manier om het koffiehuis binnen te komen. Vraag me niet waarom.

Het kost ons jaarlijks tienduizenden euro's om de schade te herstellen. Net als bij Ajax, waar de club opdraait voor wat de ”fans” slopen.'

Meer over