Een kampioen moet zijn bord leegeten

Over de optimale voeding van topsporters breken wetenschappers zich nog altijd het hoofd. Gewoon eten is toch de basis van alles....

Topsport en wetenschap lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Alleen een uitgekiend trainingsprogramma waarin rust en inspanning elkaar afwisselen, al dan niet op grote hoogte, brengt de getalenteerde mens op het erepodium.

De voeding hobbelt daar een beetje achteraan. Er is een scala aan drankjes op de markt die worden verkocht als isotoon. In elke sportzaak liggen repen die het verlies aan mineralen na de inspanning aanvullen, zo claimen ze. Maar of het gebruik hiervan helpt? Is gewoon water aangevuld met eventueel een vitamine-of zouttabletje niet genoeg, gecombineerd met gezond eten uit de schijf van vier?

Voor de topsport luidt het antwoord 'nee'. Voeding helpt. Maar over de mate waarin is nog veel onduidelijk. Afgelopen maandag was hierover op het nationaal topsportcentrum Papendal bij Arnhem een congres. Met een knipoog naar de Olympische Spelen later dit jaar in Athene luidde de titel: 'Voeding is goud waard.'

Vooruitlopend op de spelen in augustus is het NOC*NSF met een programma begonnen om het eetpatroon van de toppers te optimaliseren. Projectleider is drs. Joris Hermans, voedingsdeskundige en sportdist, die veel ervaring heeft met topsporters. Hij begeleidt de voetballers en zwemmers van PSV, de turners, en de schaatsers van TVM. In zijn vrije tijd beoefent hij zelf de triathlon.'Er kan beslist wat verbeteren aan de voeding van de topper', zegt Hermans. 'Er zijn er die goed met voeding bezig zijn en andere helemaal niet, maar bij de grote groep is beslist verbetering mogelijk.'

Doel van het voedingsprogramma is de toppers optimaal te laten presteren. Wetenschappelijk bewijs daarvoor is niet gemakkelijk te geven, erkent Hermans. 'Ik heb sporters begeleid bij wie ik de voeding veranderde en ik zag dat hun prestaties vooruit gingen. Dit is geen bewijs dat voeding de oorzaak is, maar allerlei parameters in het lichaam verbeterden en die hadden te maken met voeding.'

Een onderzoek waarbij de sporters in twee groepen worden gesplitst, waarbij de ene goede en de andere minder goede voeding krijgt, is nooit gedaan. 'Dat is moeilijk', zegt Hermans. 'Het is niet ethisch om een bepaalde groep goede voeding te onthouden en het risico te lopen dat ze minder gaan presteren.'

De sportdist gaat uit van een voedingspiramide. De brede basis bestaat uit de gewone voeding die iedereen moet eten en die gewoon goed moet zijn, zeg maar volgens de principes van de schijf van vier. 'Bij sporters maakt ik de uitzondering dat ze nog meer energie uit koolhydraten, zoals brood en pasta, moeten halen. De benodigde energie voor de sportbeoefening wordt het meest effici via koolhydraten geleverd.'

Daarboven zitten in de tweede laag sportdrankjes en dieetachtige producten om mogelijke tekorten op te vangen, maar die dienen nadrukkelijk als aanvulling. 'De eerste laag moet goed zijn', zegt Hermans. 'Je gaat je benodigde koolhydraten niet uit zoete sportdrankjes halen. Dan mis je een aantal andere essenti voedingsstoffen.' Op de derde laag, de top van de piramide, plaatst Hermans supplementen, zoals het herstelbevorderende creatine.

In de aanloop naar de Olympische Spelen zijn alle sporters onder begeleiding van disten geplaatst door wie ze voedingstechnisch gezien zo goed mogelijk worden klaargestoomd. Afhankelijk van hoe ze met hun voeding omgaan en welke soort sport ze beoefenen (duur, kracht of spel) krijgen ze adviezen. Of deze aanpak tot succes leidt in Athene kan Hermans niet garanderen. 'We kunnen in ieder geval zeggen dat het niet aan de voeding heeft gelegen als het resultaat tegenvalt.'

De dist houdt zich bezig met de lange-termijnvoeding, de Maastrichtse maag-, darm-en leverarts prof. dr. Robert-Jan Brummer met de voeding tijdens de wedstrijd en de trainingen. Behalve met wde sporters eten, gaat er ook het nodige fout met de timing van de voeding, zegt Brummer.

'Na een intensieve training moet de sporter de tekorten onmiddellijk aanvullen. Alleen dan is het lichaam in staat de volgende training, een paar uur later, goed te volbrengen. Als de spieren niet goed zijn gevoed, doet een training meer kwaad dan goed', zegt Brummer, zelf een verdienstelijk marathonloper die de wedstrijd over 42,195 kilometer binnen de drie uur weet te volbrengen.

Ook tijdens de wedstrijd is een juiste voeding van belang om optimaal de eindstreep of het eindsignaal te halen. En dan komt de specifieke artsenkennis van Brummer, voorzitter van het congres in Papendal, om de hoek kijken. 'Sporters kunnen moeilijk voedsel verteren tijdens hun zware inspanning. Het bloed is nodig voor de spieren en er is weinig voorhanden bij maag en darmen.'

Het grote gevaar dat bij wedstrijden op de loer ligt, is uitdroging. Als de sporter 2 procent van zijn gewicht verliest, gaat het fout op weg naar de finish. 'Het is bekend dat sporters moeten drinken voor ze dorst krijgen, maar vaak wordt het uitgesteld en gaan ze drinken als het te laat is', zegt Brummer.

Hij kent een voorbeeld van een door en door getrainde marathonloper die tijdens warm weer niet goed presteerde in een wedstrijd. Een tijdje later was de conditie van de atleet minder, maar liep hij in koel weer sneller, omdat de atleet beter op het drinken lette. 'Voeding en training vullen elkaar dus aan', zegt Brummer. 'Je kunt niet zeggen dat de een belangrijker is dan de ander.'

Hij meent dat er nog veel te onderzoeken valt aan de voeding van de topper. Brummer lijkt een studie naar de invloed van voeding en sport op het afweersysteem interessant. 'Een topsporter zit tegen de grens en wordt bij het minste of geringste ziek. Dat is frustrerend voor de opbouw van het seizoen, hij kan er een belangrijke wedstrijd door missen. Wat kan voeding doen om dit te voorkomen? Daar wil ik veel meer over weten.'

Meer over