Een jungle van gemene streken Danièle Sallenave inspecteert het morele verval van Oost-Europa

De ineenstorting van het communisme heeft in Frankrijk een andere weerklank veroorzaakt dan in de rest van de wereld. Of het komt doordat de gemiddelde Franse intellectueel met aanzienlijk meer sympathie tegenover de Sovjet-Unie stond dan bijvoorbeeld de Nederlandse of de Engelse, is niet eenvoudig te zeggen....

Begin vorig jaar publiceerde Furet Le passé d'une illusion: essai sur l'idée communiste au XXe siècle, een omvangrijke en heldere studie, voortreffelijk gedocumenteerd, maar ook met de ondertoon van iemand die bijna met tranen in zijn ogen een necrologie zit te schrijven. Je merkt het aan de woordkeus. Dat men in het Westen nauwelijks heeft gereageerd op de berichten over de stalinistische Terreur, noemt Furet een 'faute de lucidité'. Door het verdwijnen van het communisme is de gedachte aan een andere maatschappij onmogelijk geworden: 'Nous voici condamnés à vivre dans le monde où nous vivons.' En dat verdwijnen beschrijft hij als een begrafenis die dertig jaar in beslag heeft genomen, een rouwstoet omgeven door een immense massa en 'accompagné de larmes'. Niet in het Oosten, maar in het Westen. Lees: Frankrijk.

Zoals de bestuurders van de RATP, de Régie Autonome des Transports Parisiens, nooit de moeite hebben durven nemen een minder lugubere naam te verzinnen voor het metrostation Stalingrad, zo worstelen allerlei Fransen met de restanten van wat ze hebben aangezien voor een utopie. Een van hen is de schrijfster Danièle Sallenave, voor wie de val van de Berlijnse Muur en de gebeurtenissen die daarop zijn gevolgd een einde hebben gemaakt aan wat zij noemt een droom, een droom die 'ontaard was, vernederd, verraden misschien, maar in ieder geval verwezenlijkt'.

Sallenave kreeg in 1980 de Prix Renaudot voor de roman Les portes de Gubbio. Ze schreef romans en verhalen, waarvan enkele in het Nederlands zijn vertaald en die vrijwel onopgemerkt zijn gebleven. Haar boek Passages de l'est, zojuist in de reeks Privé-Domein verschenen onder de titel Gepasseerd station, is een breed uitgesponnen beschouwing over wat men zou kunnen aanduiden als een van de meest essentiële problemen van het communisme: de tragedie waarin een ongeteld aantal redelijke en weldenkende individuen ervan overtuigd moet zijn geweest dat het communistische ideaal zou kunnen leiden tot de grootst denkbare maatschappelijke rechtvaardigheid, terwijl de praktische uitvoering zonder uitzondering het meest perverse en perverterende politieke systeem heeft voortgebracht.

Ook voor wie nooit een fluit fiducie heeft gehad in alles wat in het voetspoor van Marx is bedacht en beweerd, is de archeologie die Sallenave van haar eigen ideeën en van de politieke geschiedenis van Oost-Europa heeft gemaakt alleen al bewonderenswaardig door het volstrekte ontbreken van elke poging die ideeën achteraf goed te praten. Een paar jaar geleden is hier in Nederland een bundel stukken verschenen waarin allerlei voormalig gestaald kader het eigen CPN-verleden trachtte wit te wassen. Die lafhartigheid komt bij Sallenave niet voor en al evenmin worden haar uitlatingen ontsierd door van die clichéwoorden (leidende kringen progressief) waaraan men nog altijd een ex-marxist kan herkennen.

Gepasseerd station is geschreven aan de hand van de dagboekaantekeningen die de schrijfster tussen januari 1990 en december 1991 heeft gemaakt, vooral op reis door Oost-Europa - een inspectietocht langs de werkelijkheid in Tsjechoslowakije, Joegoslavië, Roemenië. Het is niet de eerste keer dat ze deze gebieden bezoekt: uit haar herinneringen spreekt een uitgebreide kennis van het hele Warschaupact, van de landen die ze in de jaren tachtig veelvuldig heeft bereisd.

Het begrip passage, in de oorspronkelijke titel, suggereert misschien een wat oppervlakkige en ongerichte waarneming, maar Sallenave is niet iemand die gezellig in het Praagse café Slavia wat naar de dissidenten heeft zitten staren of met een paar woorden Russisch een gecombineerde vliegreis Moskou-St-Petersburg heeft gemaakt. Ze heeft vooral ook achter de façades gekeken, deels gestuurd door een groeiend bewustzijn van de geschiedenis, deels door een steeds verder groeiende ontzetting over wat ze onder ogen kreeg.

Het resultaat daarvan is dat het boek eerder is geschreven vanuit een overweldigend mededogen met de slachtoffers van het systeem dan aan de hand van een politieke analyse. Sallenave is niet iemand als Timothy Garton Ash - ze mist misschien het gevoel voor logica dat haar in staat zou hebben gesteld een reeks van aanbevelingen te geven over de wijze waarop de trial-and-error democracy zo intelligent mogelijk kan worden ingevoerd. Waar ze echter een uitstekend oog voor heeft, is de totale, aan ontreddering grenzende onverschilligheid en het morele verval dat na het echec van het communisme is overgebleven.

Het enige goede dat het systeem heeft voortgebracht, schrijft Sallenave, waren de dissidenten. 'Zij vormden het zout van die aarde, van die tijd. Maar de ondergang van de samenleving waartegen zij zich hebben verzet, heeft een nieuwe wereld opgeleverd waarin zij aan de kant zijn gezet, zij net zo goed, de vroege dissidenten en hun moraal. Dat wat zij wilden en wat ze in hun eigen leven reeds in praktijk brachten, dat wil niemand nu. (. . .) (Ze zullen verdwijnen) in de verbitterde wetenschap dat hun opvattingen vergeten zijn.'

Die opvattingen vertegenwoordigen een hogere moraal dan die van de Reinkultur van het kapitalisme zoals dat thans in Oost-Europa is gevestigd, of het criminele systeem dat in voormalig Joegoslavië de norm is geworden. De moraal van Andrej Sacharov en Helena Bonner is nog even ongewenst als indertijd. Hun vacatures zijn niet ingevuld. Er is een 'geheime jungle van gemene streken en overlevingstactieken' ontstaan die zich nauwelijks minder vijandig verhoudt tot de idealen van rechtvaardigheid en wellevendheid. Dat is de werkelijke tragedie.

En nieuws is het niet, maar dat maakt het niet minder urgent dat er boeken over verschijnen.

Danièle Sallenave: Gepasseerd station. Teloorgang van een utopie 1990-1991. Uit het Frans vertaald door Rosalie Siblesz. De Arbeiderspers, Privé-Domein, ¿ 49,90.

Meer over