Een jarretelle van ijzer

DE FRANSE schrijver Guy de Maupassant ging met vrienden vaak eten in een van de restaurants op de eerste etage van de Eiffeltoren, 'omdat het de enige plek in Parijs is waar je hem niet kunt zien'....

Paul Depondt

Nochtans, in alle toonaarden is ook zijn lof gezongen, zegt Joris-Karl Huysmans in zijn in Certains gebundelde kritieken over de onthutsende lelijkheid van de 'spits van de Notre-Dame van de Schroothandel'. Zoals gevreesd heeft de Eiffeltoren 'geen bliksem ontketend, maar wel de gruwelijkste clichés'. De hele pers lag plat van bewondering 'in een roerende, waarschijnlijk al vooraf bekokstoofde, eensgezindheid'. De toren was 'een triomfboog van de industrie', 'een toren van Babel', 'een metalen spinnenweb', 'een cycloop', 'een ijzeren kantwerk'. 'Een karkas', schreef Huysmans.

Al die clichés, zowel van voor- als tegenstanders, vind je terug in de historische roman Le fantôme de la tour Eiffel van Olivier Bleys. Het boek kreeg een paar weken geleden in het Franse Blois de Prix du Roman historique. Bleys vertelt de nogal vermakelijke geschiedenis van de jonge en ambitieuze ingenieur Armand Boissier uit Saint Flour, een ingesluimerd provinciestadje, die in Parijs gaat werken in het atelier van Gustave Eiffel.

In zijn roman schetst hij de geschiedenis van de bouw van de Eiffeltoren. Als een negentiende-eeuwse feuilletoniste beschrijft Bleys het gekrakeel erover. Het is een geromantiseerde en Rocamboleske geschiedenis van ingenieurs, toureiffelomanes en felle tegenstanders, een avontuurlijk boek over industriële spionage, over de legendarische bouwput op de Champ-de-Mars, over Eiffel én over de uitvinding van de bh. Volgens een hardnekkige legende, schrijft Daniel Bermond in zijn onlangs verschenen Eiffel-biografie, was hij de uitvinder van de jarretelle. Want zijn toren heeft zo'n jarretelle-vorm.

Aanvankelijk wilde Jules Bourdais, architect van het Palais du Trocadéro, een 360 meter hoge toren bouwen, een Colonne Soleil, een gigantische lantaarn. Er rees veel verzet tegen dat plan. Eiffel, die niet alleen een intelligent architect was maar ook een zakenman, had een patent verworven op de bouwtekeningen van Maurice Koechlin en Emile Nouguier, plannen voor een ijzeren toren. Er werd veel gelobbyd en uiteindelijk mocht Eiffel het pronkstuk van de Parijse wereldtentoonstelling van 1889 bouwen.

Zowel Bermond, in zijn biografie, als Bleys, in zijn roman, vertellen de onverkwikkelijke geschiedenis van de bouw van de Eiffeltoren. Het hoofdpersonage van Bermond is uiteraard Eiffel, bij Bleys is het de Eiffeltoren zelf.

Bleys, die twee jaar geleden de roman Pastel publiceerde over een middeleeuwse kleurenmenger, speurt bij het schrijven van zijn boeken naar kleine wetenswaardigheden. Le fantôme de la tour Eiffel is een ongelooflijk en fantasierijk verhaal met veel verzonnen en historische details, een schelmenroman over Eiffel, ingenieurs en spiritisten, een actrice, een buikspreker en een jaloerse Amerikaanse architect die de Eiffeltoren wil opblazen.

Meer over