Een jarenlang gekoesterd plan

In vervolg op de vorige rubriek bespreek ik vandaag de veelbewogen competitiepartij die ik drie weken geleden tegen Arjan van den Berg speelde....

Van den Berg - Sijbrands

(Clubcompetitie 2000/2001)

1.32-28 18-23 2.38-32 12-18 3.31-27 7-12 4.43-38 1-7 5.37-31 23-29 6.34x23 18x29 7.33x24 20x29 8.41-37 17-21 9.39-34!?

De inleiding tot één van de scherpste bestrijdingswijzen van de Molimard-variant. Al heb ik de indruk dat 9.49-43 19-24 10.39-33 21-26 11.44-39 24-30 12.35x24 29x20 door velen nog steeds als de hoofdvertakking wordt beschouwd.

9...13-18 10.34x23 18x29 11.35-30!? 8-13 12.30-25 2-8 13.49-43 19-23 14.28x19 14x23

Een totaal ander idee is eerst 13...21-26 en daarna pas 19-23x23. Maar zwart moet er dan wèl op bedacht zijn dat wit na bijvoorbeeld 14.47-41(!) 19-23 15.28x19 14x23 16.44-39 op een geschikt moment met 27-22! en 32-28! enz. zou kunnen gaan werken.

15.31-26 11-17!!?

Dit was het plan waarmee ik al enkele jaren rondliep maar dat ik tot dusver alleen in een trainings- en een simultaanpartij had kunnen testen. Zwart laat zich vrijwillig aan zijn rechter vleugel opsluiten, in de hoop op die manier de witte linker vleugel vast te kunnen houden!

Overigens is de tekstzet, ofschoon zelden gespeeld, op zich niet nieuw. Sjoerd Visser bijvoorbeeld speelde al zo in zijn partij tegen Van Dijk uit het NK 1971(!!), en ook spelers als Dibman en Hans Jansen hebben zich vanuit deze openingsvariant aan hun rechter vleugel laten opsluiten. Maar daarover een volgende keer méér.

16.44-39 7-11 17.46-41 10-14 18.40-35

In een simultaanpartij tegen mijn clubgenoot Piet Karregat (Amersfoort 1999) volgde hier 18.39-34 14-19 19.50-44 9-14 20.44-39 5-10 21.40-35 29x40 22.35x44 15-20 23.38-33 10-15 24.43-38 4-9 25.33-28 20-24 26.38-33 12-18 met aantrekkelijk spel voor zwart, ook al zou het uiteindelijk remise worden.

18...13-18

Schijnbaar een a-positionele voortzetting, want op termijn dient niet schijf 13 maar 12 op de velden 18 of 23 te belanden. Maar strategisch zal het allemaal op z'n pootjes terechtkomen.

19.45-40 9-13 20.50-45 4-9 21.36-31 14-20 22.25x14 9x20 23.40-34 29x40 24.35x44 23-29(!)

Deze hernieuwde bezetting van het kerkhofveld was zonder 18...13-18 niet goed mogelijk geweest.

25.44-40 18-23 26.40-35 5-10 27.39-34 29x40 28.35x44

Voor de tweede maal binnen vijf zetten ruilt wit de infiltrant op 29 in achterwaartse richting af.

28...10-14 29.38-33 13-19 30.42-38 12-18 31.43-39 8-13 32.48-43

Terecht stelt Van den Berg de overgang naar een gesloten klassiek speltype (33-28) zo lang mogelijk uit. In plaats daarvan probeert de witspeler via 33.47-42 en 34.41-36 op de thematische opstoot 35.27-22! enz. aan te sturen. Door echter voor de derde maal veld 29 te bezetten, doorkruist zwart dit scenario:

32...23-29! 33.33x24 20x29! 34.44-40 18-23

Zie de opmerking bij de 18e zet van zwart: al het overtollige materiaal op de diagonaal 1/45 is nu opgelost!

35.40-35 15-20 36.47-42

Foutief was 36.35-30? wegens 36...20-24! 37.30-25 29-34! 38.39x30 24x35 39.47-42* 23-28! 40.32x23 19x28 en wit heeft geen goede (tempo)zet meer. In plaats van 36...20-24 echter niet meteen 36...29-34? in verband met de verraderlijke combinatie 37.41-36!!, 38.27-22!, 39.26x17, 40.39-33, 41.31-26 en 42.36x9 +.

36...20-25 37.45-40 19-24

Zie diagram

In de geladen diagramstand zou de geringste misstap wit fataal worden. Ik geef drie (hoofd)varianten:

1) 38.41-36? 25-30! 39.39-33 (of 39.40-34 29x40 40.35x44 23-28! 41.32x23 21x41 42.36x47 13-19 met schijfwinst) 39...13/14-19! 40.43-39 23-28! +.

2) 38.39-33(?) 25-30! 39.33-28* 14-19* en zowel na 40.43-39 17-22! 41.27x9 3x14 42.26x17 11x44 43.40x49 30-34! enz. als na 40.28-22 17x28 41.26x17 11x22 42.27x9 3x14 krijgt zwart een verwoestende aanval tegen de vijandelijke rechter vleugel. Merk op dat het verschil-in-ontwikkeling in het voorlaatste geval tot 13 tempi is opgelopen, en in het laatste geval zelfs tot 14 tempi!

3) 38.39-34(?) 13-18! en nu een eerste vertakking:

3.1) 39.41-36 3-8!! en nu:

3.1.1) 40.43-39 25-30! 41.34x25 23-28 42.32x3 21x45 43.3x21 16x27 44.31x22 11-17 45.22x11 6x17 +.

3.1.2) 40.32-28 23x41! 41.34x3 21x32 42.3x29/33 41-47 +.

3.2) 39.43-39 3-8!! (ook nu) 40.32-28 (want na 40.39-33 18-22! 41.27x18 23x12 42.34x23 24-30! 43.35x24 21-27 44.31x22 17x30 breekt zwart altijd door naar dam) en nu kan zwart zelfs op twee geheel verschillende manieren winnen:

3.2.1) 40...21x43 41.28x10 43-49! 42.34x3 (ook naar 21 slaan verliest na 42...16x38 43.40-34 11-17! 44.10-5 8-13! enz.) 42...24-30! 43.35x24 (nog het beste) 43...49x50 44.3x21 16x27 45.10-4 27-32 46.37x28 50x17 met een gewonnen 4x2 eindspel.

3.2.2) 40...23x43 (de inleiding tot een schitterende variant) 41.34x3 43x45 42.3x33 (het enige veld voor de witte dam) 42...21x32 43.37x28 17-22!! 44.28x17 11x22 45.33x17 45-50 (met de pointe 46.17-12/3 50-17 +) 46.26-21* 16x38 en nu bijvoorbeeld nog 47.17-12 50-45 48.12-21 38-42 (of ook 48...45-34 +) 49.35-30 25x34 50.21-43 42-48! 51.43x25 45-34 +.

38.40-34(!)

Derhalve de enige.

38...29x40 39.35x44 14-19

De combinatie 39...23-28 40.32x23 21x32 41.38x27* 14-19 42.23x14 3-9 43.14x3 13-18 44.3x21 18-22 45.27x18 16x40 had na 46.39-34! 40x29 47.18-13 enz. niet meer dan remise opgeleverd. Met de tekstzet speculeer ik op een winnende versie van dezelfde slagzet (zoals 40.44-40? 23-28!! enz., om maar te zwijgen van 40.38-33?? 23-28! +), maar het is de vraag of 39...14-19 wel zwarts sterkste zet is. Beide spelers verkeerden in deze fase echter in ernstige tijdnood.

40.41-36(!) 25-30 41.38-33 30-35 42.33-29(!) 23x34 43.39x30 13-18 44.42-38 18-23 45.38-33(!) 23-28(!)

Geen van beiden kan zich nog permitteren voluit op winst te spelen. De tekstzet vormt de inleiding tot een afwikkeling die in een remise-eindspel had moeten resulteren.

46.32x14 21x41 47.36x47 16-21 48.30x19 21-27 49.31x22 17x50 50.14-10 11-17 51.19-13??

Maar deze à tempo gespeelde zet (Van den Berg had de notatie niet meer bijgehouden en was zich er niet van bewust de vijftig zetten-grens al te zijn gepasseerd) zet de puntendeling weer geheel op losse schroeven. Na 51.10-5! of 51.19-14! was er voor zwart niets meer te halen geweest.

51...50-22!

Eveneens binnen de seconde gespeeld. Met 51...50-22, dat een volle schijf wint, brengt zwart een gewonnen eindspel op het bord. Al schijnt de inlas 51...35-40!! (met dank aan het computerprogramma TRUUS) nog overtuigender te zijn geweest.

52.10-5 22x4 53.5-23

Hiermee is dìe stelling ontstaan die het uitgangspunt van de rubriek van vorige week vormde. Volledigheidshalve geef ik nogmaals het slot van de partij, ditmaal echter zònder expliciet commentaar. Voor het waarom van onderstaande vraag- en uitroeptekens verwijs ik naar de krant van 28 oktober.

53...4-22 54.43-39 27-22? 55.39-34 22-27 56.23-7(!) 27-16? 57.7-2! 3-9 58.47-42! 9-14 59.34-29!! 35-40 60.29-24!! 17-22 61.2-8! 40-44 62.8-3! 16-2 63.3x25 2x35 64.42-38 44-50 65.38-33(!) 50x28 66.25-9

Remise.

Meer over