Een intrigerend labyrint van water en straten

In archieven zal men vergeefs zoeken naar een liedje of gedicht waarin de schoonheid van Dordrecht bezongen wordt. De van oorsprong introverte eilandbewoners zetten hun licht liever onder de korenmaat....

DE LUCHTEN boven Dordrecht waren fameus. Tenminste, in de tijd dat in artistieke genres als riviergezichten en stadsportretten nog niet de klad zat. Alle grote landschapsschilders van hun tijd - vooral veel leerlingen van Rembrandt - togen naar dit drukke kruispunt van drie rivieren om er die typische Hollandse melange van wit, grijs en blauw vast te leggen. Albert Cuyp schilderde er zelfs een groot deel van zijn oeuvre bij elkaar.

Voortrollende stapelwolken. Flarden mist die een diffuse atmosfeer scheppen en dikke druppels op het gezicht achterlaten. Díe luchten dus. Ze danken hun ontstaan aan het vele water in en rond Dordrecht. De stad ligt op een eiland, op de plek waar de Noord, Oude Maas en Merwede in elkaar overvloeien, en grachten en havens vormen die de plaats tot diep in het hart penetreren. De Oude Maas voerde passanten en vracht naar Antwerpen, de Merwede naar Duitsland en de Noord naar Rotterdam. Waarmee meteen de reden is aangegeven waarom Dordrecht van 1300 tot halverwege de vorige eeuw de belangrijkste stad van Holland was en zelfs Rotterdam overvleugelde.

Die rijke historie is aan dit handelsoord van weleer af te zien. Buiten Dordrecht was het echter lange tijd onbekend dat in de schaduw van een wereldhaven zo'n fraaie en gave koopmansstad lag, hoewel de stadsvernieuwers zich in de jaren zestig en zeventig ook hier vooral bedreven toonden met de slopershamer.

De Dordtenaren, van oorsprong introverte eilandbewoners, zetten hun licht liever onder de korenmaat dan het eigen glorieuze verleden uitbundig uit te meten. Dat is niet alleen een kwestie van inborst, maar ook van religie. Dordrecht ligt niet voor niets midden in de bible belt, de protestante strook Nederland tussen Walcheren en de Veluwe waar rekkelijken en preciezen elkaar al eeuwen Gods woord betwisten.

In de archieven zal men dan ook vergeefs zoeken naar een liedje of een gedicht waarin de schoonheid van de stad bezongen wordt. Integendeel, er bestaat over Dordrecht het vreemde gezegde dat ze vooral in Rotterdam graag bezigen: 'Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt'. Maar dat heeft in feite niets met de stad of haar inwoners te maken. Na de St Elisabethsvloed van 1421 werd Dordrecht een stad midden in het water, omgeven door zandbanken die nogal eens van plaats verwisselden en de schippers tot wanhoop dreven. Vandaar dat spreekwoord.

Toch is er in Dordrecht een omslag gaande. Sinds tien jaar voert de gemeente een actief beleid om de meer dan achthonderd monumenten in de binnenste schil van de stad wat breder onder de aandacht te brengen. De nieuwste troef van het gemeentebestuur heet Rondje Dordt. Voor meer dan elf miljoen gulden is in Dordrecht een cultuurhistorische wandelroute van ruim drie kilometer aangelegd met elf verblijfsplekken bij markante gebouwen en monumenten, verlichte informatie-panelen en duidelijke markeringen, die om de paar honderd meter terugkomen. Op die wijze wordt de onbekende bezoeker in enkele uren wegwijs gemaakt in het intrigerende labyrint van water en het middeleeuwse stratenpatroon dat Dordrecht kenmerkt.

DORDRECHT kende in zijn bestaanscyclus drie bloeiperioden. Maar de oudste stad van Holland viste altijd achter het net als het er op aan kwam. 'De tragiek is dat het lange tijd zowel een belangrijk bestuurlijk als commercieël centrum is geweest, maar nooit de hoofdstad van een gewest of een provincie. Na al die perioden van voorspoed raakte de stad daardoor tenslotte toch in de vergetelheid', zegt C. de Bruyn, conservator van het Dordtse museum mr Simon van Gijn.

De vele patriciërswoningen en pakhuizen aan de Wolwevers- en Knolhaven getuigen van de prilste geschiedenis van de stad. Tussen 1300 en 1421 groeide Dordrecht vanwege zijn ligging aan de scheepvaartroutes tussen de noordelijke en zuidelijke Nederlanden uit tot een welvarende gemeenschap. Elk produkt dat Holland aanvoerde, moest via de Dordtse markten aan de man worden gebracht, want het graafschap had de plaats stapelrecht gegeven.

Toen na de St Elisabethsvloed dit voorrecht verdween, maakte Dordrecht van de nood meteen een deugd. De vele kreken, geulen en poelen in de directe omgeving waren uitstekend geschikt voor de opslag en aanvoer van vlotten met hout. Er kwamen houtzagerijen, en industrie en scheepsbouw bloeiden op. Een dynastie van ondernemers, makelaars en handelslui vormde zich aan de boorden van de Merwede. Daar kwamen ook snel bestuurders bij.

In Dordrecht, stad met oude rechten, werden disputen tussen buurgemeenten beslecht. Notabele bezoekers moesten dan met hun boten bij het Groothoofd aanleggen waar de gebeeldhouwde stedemaagd boven de stadspoort hen opwachtte. Zij moet in die tijd een indrukwekkende, licht erotiserende verschijning zijn geweest. Voloptueus en wulps, de zware boezem gedeeltelijk ontbloot. Rubens zou haar kunnen hebben gebeiteld.

De meeste panden en gebouwen in het centrum van Dordrecht herinneren aan de tijd van de Tachtigjarige Oorlog. De stad was als eiland in een binnenzee uitstekend geschikt om de Spanjaarden buiten de deur te houden. De opstandige provinciën en kerkelijke en wereldlijke autoriteiten konden er daarom naar hartelust vergaderen. Dat deden ze dan ook in de twee bekendste monumenten van Dordrecht: de Grote Kerk en Het Hof.

In de Grote Kerk had tussen november 1618 en mei 1619 de Dordtse synode plaats waar de strijd tussen remonstranten en contra-remonstranten definitief werd beslecht. Tevens gaf de synode opdracht tot een nieuwe bijbelvertaling, die de basis voor de Nederlandse taal legde. Die Grote Kerk van Dordrecht (met de beroemde houten koorbanken waar de openingszitting van de synode plaatsvond) is een verhaal apart. Zij ontbeert een toren en is daarom stomp. De kerk staat 2,25 meter uit het lood. Als daar nog een punt van een paar meter op moest, viel die scheefheid wel erg uit de toon. Wat overigens voor de gemeente Dordrecht geen aanleiding werd de Grote Kerk te profileren als een Hollandse versie van de toren van Pisa. Getrouw het karakter van de inwoners wil het gemeentebestuur wel meer publieke bekendheid voor de stad, maar geen hordes toeristen over de vloer.

In Het Hof (in oorsprong daterend uit 1275) ligt de basis van de Nederlandse democratie. In 1572 had daar de eerste vrije Statenvergadering plaats, waar twaalf invloedrijke steden samenkwamen om er het primaat van Prins Willem van Oranje vast te leggen. Het gebouw werd de afgelopen jaren grondig gerestaureerd. Op de binnenplaats liggen de middeleeuwse grafzerken opgestapeld uit de iets verderop gelegen kerk van de Augustijnen, die momenteel in de steigers staat.

Ondanks alle monumenten en karakteristieke middeleeuwse sfeerbeelden zijn de voetstappen van de twee bekendste inwoners van Dordrecht er verstorven. Van raadspensionaris Johan de Witt en zijn broer Cornelis is buiten een standbeeld niets meer terug te vinden. 'Dat is vooral jammer omdat hun persoonlijke ontwikkeling sterk met Dordrecht verbonden is geweest', vindt conservator De Bruyn. 'Ze kwamen uit een geslacht van houthandelaren en hebben hier beiden politiek en bestuurlijk het klappen van de zweep leren kennen.'

Voor een plaats met zo'n verleden is het opmerkelijk dat slechts een gering aantal sterke verhalen en anekdotes de ronde doet. Dat zal ook wel met de aard van de Dordtenaren hebben te maken. Overlevering gedijt nu eenmaal bij Bourgondische overdrijving. Maar goed, we hebben nog altijd de geschiedenis van het Huis der Onbeschaamden in de Wijnstraat, dat onder supervisie van de bekende bouwmeester Pieter Post in 1653 verrees.

De mare gaat dat drie rijke Dordtse broers met elkaar de weddenschap afsloten om in de gevel van hun nieuwe optrekje een zo gewaagd mogelijk timpaan te laten uithakken. De eerste broer kwam met de vrije expressie van een zeemeermin op de proppen. De tweede moet zoiets schunnigs hebben laten vervaardigen dat niet eens bekend meer is wat voor beeltenis het betrof. Wat de derde ervan maakte, is te zien bij het Huis der Onbeschaamden. Daar staat in de nok een bloot jongetje in steen met een voor dat lichaam ongewoon fors geslacht. Dat beeld is de gevestigde burgerij lange tijd een doorn in het oog geweest. Toen de koningin-regentes Emma met haar dochter Wilhelmina begin deze eeuw een bezoek bracht aan Dordrecht werd het sculptuur met een oranje sjerp afgedekt om het jonge prinsesje de shockerende aanblik van een lid in stand te besparen.

HET AARDIGE van Dordrecht is dat men van dat mozaïek aan bouwstijlen uit de veertiende tot en met de negentiende eeuw een samenhangend geheel heeft weten te maken. Bij sommige haventjes tref je zelfs nog de nodige Jugendstil aan. Die markeert tevens het einde van Dordrecht als belangrijke stad in Holland. Toen rond 1865 de Nieuwe Waterweg werd gegraven, nam Rotterdam snel de eerste viool over. In feite was de stad aan een remmende voorsprong ten onder gegaan. Het stapelrecht en de houthandel hadden de Dordse ondernemingsgeest ondergraven waar Rotterdam het vizier wel naar buiten richtte.

Waarmee we opnieuw bij the continuing story van Dordrecht zijn. De kooplui gingen uiteindelijk voorgoed naar Rotterdam, de bestuurders naar Den Haag. Al eerder trokken de schilders terug naar Amsterdam. De plaats werd zelfs niet de hoofdstad van het geld, want ook op dat punt greep Dordrecht net naast de hoofdprijs. Van 1367 tot 1806 was in de stad de munt van het centrale graafschap Holland geslagen, maar uiteindelijk ging Utrecht ermee aan de haal. Het oude Muntpoortje is nog het enige dat Dordrecht van dit intermezzo resteert. Erboven huist tegenwoordig de plaatselijke vrijmetselaarsloge. Toch nog iets met geld dus.

Meer over