'Een historicus moet ook durven scheppen'; OBERMAN OP ZOEK NAAR TOTALE GESCHIEDENIS

'TOEN IK ALS jongen de boeken van Karl May las, vond ik het al zo verbazend dat de mensen die daarin voorkomen, nooit eens moesten plassen, en toen is me duidelijk geworden dat we allerlei ervaringen weglaten, ook als we geschiedenis schrijven....

MICHAEL ZEEMAN

'Daarbij moet je natuurlijk je statistieken goed kennen, wat de broodprijs is in een bepaalde periode, of hoe het klimaat zich heeft ontwikkeld - al die onpersoonlijke factoren. Maar om die te interpreteren, om het levensgevoel te reconstrueren moet een historicus ook durven scheppen, zijn intuïtie volgen. Dat subjectieve, creatieve element moet je goed onder controle krijgen, want het is natuurlijk levensgevaarlijk. Maar ik denk dat de blijvende historicus, de historicus die ook over tien, twintig jaar nog gelezen zal worden, degene is die deze twee dimensies goed bij elkaar weet te houden.'

Aan het woord is Heiko A. Oberman, aan wie vrijdag de dr A.H. Heinekenprijs voor de Historische Wetenschap - ten bedrage van 250 duizend gulden - werd uitgereikt. De Heinekenprijs is een belangrijke internationale onderscheiding, die op voordracht van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen op verschillende terreinen van wetenschap en kunst wordt toegekend.

Oberman (1930) is Nederlander, maar al een mensenleven lang als historicus verbonden aan verschillende buitenlandse universiteiten. Hij was acht jaar hoogleraar aan Harvard, zowel binnen de historische als de theologische faculteit, achttien jaar in Tübingen, Duitsland, waar hij hoogleraar kerkgeschiedenis was en directeur van het Institut für Spätmittelalter und Reformation, en hij is inmiddels alweer geruime tijd als hoogleraar algemene geschiedenis verbonden aan de universiteit van Arizona, in Tucson.

Zijn beroemdste boek is zijn Luther-biografie uit 1982, Luther - Mensch zwischen Gott und Teufel, maar ook zijn eerste programmatische werk, The Harvest of Medieval Theology uit 1963, en zijn handboek Werden und Wertung der Reformation (1977) genieten zowel binnen de kring van zijn vakgenoten als bij een breder publiek groot aanzien.

Oberman kreeg zijn prijs toegekend vanwege zijn uitzonderlijke verdiensten op het terrein van de geschiedenis. Zijn onderzoek spitste zich toe op de periode 1300-1700 en behelsde vooral de voorgeschiedenis, de ontwikkeling en de invloed van de Reformatie.

Die voorgeschiedenis betreft - het komt in zijn werk dikwijls aan bod - onder meer de geschiedenis van de Moderne Devotie, de Broeders en Zusters des Gemenen Levens, de laat-middeleeuwse beweging die voor een godsdienstig reveil ijverde vanuit Deventer en Windesheim, vlakbij Zwolle. Oberman brengt al vanaf zijn kindertijd elk jaar enkele maanden door in huize Ekeby, het wondermooi gelegen landhuis dat zijn ouders in de jaren dertig op de glooiing van de Holterberg lieten bouwen. Dat is hemelsbreed niet zo gek ver van Windesheim af: heeft zijn biotoop hem geholpen bij zijn onderwerpskeuze?

'Ik ben me ervan bewust dat dit het geboorteland is van de beweging van de Moderne Devotie', zegt Oberman. 'Je komt het hier in zekere zin ook nog in de religiositeit tegen. We hebben die beweging heel lang de Broeders en Zusters van het Gemene Leven genoemd, met als belangrijkste vertegenwoordigers het drietal Geert Groote, Gerard van Zutphen en Florens Radewijns, wier opvattingen zijn vastgelegd in de Navolging van Christus van Thomas van Kempen. Toen ik het eens getalsmatig bij elkaar heb gezet, ontdekte ik dat het een echte vrouwenbeweging was: ruim 70 procent was vrouw, zodat je beter van de Zusters van het Gemene Leven kunt spreken met wat mannengroepen er omheen.

'Zij hebben het middeleeuwse begrip religiosus, monnik, of religiosa, non, omvergegooid, waardoor we nu het moderne woord religieus hebben. Iedereen kan religieus zijn, want het gaat niet om het uiterlijk of het gewaad, niet om de geloften, maar om de kwaliteit van het leven. Dat is het begin van de secularisatie in de goede zin van het woord, niet zoals het als schrikbeeld voor de kerk en de christenen bestaat, maar als poging een brug te slaan tussen de zondag en de rest van de week, tussen hoofd en hand.

'Dat zit sterk in de mensen hier, nog altijd, een zeker wantrouwen tegen het hele slimme. Die Gelehrten, die Verkehrten: dat is een woord dat uit de Duitse tak van de Moderne Devotie komt, ook niet ver hier vandaan geboren. Een zekere achterdocht jegens die hoogleraren met hun doctorsgraden - die hebben wel veel in het hoofd, maar dat staat de werkelijkheid in de weg.

'Dat vind je hier overal, die wijsheid bij de eenvoudige boeren om me heen. Ik ben weliswnse mentaliteitshistorici dat van de longue durée hebben genoemd. Een groot deel van zijn werk is erop gericht aan te tonen dat de Renaissance en de Reformatie al in de late Middeleeuwen voorbereid waren, dat ze geen brute breuk met het verleden inhielden.

'De veertiende, vijftiende en zestiende eeuw: dat is mijn gebied. Daarin is de kerkgeschiedenis een lijn, naast de militaire, de diplomatieke, de economische, de sociale en ga zo maar door. Ik ben steeds meer die totale geschiedenis gaan aanpakken, van rentevoet tot heksenhand, maar ik ervaar het als een enorm voordeel dat ik indertijd begonnen ben met de theologie-geschiedenis. In deze periode wordt er namelijk niets gedacht, gedaan, geproclameerd of emotioneel beleefd, dat niet religieus verworteld is. Zonder dat je dat vak en zijn terminologie beheerst, kun je de bronnen niet goed begrijpen, zelfs de economische documenten niet.

'Er zijn natuurlijk de bruta facta van de geschiedenis, maar zodra je gaat kijken hoe die ervaren worden, val je terug op dat door de godsdienst gekleurde levensbesef. De pest die vanaf 1349 door Europa sloeg en die tot in de zeventiende eeuw gebleven is, daarin wordt de broosheid van het bestaan zichtbaar. Die wordt beleefd als de hand van God, eeuwenlang. Dat vind je in alle domeinen van het leven, zodat ik het gevoel heb dat ik ook bij het schrijven van die totale geschiedenis niet vanuit mijn oorspronkelijke vak in Exil ben gegaan of ben weggevlucht. Mijn leven heeft mij zo geleid dat de formele banen van de kerkgeschiedenis mij te eng werden; ik wilde de mensen in hun totaliteit begrijpen.'

I N ZIJN zoektocht naar een totale geschiedenis, zijn drang een geschiedenis te schrijven waarin ook achter de gordijnen en onder de tafel wordt gekeken, lijkt Obermans ambitie sterk op die van Huizinga. Is Huizinga zijn inspirator geweest?

'Huizinga is voor mij van groot belang. Ik heb mij echter tegen een aspect van zijn werk afgezet toen ik vaststelde dat hij het Herfsttij der Middeleeuwen voornamelijk heeft gezien als de bladeren die dan naar beneden dwarrelen. Ik ben mij steeds meer gaan bezighouden met de kleuren die hij heeft uitgefilterd in zijn beeld van de avondzon. Ik ben steeds meer gaan inzien wat een enorm nieuw begin dat was, van de fysica en de nominalistische filosofie uit die tijd, tot aan de nieuwe vormen van individuele vrijheid die daar ontstaan. Daar werden de Renaissance en de Reformatie geboren. Daarom heb ik mijn eerste boek The Harvest of Medieval Theology genoemd, de oogst van de Middeleeuwen, als antwoord op zijn herfsttij. Zo kwam ik ertoe nieuwe accenten te plaatsen.'

Oberman is de lijnen gaan doortrekken, hij verbond de inzichten van de laat-middeleeuwse theologie en filosofie met de ogenschijnlijk revolutionaire opvattingen van de zestiende-eeuwse reformatoren. Zijn Luther is in veel mindere mate een breker dan de traditionele geschiedschrijving hem heeft voorgesteld.

'Veel geleerden die als eersten hebben gepleit voor eerherstel voor de late Middeleeuwen, deden dat in een soort aanval op de Renaissance. Ze waren in de weer aan te tonen dat alles wat nieuw scheen in de Renaissance, er in feite in de Middeleeuwen al was geweest. Daar is het mij niet om begonnen. Mij gaat het om een social history of ideas, een samengaan van sociale wetenschappen en geestesw ging werken, wanneer het invloed kreeg op het levensgevoel van mensen.

'Als we spreken over, bijvoorbeeld, de vrijheid van het geweten, dan gaat het er niet om aan te tonen dat dat idee al veel eerder bestond dan in de vijftiende, zestiende eeuw, maar om het belang dat dat heeft voor de ontwikkeling van een privé-sfeer. Die dingen horen bij elkaar. Voor ons is dat recht op privacy enorm belangrijk, en wat je kunt laten zien is dat zo'n gedachte, die weliswaar in de Middeleeuwen al bestond, ten tijde van de Reformatie benen gaat krijgen.'

Toch lijkt Oberman er in zijn Luther-biografie op uit Luther weer wat dichter bij de Middeleeuwen te brengen. Inmiddels werkt hij aan de voltooiing van een Calvijn-biografie: zit tussen die twee misschien een nieuwe cesuur?

'Luther is nog in vele opzichten een middeleeuwse gestalte: hij leeft aan het eind van een tijd. Dat idee is van groot belang voor hem. Voor Calvijn niet, die is ervan overtuigd aan het begin van een nieuwe tijd te staan. Luther, die in de hele wereld waarin hij leefde als de eerste moderne mens werd gevierd, beschrijf ik als een middeleeuwse monnik. Daar zit een enorme ongemakkelijkheid in.

'Calvijn is voor alles een renaissance-figuur. Ondanks alles wat men altijd met hem verbindt aan donkere aspecten, geloof ik dat hij geen pessimist was, maar een realist. Ondanks zijn doctrine van de erfzonde zit er een groot optimisme in hem: als je maar goed je huiswe van Calvijn is essentieel voor de hele moderne tijd.

'Het loopt van het calvinisme lijnrecht naar de Verlichting. Calvijn heeft andere opvattingen over de bronnen waaruit je dat moet putten, dan Voltaire, maar beiden geloven ze in de opvoedbaarheid van het menselijk geslacht: als je maar meer scholen bouwt, dan kun je de gevangenissen sluiten. Ook Luther geloofde in het nut van scholing, maar hooguit als manier om de chaos, die we waarschijnlijk toch niet kunnen ontlopen, enige tijd met trillende handen tegen te houden.

'C ALVIJN WAS jurist, en de juristen waren de grote dragers van de Renaissance. Hij is deel van een wereld die vindt dat je orde in de chaos moet scheppen, en dat betekent dat je instituties en leefregels moet hebben, net zoals in de rechtspraak. In zijn ogen is Europa ziek, en niet alleen het katholieke deel. Er moet een tweede Reformatie komen, niet alleen in de leer, maar ook in het leven.

'Luther is ervan overtuigd dat het Evangelie snel en duidelijk aan zoveel mogelijk mensen verkondigd moet worden, want binnenkort zijn de laatste dagen. De Apocalyps is daar, de paarden zijn al op hol geslagen. In 1537 denkt hij dat hij gaat sterven en zegt dan tegen de mensen om hem heen dat zij de wederkomst nog zullen meemaken. Dat geeft een heel ander gevoel dan wat wij hebben als wij met elkaar praten; hij heeft een deadline. Calvijn en Erasmus konden een program opbouwen, dat ze in tien jaar moesten uitvoeren.'

In zijn specialistische essays, in zijn overzichtswerken en in zijn biografieën demonstreert Oberman telkens opnieuw dichter bij het levensgevoel te willen komen van de mensen die hij beschrijft. Zijn Luther-biografie werd destijds vooral door psychologen en literatoren met enthousiasme ontvangen. Schrijft hij vanuit de herkenning van een persoonlijkheid, een gevoel, een temperament?

'Als ik de geschiedenis even mag zien als een grote rivier, dan kan ik op goede gronden als wetenschapper de kracht van het water gaan meten. Ik zie een enorme golfstroom, met daarop enkele blaadjes, als Luther en Calvijn. Die denken van zichzelf dat ze reuze in beweging zijn, maar ze zien niet dat ze worden voortgedragen op die stroom.

'Ook ik wil naar die stroom kijken. Je kunt het levensgevoel pas begrijpen als je die objectieve condities van het leven goed kent. Maar je moet ook bekijken hoe mensen daarmee worstelden, hoe ze probeerden een levensvorm te vinden. Dat vereist die creativiteit en intuïtie. Door het teamwerk van de historici kom je veel over allerlei terreinen aan de weet. Dat heb je absoluut nodig, maar de laatste stap moet je zelf doen.

'Daar is een zekere levenservaring voor nodig, anders vang je lang niet alle stemmen op. Als ik soms terugkijk in bronnen die ik heel goed ken, en waar ik soms dertig, veertig jaar geleden aantekeningen bij maakte, dan zie ik nu weer totaal nieuwe dingen. Het raster waarmee je werkt groeit, je ziet ineens nieuwe boodschappen tussen de regels door. Daar leg je je eigen klemtonen. Wat je vindt en schrijft, gooi je als een fles in het water in de hoop dat iemand dat over tien, twintig jaar zal vinden en op zijn beurt zal herkennen.'

Michaël Zeeman

Meer over