Een hernieuwde oproep aan de utopie van de sixties

Een kolossaal 'Plateau of Humankind' heeft de Zwitserse tentoonstellingsmaker Harald Szeeman op de Biennale in Venetië neergezet. Indrukwekkend? Ach, welke kunstenaar houdt zich niét met het leven bezig?...

Van onze verslaggeefster Lucette ter Borg VENETIË

Vergeet de grijs bebaarde man op leeftijd en wat hij in het verleden allemaal deed. Vergeet de tentoonstellingen die hij twintig, dertig jaar geleden organiseerde, en die uitgroeiden tot prototypes van de wijze waarop je met beeldende kunst revolutionaire utopieën kon schetsen. Maar kijk naar nu, de 49ste editie van de Biennale van Venetië. Stel verbijsterd de vraag: meneer Szeemann, hoe heeft het zo ver met u kunnen komen?

Harald Szeemann is met zijn 67 jaar nog kwiek genoeg om én directeur van het Kunsthaus in Zürich te zijn, én de hele wereld over te vliegen als tentoonstellingsmaker. In Venetië is hij voor de tweede keer artistiek directeur van de Biennale. In 1999 werd hij uitgenodigd om in enkele maanden tijd een Biennale in elkaar flansen.

Szeemann vond het best: hatsekidee, daar ging hij aan de slag. Negenennegentig kunstenaars koos hij uit onder het motto`d'APERTutto': open voor alles en iedereen. Zinvolle kritiek op dit `concept' kon je toen nauwelijks hebben, wegens de last minute-organisatie ervan.

Dat kan nu wel, want Szeemann heeft langer de tijd gehad: twee volle jaren. In die periode heeft hij rondgereisd door Europa, Zuid-Amerika, Azië en een piepklein beetje door Afrika. In die periode heeft hij ook een visie ontwikkeld die die berust op megalomane fantasieën, op de ongebreidelde ambitie van iemand die ouder wordt maar niet meer bij wil leren, en op veel holle woorden. 'Ik kan mijzelf simplisme permitteren', verexcuseert Szeemann zich in het recente nummer van het Nederlandse kunsttijdschrift Metropolis M, 'want iedereen weet hoe complex mijn manier van denken is.'

Wat is die manier van denken? Op een persconferentie in Venetië afgelopen donderdag legde Szeemann het uit. Eerst vertelde hij hoe 'blij' hij was dat hij 'als enige tentoonstellingsmaker ter wereld' én de Documenta in Kassel (in 1972) én de Biennale van Venetië op zijn naam heeft staan. Hoe hij van president Paolo Baratta van de Biennale twee jaar geleden eiste: 'We moeten ook gematerialiseerd laten zien dat de Biennale in de 21ste eeuw doorgroeit.' Daarom: meer gebouwen, meer ruimte, en meer kunstenaars, anders was Szeemann niet meer van de partij. Hij koos kunstenaars die 'een hernieuwde oproep doen aan de utopie van de sixties.'

Veel nieuw en jong gaat daarom op deze Biennale halfslachtig samen met oud en ervaren. De door Szeemann verafgode goeroe/kunstenaar Joseph Beuys, die van ieder mens een kunstenaar maakte, is verplicht aanwezig met drie werken. De abstracte beeldhouwer Richard Serra heeft helemaal aan het eind van het Arsenale twee prachtige slakkenhuizen van staal gebouwd, waar je alle dimensies van tijd en ruimte kwijtraakt.

Gerhard Richter, de Duitse postmodernist avant la lettre, straalt in het Italiaans paviljoen met zes onwaarschijnlijk rood gekleurde cirkelzagen van schilderijen. En verder is er onbegrijpelijk veel Cy Twombly en een nog altijd even enthousiast doorstippelende Niele Toroni.

Al die kunstenaars bij elkaar vormen een kolossaal 'Plateau of Humankind' met honderden mogelijke antwoorden op de vraag die volgens Szeeman de kunst van nu in zijn greep houdt: 'Wat is de mens? Wat is het leven?'

Gary Hill tormenteert op een video-loop zijn eigen lijf door onder stroboscopisch licht voortdurend tegen een muur op te springen. Lars Siltberg bindt grote voetballen onder zijn voeten en probeert tevergeefs daarop te lopen. Heimo Zobernig tracht zichzelf op een computeranimatie toe te dekken, zonder resultaat. En Bill Viola laat vijf mensen in eindeloze slow motion rouwen.

Het klinkt superalgemeen en doodeenvoudig: welke kunstenaar houdt zich níet bezig met het leven? En misschien was het het beste geweest als Szeemann het daarbij had gelaten. Dan had hij kunnen toegeven dat hij onder het mom van een motto gewoon zijn eigen favoriete lijstje kunstenaars brengt. Kun je meer verwachten op zo'n alle kanten uit woekerende mega-manifestatie?

Szeemann meende van wel en koos in die veronderstelling een jammerlijk pad: dat van de Hineininterpretation. Op dat pad trekken alle problemen van ons huidige tijdsbestel aan je voorbij. Szeemann somt ze in de catalogus op, en brengt iedere kunstenaar keurig onder een noemer.

Wil je iets weten over klonen? Szeemann raadt je aan om in het begin van de Corderie te kijken in het kabinetje waar de Chinees Xiao Yu zijn vlijtig in elkaar gezette fabelwezentjes op sterk water toont. Je onderscheidt vleugels, kippenbuikjes, kattenstaarten en pootjes, en ook een echt babyhoofdje met schelpjes in de oogkassen gedrukt.

Wil je iets weten over moderne abortusproblematiek? Ga dan naar de Gaggiandre van het Arsenale, waar Atelier van Lieshout een mintgroene verloskamer op pontons in het water laat drijven. De operatiekamer is gemaakt in opdracht van een Nederlandse arts en bedoeld om echte abortussen uit te voeren op zee, vlak buiten de territoriale wateren van landen waar abortus verboden is.

Wil je zien hoe kunstenaars hun kritiek op het westerse consumentenparadijs verbeelden? Ga dan langs bij de vuilniszak van Gavin Turk, de straatmarkt van het trio Barry McGee, Stephan Powers en Todd James, of leer van de Fransman Matthieu Laurette hoe je gratis al je boodschappen, kleren en meubelen kunt krijgen.

Szeemann heeft nog tien van dergelijke dooddoeners in petto. Ze reduceren de kunst tot illustratie, tot anekdote van zijn filosofietjes. Die reductie is dwingend.

Wie niets weet over Atelier van Lieshout zal in de drijvende abortuskliniek een geëngageerde vorm van protest zien - een erfenis van Beuys, zoals Szeemann graag wil - en niet een werk in opdracht, vergelijkbaar met de wc's en badkamers die Van Lieshout ook ontwerpt.

Wie Xiao Yu's babyhoofdje alleen als voorbeeld van een steeds voortschrijdende kloon-techniek ziet, gaat voorbij aan een veel belangrijker ethisch dilemma dat in dit werk naar voren komt: dat van grenzen en effectbejag in kunst. Wie nooit van Fiona Tan heeft gehoord, zal haar na deze Biennale typeren als een politiek-correcte kunstenaar die worstelt met de Westerse koloniale erfenis en verder niets. Dat is een verlies voor de kunst.

Maar er is meer aan de hand. De maatschappelijke problemen en verschijnselen die Szeemann zo graag verbeeld ziet in de kunst, krijgen op deze Biennale iets probleemloos en inwisselbaars. Het is als bij het blikje Campbell-soep van Warhol: het stelt niets meer voor. De optelsom van consumentisme plus etnocentrisme plus mannelijk chauvinisme plus nationalisme is nul; een geïmplodeerde utopie, het tegendeel van wat Szeemann zegt te beogen.

Het is daarom beter om Szeemanns visie te vergeten en zijn 'Plateau of Humankind' te betrachten als individuele ontdekkingsreis. Vijf of zes goede werken maken de reis de moeite waard.

Bijvoorbeeld de schitterend virtuoze beelden van de Britse beeldhouwer Ron Mueck. Het siliconenbeeld Boy van een reusachtige, kleine jongen in kort groen broekje ontroert door z'n omvang, die nu eens groot, dan weer klein is, afhankelijk van het perspectief. Kijk je naar de eeuwenoude balken van de Corderie, zes meter boven het vloeroppervlakte maar slechts een paar decimeter boven Boy's rug, dan lijkt de jongen een machteloze Atlas, een klein kind dat je met verbaasde ogen aankijkt. Kijk je naar de vloer en jezelf, dan imponeert de jongen en krijgt hij zelfs iets dreigends. Zijn levensechtheid slaat als een moker in het gezicht: een virtuoos trompe l'oeuil.

Mueck komt niet uit de beeldende kunst, maar uit de reclame. Het is geen toeval dat zijn werk en ook het werk van een andere kunstenaar in de Corderie, Chris Cunningham, de grootste sensaties van de Biennale zijn. Cunningham komt uit de wereld van de videoclip. Zijn werk voor Madonna's pop liedje Frozen maakte hem wereldberoemd. Op de Biennale toont hij Flex, een 35 mm-film die op dvd is overgezet en die eerder dit jaar in de Vleeshal in Middelburg te zien was.

Flex toont een strijd zo oud als de mensheid zelf: die tussen man en vrouw. Maar Cunningham maakte er met behulp van digitale technieken en een uitgekiende montage een choreografisch meesterwerk van. Flex gaat over haat en liefde, en overstijgt alle disciplines: die van beeldende kunst, film, dans en muziek. Vergeleken bij het technisch vernuft van Mueck en Cunningham bewegen veel kunstenaars op de Biennale zich nog op krukken voort.

Een werkelijke ontdekking op Szeemanns 'Plateau of Humankind' - Mueck en Cunningham vergaarden al jaren geleden internationale roem - is dat van de onbekende Mexicaanse schilder Federico Herrero. Hij schildert collages met balpen en verf, vol raadselachtige figuren, die noch mens, noch dier zijn, en met een prachtig uitgewogen kleurgebruik.

Het zijn dergelijke kunstenaars die je voort drijven over Szeemanns 'Plateau of Humankind', die laten zien dat zíj zich niet door begrippen laten oormerken. Hopelijk maken zij zich dan ook geen zorgen over een volgende Biennale of megamanifestatie door Szeemann georganiseerd.

In het Italiaanse paviljoen heeft de Zwitser namelijk al met zwier een handtekening onder zijn pensioensverklaring gezet. Daar heeft hij op een groene piramidevormige helling het 'Plateau of Thought' ingericht. In één van zijn koortsdromen zag Szeemann de denker van Rodin zitten, symbool voor de kunstenaars die het Westerse bastion van kunst doorbraken. In een andere droom zag hij een heleboel etnografica en hedendaagse niet-westerse kunst bij elkaar.

Het resultaat is een 'plateau' met een Indiase boeddha, een Indonesische tempelfries, en werk van hedendaagse niet-westerse kunstenaars die je verder op de tentoonstelling niet meer terugziet en die in de catalogus ook geen biografie wordt gegund. Zij staan hier als schaamlappen te kijk, een haastige toevoeging.

Volgend jaar wordt de elfde Documenta in Kassel gehouden. Naar het zich laat aanzien, zal Okwui Enwezor daar een intelligentere poging doen om niet-Europese kunst in haar eigen recht te tonen. Er zal vast en zeker discussie losbranden over begrip en onbegrip en over de mate waarin Enwezor op culturele context ingaat. Maar één ding zal zeker zijn: alles beter dan dit.

Meer over