EEN HEEL STERRENSTELSEL XX

Wat voorafging: Nog steeds Koninginnedag 1972. Verdachte Jannie dood, haar partner de travestiet Tantetje eveneens, en agent Van de Vijver blikt in de met bloed bespatte handtas van Jannie....

'Je mag een vrouw nooit naar haar leeftijd vragen en je mag nooit in haar handtas kijken, Bertje.'

Never say never, ma. Een man in uniform mag alles.

Voilà, de lederen theepot. Allerminst onbevlekt ontvangen.

De hand van Bert van de Vijver gleed triomfantelijk naar binnen. Uit de moederbuik viste hij een lederen theepotje in embryonaal stadium. Daarin verborgen: een bewogen kleurenfoto van een papegaai, een paar biljetjes van honderd Belgische franken, een ring met veertjes, een verfrummeld entreekaartje voor de Zoo in Antwerpen, guldens, kwartjes en drie gouden muntjes. Van de Vijver hield een muntje op in het licht. Op de ene kant glinsterde een sterretje, op de keerzijde straalde sexworld hem tegemoet.

Sluipend over de wallen op weg van zijn bureau naar huis waren de rode neonletters hem altijd als duivelse verleiders voorgekomen. Nooit durfde Van de Vijver binnen te gaan. Hij liep voorbij en vervloekte zichzelf: hij was vijfendertig, een gezonde Hollandse kerel, het was nota bene 1972! Boven de poort van zijn fantasieën knipperden evenwel diezelfde neonletters: SEXWORLD. Hier verschafte Bert zich vele malen per dag zonder enige schaamte toegang, zelfs als hij de stem van Els tegen hem aan hoorde praten of haar handen verwachtingsvol over zijn lichaam voelde gaan.

Zou hij het nu wel doen? Sterretje of sexworld. Hij wierp een muntje op, ving het op met zijn linkerhand en sloeg het vervolgens op zijn rechterpols. Sterretje. Hij wierp het muntje nog eens op. Sterretje. En nog een keer. Hij haatte al die sterretjes.

Van de Vijver dacht aan De Caluwe. Iedere politieagent zou onmiddellijk na het schot, het gerinkel en de doffe dreun in de hoorn en de daarop volgende stilte actie ondernemen, hij zou de politiecentrale opbellen en zoekacties beginnen. . . Die Hagenaar mocht van hem dood neervallen. En de hele struisvogelaffaire zou in de doofpot mogen worden gestopt.

Opnieuw wierp hij het muntje op. Dit keer was het raak: Sexworld! In naam van de wet. Vooruit!

Ieder zijn verzetje, dacht Van de Vijver in een vlaag van mildheid. Hij sjouwde voor Jannie een draagbare televisie in de cel. 'Ga jij maar naar het songfestival kijken,' zei hij vaderlijk. 'Ik ga even naar buiten.' Hij draaide de deur op slot. 'Misschien winnen we wel vanavond,' hoorde hij Jannie opgewonden roepen. Maar de winnaar stond al vast. Bert van de Vijver douze points, twelve points, zwölf Punkte.

'Kent u deze muntjes?' vroeg Van de Vijver even later buiten adem aan de bullebak bij de ingang van SEXWORLD. 'Ze zijn goed voor vijf minuten,' bulderde hij en wees naar een rij deuren.

Een soort pasfotohokje. Een zetel tegenover een beeldscherm. Bert sloot de deur af, installeerde zich en haalde de drie glinsterende muntjes tevoorschijn. Hij hield er een voor de gleuf rechts van het scherm. Een moment vreesde hij dat hij gefotografeerd zou worden, geregistreerd, gereproduceerd en daarna eindeloos gemanipuleerd. Hij liet het muntje vallen terwijl hij zijn hand voor zijn ogen hield. Een filmprojector schoot aan, de spoelen draaiden. Tussen wijs- en middelvinger zag Van de Vijver een man een vrouw van achteren nemen. Alle monsters! Ze gingen als beesten tekeer. De camera verplaatste zich in de ruimte en hield stil bij twee jonge vrouwen die elkaar uitzinnig beften. Van de Vijver schoof onrustig in zijn stoel en wreef met zijn hand over zijn kruis. Het beeld stopte. Van de Vijver wiste het zweet van zijn voorhoofd en wierp het tweede muntje in de gleuf. Bij de vrouwen had zich een neger gevoegd die zich door hen op zijn wenken liet bedienen. Op zijn pik stond langgerekt SON geschreven. Geen moment dacht opgewonden Bertje aan Struisvogelonderneming Nederland of aan de penis van wijlen theetante. De man hijgde, schreeuwde en spoot de vrouwen onder.

Koortsachtig gooide Van de Vijver zijn laatste muntje in de gleuf. Een vrouwenromp met twee prachtige benen kronkelde als een geil dier op een operatietafel, een mannenvuist in een witte handschoen verdween tussen die benen, leek in het lichaam te verdwijnen, alsof hij daarbinnen iets zou vinden wat hij zijn leven lang had gezocht, of, alsof hij iets wilde verstoppen. . . dieper, dacht Van de Vijver, dieper, tot voorbij de ellebogen. . .

Van de Vijver wilde juist zijn broek openritsen (voordat deze vanzelf zou openspringen) toen het gezicht van de vrouw in beeld kwam, twee ogen boorden zich door het scherm en keken Bert woedend aan. . . was dit andermaal een vlaag van verstandsverbijstering, zou hij zijn leven verder hallucinerend doorbrengen?

De camera nam afstand, in een flits zag Bert dat het de struiscowboy uit Amstelgaard was die zijn vuist uit het lichaam van Jannie trok. Op de achtergrond stond die stinkhippie met sliertharen, een stethoscoop om zijn nek, zich af te rukken.

Van de Vijver riep De Caluwe terug in het rijk der levenden. Zijn superieur zou mogen toekijken hoe Bert zijn onderscheiding kreeg opgespeld. Want hij, adjudant Bert van de Vijver, weldra politiecommissaris, had de waarheid zonder hulp van wie dan ook aan het licht gebracht. Een prestatie van de allerhoogste orde.

Het beeld haperde. Jannie loste op in het scherm. Van de Vijver sloeg met zijn vuist op de gleuf. Op dat moment merkte hij een gaatje op rechts in de wand. Een gapend gaatje. Van de Vijver schrok. Er leek een oog of, erger nog, een loop op hem gericht.

Wordt vervolgd door Eric de Kuyper, vandaag bij De Avonden (VPRO, radio 5, 1008 AM), morgen op de Voorkant.

Meer over