EEN HEEL STERRENSTELSEL IX

Wat voorafging: 'Struiscowboy' Frans Van Duivelaar en travestiet Angelo blijken niet te zijn vermoord door het Commando Amazone van de Dolle Mina's, maar slachtoffers van een ordinaire gasontploffing....

Als hij moest nadenken, deed De Caluwe zijn armen stijf over elkaar, als een schoolkind. Het landschap schoot voorbij. Het warme skai van de achterbank kleefde tegen zijn rug, maar hij was er de man niet naar zijn jasje uit te trekken. De voorbijschietende bomen leken hem duizelig te maken en dus concentreerde hij zich op het opgeschoren haar in de nek van de chauffeur. De Caluwe onderscheidde twee rode puisten. Met een lichte walging draaide hij zijn hoofd af.

Misschien had hij hem onderschat, maar van Van de Vijvers methodes, - trial and error zoals hij het noemde - van die soort modieuze onzinnigheid moest hij niets hebben. Van de Vijver was hem te chaotisch, te lukraak, terwijl De Caluwes lijfspreuk gedurende de bijna dertig jaar van zijn carrière altijd 'Der kluge Mann baut vor' was geweest. Nadenken voor je welke stap dan ook neemt. Hoe onlogisch ook, álles volgt een bepaald patroon, alles is te beredeneren.

Hij wiste zweet van zijn voorhoofd, trok zijn manchetten recht en deed zijn armen weer over elkaar. Ze naderden Blaricum.

Behalve Bert van de Vijvers rommelige gedrag was er nog iets aan hem dat De Caluwe ongenadig irriteerde. Hij leek op zijn schoonzoon Peter die zonodig met zijn dochter Hester moest trouwen en nu met haar en een roedel anderen een huifkartocht door de Sahara maakte in een afgedankte gemeentebus. Al op het moment dat Hester van Den Haag naar Amsterdam was verhuisd, was De Caluwe haar kwijtgeraakt en hij wist ook waarom. 'Als ik ooit merk dat je hasjiesj rookt, breek ik je arm' had hij haar toegeroepen, maar zich meteen gerealiseerd dat hij te ver ging in zijn liefde, dat hij natuurlijk had willen zeggen hoe bezorgd hij om zijn enig kind was, maar hij had het daarbij gelaten en was er niet op teruggekomen. Dat was wat hij slecht kon, 'ergens op terugkomen'. Toen hij merkte dat hij zenuwachtig met zijn knie zat te trillen - altijd als hij zich onzeker voelde -, liet hij zijn armen losschieten en probeerde zich te ontspannen.

Misschien had Bert nu - hij moest het toegeven - met de aanhouding van die hippie, een scheikundestudent, in dat zogenaamde lab van Amstelgaard, toch een juist spoor geraakt. Want die jongen bleek in opdracht van de oude Van Duivelaar, miljonair en handelaar in schroot in ruste, te werken aan een of ander duister preparaat op basis van struisvogelbloed. Dat bloed, voorzover De Caluwe het begrepen had, bevatte sporen van de schimmel moederkoren, die voorkomt in bepaalde grassen die weer door die geïmporteerde struisvogels gegeten zouden zijn en dit moederkoren was weer een bestanddeel van. . . LSD.

Het grint van de oprijlaan knerpte onder de banden, de chauffeur hield scherp halt. De moderne witte villa schitterde in de zon van de eerste meidagen. De Caluwe stapte uit, kuchte en knoopte de middelste knoop van zijn jasje dicht.

- U moet weten, Albert Hofman is een persoonlijke vriend van me.

De oude Van Duivelaar schonk zelf het Victoriawater in de longdrinkglazen. Hoewel hij zich niet echt op zijn gemak voelde in het strakke interieur, op de lange witleren bank, ging De Caluwe er zo nonchalant mogelijk bijzitten - benen schuin naar rechts, linkerarm languit over de rugleuning van de bank -, dè houding van de Wet tegenover de nouveau riche.

- U wéét toch, vervolgde Van Duivelaar, aan wie niet te merken was dat daags ervoor zijn zoon als een klapband aan flarden was gegaan, u weet toch wel dat Albert Hofmann de uitvinder van de LSD is? Dat is een middel, inspecteur De Caluwe, ik zie u uw wenkbrauwen fronsen, maar vergis u niet, dat is een middel met een gewéldige potentie.

Wat verdomme ging dit allemaal betekenen?

- Gaat u verder, zei De Caluwe en dronk beheerst van zijn Victoriawater.

- Nee, inspecteur, ik moet u teleurstellen, helaas heeft u hier niet te maken met een drugsbaron of iets dergelijks. Er zijn in het verleden grote denkers geweest die drugs gebruikt hebben, en waarom, denkt u? Niet om de roes, niet om de vlucht, nee. . .

De oude Van Duivelaar liet een goed getimede pauze vallen, stond op en ging, met zijn rug naar De Caluwe toe, voor de brede schuiframen staan, die uitzicht gaven op een gazon met in de verte - het viel De Caluwe nu pas op - een glazen tuinhuis.

- Die denkers experimenteerden met drugs om meer van het menselijk brein te weten te komen. Inspecteur. U en ik, wij doen mensenwerk, maar zij plaveien de weg voor de mensheid. Van Duivelaar zonk even weg in gepeins, misschien genietend van de voortreffelijke zin die hij zojuist had uitgesproken.

- Ziet u dat huisje daar?

Hij sprak nu zachter.

- Daarin woont mijn dochter. Ze is autistisch, zoals dat heet. Men kan haar niet helpen. Dus help ik haar zelf. Begrijpt u dat, inspecteur?

Van Duivelaar draaide zijn hoofd om naar De Caluwe.

- Het is wellicht mogelijk, en dit wellicht is afkomstig van mijn vriend Albert Hofmann, het is wellicht mogelijk dat er een manipulatie met LSD bestaat die tot een preparaat leidt dat autisme geneest; scheikundestudenten helpen mij bij dit onderzoek, dat misschien ooit een heilzame revolutie voor de mensheid zal blijken te zijn.

- Uw zoon. . ., begon De Caluwe.

Van Duivelaar draaide zich terug naar het raam.

- Mijn zoon was bij dit alles een te verwaarlozen factor. Mijn zoon werkte mij tegen. Mijn zoon was een hopeloos lachwekkend geval. Om hem kan ik niet rouwen. Maar mijn dochter. . .

Hij zweeg.

De Caluwe ging verzitten en schraapte kort zijn keel.

- Bent u óók een persoonlijke vriend van de Prins, meneer Van Duivelaar?

Wordt vervolgd door Anne Vegter, woensdagdavond bij De Avonden VPRO, Radio 5, 1008 AM, donderdag op de Voorkant.

Meer over