Een gulle lach uit het land van de schatten

Sporen van de burgeroorlog zijn nog zichtbaar in El Salvador en toeristen mijden het land. Terwijl die meer dan welkom zijn. 'Je kunt hier rustig over straat en genieten van al het moois.'

IÑAKI OÑORBE GENOVESI

Liefdevol wrijft Horacio Gonzalez met een doek over de graftombe. Geen plekje slaat de 69-jarige Salvadoraan over van de laatste rustplek van de beroemde aartsbisschop Oscar Romero. Zo gaat het elke dag in de crypte van de kathedraal van San Salvador. Nu al ruim een jaar lang.

Het is Gonzalez' eerbetoon aan de in maart 1980 vermoorde Romero, die in heel Latijns-Amerika nog altijd wordt geadoreerd vanwege zijn onvermoeibare strijd voor menswaardigheid en gerechtigheid voor de armen. Maar er blijkt meer aan de hand. Gonzalez houdt Romero, naar wie ook in Nederland diverse scholen zijn vernoemd, persoonlijk verantwoordelijk voor het wonder dat zijn leven voorgoed heeft veranderd.

Gonzalez: 'Ik had altijd zere benen. Zonder krukken kon ik niet lopen. Artsen konden niks voor mij doen. Dus bad ik maandenlang tot aartsbisschop Romero. En kijk mij nu. Ik kan lopen zonder die vervloekte krukken. Een wonder. Anders kan ik het niet verklaren', zegt Gonzalez terwijl hij op de rode stip wijst op het zwarte marmeren beeld van Romero. Het blijkt de plek waar de aartsbisschop destijds dodelijk werd getroffen door een sluipschutter.

Dan wil Gonzalez plots weten waar ik vandaan kom. Wat ik hier doe. Als ik hem vertel dat ik uit Nederland kom om El Salvador, het kleinste land van Midden-Amerika, te leren kennen, lacht hij breeduit. 'Señor, ook dat is een wonder. Ook dat moet het werk van aartsbisschop Romero zijn, dat wij elkaar hier in de kathedraal van San Salvador ontmoeten.'

Nu zal dat wonder wel meevallen. Althans, daar ga ik maar in alle nuchterheid van uit. Feit is wel dat El Salvador, in 1525 door de Spanjaard Pedro de Alvarado veroverd op de Pipil-indianen, nauwelijks toeristen uit Nederland krijgt. Zo bezocht vorig jaar slechts een duizendtal landgenoten het land, dat bij ons vooral bekend is vanwege de bloedige burgeroorlog (1980-1992) en de moord op de IKON-journalisten Koos Koster, Jan Kuiper, Joop Willemsen en Hans ter Laag in 1982.

De burgeroorlog is al jaren voorbij. Al zie je op veel plekken in El Salvador nog altijd de sporen van het geweld dat aan zeker 75.000 inwoners het leven kostte. Neem het Monument voor de Herinnering en de Waarheid in het Cuscatlánpark van San Salvador, waar duizenden namen van slachtoffers zijn te lezen en nog dagelijks nabestaanden even bidden of bloemen komen leggen. Of de kogelgaten op de muren van het koloniale plaatsje Suchitoto, dat geregeld het decor was van de strijd tussen regeringstroepen, doodseskaders en de strijders van de linkse guerrillabeweging FMLN.

Al ben je die kogelgaten, en zelfs de nooit ontplofte vliegtuigbom die vlak buiten het stadje staat, al snel vergeten als je lopend over de kinderkopjes van Suchitoto je vergaapt aan de hagelwitte kerk en de handbeschilderde potten en beelden in de diverse kunstgaleries. En vergeet vooral niet een hapje te eten bij La Posada de Suchitlan, met een prachtig uitzicht op de rivier Lempa en het eerste hotel dat zijn deuren opende na het gewapende conflict.

Vraag de schaarse, veelal Franse en Spaanse, toeristen die je er tegenkomt wat ze het leukste vinden aan El Salvador en ze roemen allemaal de hartelijkheid van de bevolking. Wat dat betreft is er weinig veranderd in El Salvador, dat voor de burgeroorlog uitbrak bekendstond als 'Het land met de glimlach'. Tegenwoordig luidt de officiële slogan 'El Salvador, Impresionante'. Dat 'indrukwekkend' zou slaan op de uitroep van de toeristen die wel het land durven te bezoeken ondanks terughoudende reisadviezen en de vaak dreigende berichten over meedogenloze en gewelddadige jeugdbendes als de Mara Salvatrucha.

Op het kantoor van José Napoleón Duarte, minister van Toerisme en zoon van de voormalige president Duarte, klinkt een diepe zucht. 'Het zou zo wenselijk zijn als de buitenlandse media eens minder zouden publiceren over het zwarte verleden of de straatbendes. Hoeveel bendeleden ben jij tegengekomen? Hoe onveilig heb jij je hier gevoeld? Ik wil het nog maar eens benadrukken: je kunt hier normaal over straat en genieten van al het moois dat mijn land heeft te bieden. Maar ik blijf de minister van Toerisme, geen almachtige god', lacht Duarte.

Nu is het moeilijk concurreren met andere Midden-Amerikaanse landen. Neem de kleurige inheemse volken van Guatemala, de flora en fauna van Costa Rica, de rijkdom van het honderd jaar oude kanaal van Panama of het adembenemende landschap van Nicaragua. Zelfs het arme Honduras heeft een hoofdstad waarvan de naam Tegucigalpa zo vreemd klinkt dat hij eerder blijft hangen dan de Salvadoraanse hoofdstad San Salvador.

Het Amerikaanse adviesbureau Cotidiana destination consulting heeft zelfs voorgesteld de naam van het land te wijzigen. Dana Ullmann: 'El Salvador is geen pakkende naam. Bovendien kleeft er een negatief imago aan. Daarom heb ik geadviseerd El Salvador om te dopen in de oorspronkelijke Pipil-naam van het land: Cuscatlán, veel mooier, bovendien betekent het 'land van de schatten'.'

Een gek idee? Wel eerder veranderden landen de afgelopen decennia hun naam. Denk aan Zimbabwe (Rhodesië), Myanmar (Birma) of Burkina Faso (Opper Volta). En veel Salvadoranen staan niet onwelwillend tegenover Cuscatlán. Toch ziet gids Alfredo Avalos het niet snel gebeuren. 'Je moet niet vergeten dat verreweg de meesten gelovige katholieken zijn en dat El Salvador verwijst naar hun verlosser. Hoewel ik zelf best zou willen dat Cuscatlán de naam wordt, ben ik bang dat mijn landgenoten eerder voor hun geloofsovertuiging dan voor hun historische wortels zullen kiezen.'

Volgens Avalos zou El Salvador beter kracht kunnen putten uit zijn eigen kwaliteiten. Neem de goede busverbindingen en de kleine afstanden in het land. Als je vanuit de hoofdstad San Salvador, met zijn brede boulevards en bruisende nachtleven in de Zona Rosa, naar de omringende, Midden-Amerikaanse landen wilt, hoef je niet te vrezen voor eindeloze busritten. De Nicaraguaanse hoofdstad Managua bereik je al in 3 uur, Guatemala City in 4 uur en voor de Hondurese tongbreker Tegucigalpa ben je 6 uur onderweg.

Rijdend door El Salvador raak je al snel onder de indruk van de vele vulkanen - het land telt er liefst 25 - en nationale parken die opdoemen. Zoals het nationale park van Cerro Verde. Op nog geen drie kwartier van San Salvador. Drie adembenemende vulkanen staan je er op te wachten: Cerro Verde, Izalco en Santa Ana, dat tien jaar geleden nog tot uitbarsting kwam. Een ideaal decor voor een flinke wandeling door de beboste omgeving. Vertrek wel vroeg vanwege de hitte en om langer te kunnen genieten van het uitzicht boven aan de vulkaankrater. En neem na afloop een kop Salvadoraanse koffie, een van de smakelijkste koffiesoorten die je ooit hebt geproefd.

Of pak de bus naar La Libertad, waar volgens surfers in Punta Roca misschien wel de beste golven ter wereld te vinden zijn. Geregeld worden er internationale wedstrijden gehouden en ooit werd hier deels de allereerste echte Amerikaanse surffilm, Big Wednesday, opgenomen.

Surfleraar Ricardo Rivas glundert tijdens een gezamenlijke surfochtend en vertelt waarom steeds meer surfers, vooral uit Brazilië, deze plek weten te vinden: 'Surfers zijn toch relaxter. Ze trekken zich minder aan van wat er gezegd wordt. Bovendien vinden ze hier de perfecte omstandigheden. Mooi weer, niet te veel wind, warm water en harde golven die je surfboard een enorme dreun geven.'

Dat merk ik even later als de Stille Oceaan mijn surfboard naar voren schiet zoals de Atlantische wateren dat nooit eerder deden. De sfeer rond La Libertad is relaxed. Haast hippieachtig. Langs het strand staan kleine houten huisjes met hangmatten, maar ook intieme hotelletjes met romantische kamers die uitkijken op de zee en de ondergaande zon. Vlakbij ligt ook het haast verlaten strand van Playa Tunco met zijn zachte, donkere zand. Ook hier is het moeilijk om de lokroep te weerstaan van de vier enorme golven die dagelijks bij Sunzal breken.

Heb je even genoeg van de oceaan - surfleraar Rivas kan het zich haast niet voorstellen - dan rijd je zo naar archeologische opgravingen uit de Maya-tijd als Joya de Cerén. Op het eerste gezicht misschien niet zo indrukwekkend als de tempels Tulum en Chichen Itzá in Mexico, Tikal in Guatemala of Copán in Honduras. Maar met de bijnaam 'Pompeï van de Amerika's' weet je dat Joya de Cerén iets speciaals moet hebben.

En dat hebben deze grotendeels onder as en modder bedolven bouwwerken van de Pipil-indianen. Waar de andere bekende archeologische plekken vooral een religieus karakter hadden, leer je bij Joya de Cerén over het gewone boerenleven in de Maya-tijd. Gids Alfredo Avalos wordt er stil van elke keer als hij er op bezoek is. Al was het maar dat de verstilde bouwwerken je eraan herinneren dat de kans op een aardbeving of een vulkaanuitbarsting in El Salvador reëel is.

Avalos: 'Elke Salvadoraan maakt in zijn leven drie aardbevingen en een vulkaanuitbarsting mee. Is dat dan ook gelijk eng?' Even pauzeert hij. En dan lachend: 'Ik heb drie aardbevingen meegemaakt in 1986 en 2001 en de uitbarsting van de Santa Ana-vulkaan. Kijk, he-le-maal niks. Dat is nou El Salvador, indrukwekkend!'

Niet rechtstreeks

Vanuit Nederland zijn er geen rechtstreekse vluchten naar El Salvador. Wel zijn er diverse overstapmogelijkheden, zoals met KLM (via Panama), Delta Airlines (via Atlanta), United Airlines (via Washington) en Lufthansa (via Frankfurt en Miami).

Voor meer informatie over El Salvador: elsalvador-toerisme.nl en elsalvador.travel/impresionante. Voor dagexcursies of surflessen: epictourselsalvador.com.

PUPUSAS

Als er een gerecht is waar de Salavadoranen gek op zijn, dan is dat pupusas. Zozeer dat ze pupusas bewieroken in liedjes en gedichten en er zelfs een Nationale Pupusas Dag op de kalender staat (13 november). Pupusas zijn dikkere tortilla's gevuld met kaas, bonen, chicharrón (varkensvlees) of een mix daarvan. Pupusas worden gegeten met curtido, een rauwkostsalade van kool, wortel en ui, en een pikante rode pepersaus. Een mooie plek om ze te proeven is het Pupusódromo, een verzameling van 35 eetstalletjes waar ze allemaal beweren de lekkerste pupusas te maken. Het Pupusódromo vind je in Parque Balboa, Planes de Renderos, San Salvador.

undefined

Meer over