AnalysePasen

‘Een gruwelijke en langgerekte editie van The Passion, met Poetin als de kille Pilatus’

Heeft Pasen nog enige zeggingskracht in tijden van oorlog? Zeker wel, menen twee predikanten en een bisschop. ‘Wat Pasen mij zegt, is dat de harde hand, de tank en spierballentaal niet het laatste woord hebben. Uiteindelijk zullen de zachte krachten winnen.’

Sander van Walsum
Begrafenisceremonie voor een Oekraïense militair in de De kerk van de Heilige Apostelen Petrus en Paulus in Lviv, 7 april. Beeld Ozge Elif Kizil / Anadolu / Getty
Begrafenisceremonie voor een Oekraïense militair in de De kerk van de Heilige Apostelen Petrus en Paulus in Lviv, 7 april.Beeld Ozge Elif Kizil / Anadolu / Getty

Op zondag 12 mei 1940, de derde van de vijf oorlogsdagen waarin Nederland door nazi-Duitsland werd overrompeld, noteerde schrijver Antoon Coolen in zijn dagboek: ‘Ik hoor menschen zeggen: als Duitschland den oorlog wint, geloof ik niet meer aan God. Het is een zeer begrijpelijke reactie, maar ’t is, geloof ik, geen redelijke. Men verlangt van God de erkenning onzer maatstaven, en hun toepassing door Hem.’

In tijden van nood wordt God vervloekt, maar ook aangeroepen – in Oekraïne zal het momenteel niet anders zijn. In Laetare, ‘tijdschrift voor liturgie en kerkmuziek’, vroeg Jan Marten de Vries zich in 2020 af of in het vrouwenkamp Ravensbrück, waar zijn moeder Jenneke Romkes het laatste oorlogsjaar verbleef, ‘nog iets van Pasen werd gevierd’. De archieven boden hierover geen uitsluitsel. Over de Stille Week voor het Paasfeest van 1945 las hij slechts dat de bouw van een crematorium – waar dagelijks 800 à 1.000 lichamen zouden kunnen worden verbrand – zojuist was voltooid. Dat de kraamafdeling een nieuw verfje kreeg. Dat Russische gedetineerden rode vlaggen maakten waarmee zij het Rode Leger zouden kunnen begroeten. Dat de kinderen van barak 27 het spelletje ‘selectie voor de gaskamer’ speelden. Dat de kampbewakers op een naburig meer een stukje gingen varen. En dat Nederlandse vrouwen een variétévoorstelling met Matrosenlieder en Bauerntänze verzorgden. Er waren ook SS’ers naar komen kijken.

Tegen de achtergrond van deze ‘fantastische, irrationele chaos’ werd Pasen gevierd. Over het geloofsleven in Ravensbrück merkte Jenneke Romkes op dat ‘de wil om het leven aan God toe te vertrouwen ons gemoedsrust en kalmte gaf’. Haar zoon voegt daaraan toe: ‘Toch zijn er net zoveel verhalen van vrouwen die geen steun vonden in hun geloof of die hun overtuiging zelfs vaarwel zeiden.’ Soms kon Romkes zich daar best in verplaatsen. Zo fulmineerde ze jaren later nog tegen de, eveneens in Ravensbrück geïnterneerde, evangelist Corrie ten Boom, die haar lotgenoten valse hoop zou hebben gegeven met de verzekering dat God een spoedige bevrijding zou bewerkstelligen. En kort na bevrijding was Romkes ‘opstandig weggelopen’ uit een kerkdienst waarin de predikant over ‘het verzoenend bloed van Golgotha’ had gesproken. ‘Verdomme. Hebben jullie nou nog niets geleerd?’, zou ze de predikant naderhand hebben toegeroepen. ‘Jezus is niet de enige Jood die vermoord is. Al dezen waren Gods zonen. Zijn lijden heeft maar een dag geduurd. Van dezen jaren. Eindeloos.’

Het kruis van Goede Vrijdag

‘De ellende van de oorlog kan leiden tot een aanvechting van het geloof’, erkent mon­seig­neur Gerard de Korte, bisschop van Den Bosch. ‘Als God over mij oordeelt, zal ik niet alleen ondervraagd worden maar zal ik ook vragen stellen, zei de priester Romano Guardini: waarom, God, duurt de geschiedenis vol licht maar ook duisternis na Pasen nog zo lang voort? Met andere woorden: waarom zo’n omweg naar het definitieve heil?’

Toch kan Pasen in tijden van oorlog en ontbering wel degelijk troost bieden, denkt De Korte. ‘Met Pasen vieren wij dat de dood niet het laatste woord heeft. De gekruisigde Jezus heeft nieuw en ander leven ontvangen. Ik hoop dat veel christenen in Oekraïne hier moed uit putten. Al kan ik mij voorstellen dat Goede Vrijdag, de dag waarop de kruisiging en de dood van Jezus worden herdacht, hun onder de huidige omstandigheden meer zegt dan Pasen. Hun kruis verduistert het licht van Pasen.’

‘In Boetsja staat het kruis van Goede Vrijdag’, zegt Jessa van der Vaart, predikant van de Dorpskerk in Bloemendaal. ‘En laten we eerlijk zijn: in eerdere jaren dat we Pasen vierden, stond altijd wel ergens in de wereld dat kruis. Altijd waren er oorlogen, altijd was er onderdrukking en bezetting, altijd waren er martelkamers. Het was alleen niet zo dichtbij als nu. Dus dit jaar worden wij door de oorlog in het naburige Oekraïne met onze neus op een wezenlijk thema van het Paasverhaal gedrukt, misschien wel de kern daarvan: dat het gaat over het lijden dat mensen elkaar aandoen in de strijd om macht. Overal gaan kwetsbare mensen ten onder in geweld en wapengekletter. Op Goede Vrijdag leren we dat Jezus hun bondgenoot is. Hij gaat dat lijden niet uit de weg, maar is solidair met mensen op slagvelden en in martelkamers. Hij deelt hun lot, hij neemt het op zich.’

Mensen schuilen in de catacomben van de kerk in Bashtanka, in het zuiden van Oekraïne, 31 maart.  Beeld Petros Giannakouris / AP
Mensen schuilen in de catacomben van de kerk in Bashtanka, in het zuiden van Oekraïne, 31 maart.Beeld Petros Giannakouris / AP

‘Zelenski als eigentijdse Jezus voor zijn volk’

De Amsterdamse predikant Tim Vreugdenhil weet niet hoe relevant Pasen momenteel voor de belaagde Oekraïners is (nog afgezien van het feit dat Pasen in de oosters-orthodoxe kerken pas volgende week wordt gevierd). Voor hem zelf heeft Pasen door de oorlog in Oekraïne wel aan zeggingskracht gewonnen. ‘De veertigdagentijd voor Pasen wordt ook ‘lijdenstijd’ genoemd. Wat normaliter de liturgie van de kerk is, speelt zich in deze weken af op het wereldtoneel. We maken een gruwelijke en langgerekte editie van The Passion mee. In de uiterst ongemakkelijke vorm die ook het oorspronkelijke passieverhaal kenmerkt: niemand weet hoe dit afloopt.’

Ook de rolbezetting van het drama in Oekraïne lijkt op die van het lijdensverhaal, zegt Vreugdenhil. ‘Poetin vertolkt de kille Pilatus die over leven en dood beschikt. Volodimir Zelenski fungeert voor zijn volk als een eigentijdse Jezus: mijn strijd is ook jullie strijd. Het grote verschil tussen beiden is natuurlijk dat Jezus volkomen weerloos was, en ook welbewust weerloos bleef.’ Van der Vaart: ‘Op Palmpasen kwam Jezus Jeruzalem binnen op een ezel, het dier waarop de armen zich verplaatsten. Daarmee liet Jezus zien dat zijn weg die van zachtmoedigheid, kwetsbaarheid en vredelievendheid is. Deze koning hoef je niet te vrezen.’

Geloofssprong langs de kruisweg

En wij, de nieuwsconsumenten die de gebeurtenissen in Oekraïne op de voet volgen, zijn de omstanders van de kruisweg die zich beraden op hun rol. ‘Het is dé vraag die bij de passie hoort’, zegt Vreugdenhil. ‘Blijf je kijken of doe je mee? De wereld maakte in een paar dagen een geloofssprong door, schreef David Brooks vorige maand in The New York Times. Het geloof in vrijheid is veel sterker geworden. We mogen Oekraïners diep dankbaar zijn dat ze ons eraan herinneren hoezeer het leven een morele onderneming is. En dat echt geloof in waarden tot dappere daden kan leiden. Dit is wat een ‘passie’ met een mens kan doen. Je kunt van omstander veranderen in medestrijder, al wordt die strijd niet altijd met het zwaard gevoerd.’

‘Met de kruisiging van Jezus was het verhaal niet ten einde’, zegt Van der Vaart. ‘Het kan ons steeds opnieuw inspireren. Wat het mij zegt, is dat de harde hand, de tank en spierballentaal niet het laatste woord hebben – uiteindelijk zullen de zachte krachten winnen.’

Meer over